Han Schulte droomt van een internationaal museum voor sculpturen in Amsterdam 'Er is wel degelijk avant-gardekunst in Nederland'

Han Schulte geeft kunstmonografieën uit op eigen risicio en is bereid miljoenen in een sculpturenmuseum te steken. Want kunstenaars kunnen wel wat professionele ondersteuning gebruiken, vindt hij....

Van onze verslaggever

Arne Leffring

AMSTERDAM

Het is het jaar 2000. In het Amstelpark in Amsterdam turen nieuwsgierigen door de glazen wanden van het New Sculpture Museum. Binnen staan videoinstallaties, objecten en sculpturen van internationale kunstenaars. Een rode draad in de collectie is er niet, of het moet de dwarsheid van de makers zijn.

Nog drie jaar is Han Schulte van zijn 'droommuseum' verwijderd. Dat het er komt, lijdt volgens hem geen twijfel. Met het oog op de toekomst haalde hij vast zijn groot rijbewijs - om de beelden zelf te kunnen vervoeren. Hij liet architect René van Zuuk uit Almere een eerste ontwerp maken, geïnspireerd op constructivistische beelden van Naum Gabo. Twee glazen, halve 'bananen' flankeren een elipsvormig hoofdgebouw. Als de tussenwanden worden weggehaald, ontstaat één grote expositieruimte. Ook de locatie is bekend. Het nieuwe museum moet verrijzen op de plaats van het Glazen Huis in het Amstelpark, waar Schulte sinds een paar jaar exposities organiseert.

Het wachten is op geld van gemeente, rijk en EU. Eerst was het zes miljoen, stijgende grondprijzen en inflatie maken dat er nu negen miljoen is begroot. Desnoods betaalt Schulte de nieuwbouw uit eigen zak, al zal het museum dan beduidend kleiner worden dan de 2400 vierkante meter die nu is gereserveerd. Wat als het Amstelpark afvalt? Zonder aarzelen: 'Dan ga ik bij Schiphol zitten.'

Het tijdschrift dat rond 2000 het licht moet zien gaat daarom The New Sculpture Magazine heten, Schulte's ambities gaan voorbij de landsgrens. Vandaar ook de Engelstalige monografieën over drie jonge kunstenaars, die onlangs onder zijn supervisie verschenen. Paul de Reus, Klaar van der Lippe en Erzsébet Baerveldt als eersten, over twee jaar gevolgd door Job Koelewijn, Merijn Bolink en Jolanda Kooijmans. Over twintig jaar moet een tweede reeks pockets over dezelfde zes kunstenaars verschijnen, liefst door dezelfde auteurs. 'Een vorm van longitudinaal onderzoek uniek in de Nederlandse kunstwereld en daarbuiten', stelt Schulte.

Is het altruïsme wat hem drijft? 'Ik doe het niet voor het geld en ik doe het niet voor de status.' Schulte doet het voor de kunstenaars, want die verdienen het volgens hem. 'In tegenstelling tot Jan Hoet ben ik van mening dat er in Nederland wel degelijk avantgarde-kunstenaars zijn. Geen honderden, maar toch.' Waar het hen aan ontbreekt is professionele ondersteuning - het Concertgebouworkest en Het Nationale Ballet krijgen die wel. 'De Nederlandse kunstwereld is heel bevlogen, maar heeft geen managementervaring.'

Schulte weet waarover hij praat. Vijfentwintig jaar lang leidde hij een reclameadviesbureau in het oosten des lands. Eind jaren tachtig zette hij daar een punt achter. Tegenwoordig houdt hij drie dagen per week kantoor aan de Keizersgracht en verstrekt hij managementadviezen aan musea en overheid. Museum Management Strategie zegt het bordje boven de deur. Daarnaast bezit Schulte een omvangrijk jazzarchief en een verzameling eigentijdse kunst.

Nadat Schulte zijn zaak had verkocht, verdiepte hij zich in de kunstgeschiedenis. Bij de zelfstudie hoorde een inventarisatie van moderne kunst in binnen- en buitenland. Een bezoek aan het Zwitserse Schaffhausen leerde hem dat de bedrijfsvoering van een museum ook anders kon. In Schaffhausen stond de Neue Halle für Kunst, gehuisvest in een oude textielfabriek. 'Het museum haalde grote namen als Beuys en Nauman in huis en presenteerde het werk goed.' De beleggers die het aankoopbeleid financierden, werden aangetrokken door een Zwitserse supermarktketen. 'Dat zie ik Albert Heijn hier nog niet doen.'

De Zwitserse aanpak zou menig Nederlands museum tot voorbeeld kunnen dienen, vindt Schulte. 'Kunst en zeker kunst verzamelen heeft meer met economie te maken dan we willen. Er bereiken mij enorm veel klachten over musea, ze gedragen zich zeer hautain.' Dat past de conservatoren en museumdirecteuren niet. 'Nederland loopt hopeloos achter.' Hij ziet een parallel met de ziekenhuizen in de jaren zestig. 'Veel specialisten maar geen goed general management. We lijden in Nederland aan een consensusziekte.'

In het New Sculpture Museum zouden alleen deeltijd-curatoren werken, uit alle delen van de wereld. 'Een soort informanten, spies-eyes, met één been stevig in de praktijk.' Misschien rijdt er in het jaar 2000 ook een kunstbus door Amsterdam. Kunst de wijken in, als in de jaren zeventig.

Of zijn museum niet te excentrisch ligt? Een tikje verontwaardigd over zo veel scepticisme, zegt hij: 'Kijk, als mensen echt niet willen, ga ik niet proberen ze te overtuigen. Ik ben geen Jehovagetuige.'

Over de vermeende vrijdenkendheid van de Nederlandse kunstwereld schrijft Schulte in het voorwoord van de monografie over Paul de Reus: 'Nederlanders zijn zo ontvankelijk voor de nieuwe ideeën van buitenlandse kunstenaars dat ze hun eigen kunstvormen bijna zouden vergeten.' Dat klinkt cynischer dan hij bedoelt. 'Je moet risico durven nemen. Het desem hier gebruiken en in vastere vorm omzetten.'

Meer over