Hallucinaties

Hallucinaties zijn een onderwerp dat veel verder reikt dan de psychiatrie

Oliver Sacks was al over de dertig toen hij voor het eerst drugs nam. Hij had er al veel over gelezen en ook weleens wiet gerookt. Toen vond hij het tijd voor het échte werk. Vrienden hadden hem het geneesmiddel Artane aangeraden - dat zou een grote kick geven. 'En dus telde ik op een zondagochtend twintig pillen uit, spoelde ze met een half glas water weg en wachtte tot het zou gaan werken.' Maar hij merkte niets.

Er verschenen vrienden aan de deur. Die kwamen wel vaker ontbijten. Sacks liet ze binnen, babbelde wat, en terwijl hij ontbijt klaarmaakte in de keuken, ging het gesprek over enige afstand gewoon door. Maar toen hij met zijn dienblad in de woonkamer verscheen, waren zijn vrienden verdwenen. Ze waren er nooit geweest. Hij had alles gehallucineerd. Geschrokken at hij zijn eigen ontbijt op. Maar de pillen waren nog niet uitgewerkt. Die ochtend zouden zijn ouders nog landen, in een helikopter, en Sacks had ook nog een gesprek met een spin. Over filosofie.

Vanaf dat moment was Sacks verslaafd aan experimenteren met drugs. Elk weekend slikte hij iets anders. Zijn laatste drug was amfetamine, en tijdens zijn laatste kick las hij tien uur lang, doodstil, zonder onderbreking, een oud en dik boek over hallucinaties. Het was schitterend. Hij belééfde dat boek van voor naar achter. Toen hij klaar was, vroeg hij zich af wie van zijn beroemde collega's een moderne versie van dat boek zou kunnen schrijven. Keihard schalde een stem in zijn hoofd: 'Stomme oen! Die man, dat ben jij zelf!'

Oliver Sacks maakt in zijn boeken (Awakenings (Ontwaken in verbijstering), De man die zijn vrouw voor een hoed aanzag en nog vele andere) altijd dankbaar gebruik van de intieme ervaringen, de angsten en onzekerheden van zijn cliënten. Het is dus niet meer dan fair dat hij in Hallucinaties uitgebreid vertelt over zijn eigen hallucinaties, veroorzaakt door drugs.

Mensen vinden het heel moeilijk om te bekennen dat ze aan hallucinaties lijden. Dat is immers een teken dat je 'gek' bent. Onderzoekers moeten er gericht naar vragen, en dóórvragen. Daardoor weten we pas sinds kort dat hallucinaties veel vaker voorkomen dan iedereen dacht. Ook mensen die lijden aan parkinson, migraine en epilepsie blijken er regelmatig last van te hebben. Niet gelijk complete gesprekken met imaginaire bezoekers en spinnen, maar ingewikkelde visuele patronen, stemmen of penetrante geuren.

Sacks bespreekt alle bekende en minder bekende voorbeelden van hallucinaire ervaringen. Hij opent met het tamelijk grappige syndroom van Bonnet, waarbij mensen met een visuele handicap dingen gaan zien zoals kaboutertjes of autootjes die over hun bord rijden. Daarna komen ernstiger zaken aan de orde, zoals de auditieve hallucinaties van schizofrenen, en de vaak bijzonder complexe hallucinaties van parkinsonpatiënten, epileptici en drugsverslaafden. Dan zijn er de meer huiselijke 'hypnopompische' hallucinaties die optreden vlak voor het inslapen, waarna Sacks moeiteloos kan overstappen op geestverschijningen. Hij besluit met een hoofdstuk over fantoomsensaties, het bizarre gevoel dat een geamputeerd lichaamsdeel nog steeds aanwezig is, en het daaraan verwante, angstaanjagende verschijnsel van de doppelgänger.

Meesterverteller Sacks springt probleemloos van persoonlijk verslag naar historische beschouwing naar het meest recente onderzoek. Zijn grote kracht - zoals altijd - is zijn bewondering voor zijn cliënten en zijn gevoel voor het wonderbaarlijke. Bij hem lees je geen kille uitspraken als: 'Wij zijn ons brein'.

Juist daarom stelt Hallucinaties in één opzicht teleur. Hallucinaties zijn een onderwerp dat veel verder reikt dan de psychiatrie; veel verder dan de persoonlijke ervaring. Die hemelse of duivelse stemmen, die goddelijke openbaringen en mooie visioenen hebben de loop van de geschiedenis regelmatig veranderd.

Sacks is zich daarvan bewust; hij keert regelmatig terug naar dat thema - maar steeds maar

heel even. Hij blijft op veilige afstand. De enige visionair over wie hij wat meer vertelt, is Jeanne d'Arc, die stemmen hoorde die haar opriepen ten strijde te trekken. Een veilige keuze. Maar waar zijn Jeremia, Paulus, Mohammed, Hildegard, Ignatius, et cetera? Honderden zieners gingen haar voor en zouden haar volgen. Sacks schrok er blijkbaar voor terug om die historische 'cliënten' bijeen te brengen. Dat was een mooi dwars slothoofdstuk geweest van een verder schitterend boek.

Jeanne d'Arc wordt aangeroepen door aartsengel Michael op een lithografie uit 1890 van een onbekende maker. Jeanne d'Arc is de enige visionair over wie Oliver Sacks wat meer vertelt.

Meer over