Wereld van de waakhond

Haar collega werd vermoord. Journalist Pavla Holcová: ‘Ik ben nog nooit zo dicht bij het absolute kwaad geweest’

Pavla Holcová Beeld Fieke Ruitinga
Pavla HolcováBeeld Fieke Ruitinga

Samen met collega’s zet de Tsjechische onderzoeksjournalist Pavla Holcová (40) het corruptieonderzoek van de vermoorde Slowaakse journalist Ján Kuciak voort. Ze weet dat ze in de gaten wordt gehouden.

Tussen de duizenden forenzen die elke ochtend in Praag naar hun werk gaan, zit er één die niets aan het toeval overlaat. Als journalist Pavla Holcová van huis weggaat, maakt ze een bewuste keuze over haar route naar kantoor. Die moet altijd anders zijn dan de dagen ervoor. Soms gaat ze met de tram, soms lopend, dan weer last ze een geïmproviseerde tussenstop in. Zolang ze maar onvoorspelbaar is en niet gevolgd kan worden.

Voor veel verslaggevers klinkt het nodeloos ingewikkeld, maar de 40-jarige Holcová weet wat er op het spel staat. Als hoofdredacteur van het Tsjechische Centrum voor Onderzoeksjournalistiek (Investigace.cz) is ze gespecialiseerd in het blootleggen van netwerken van de georganiseerde misdaad in Midden- en Oost-Europa.

Ze was de enige Tsjechische die mocht meedoen aan het wereldwijde onderzoek naar de Panama Papers. Met collega’s uit landen als Noord-Macedonië en Servië onthulde ze een reeks corruptieschandalen, vaak met machtige figuren uit de politiek en de onderwereld in de hoofdrol. Voor haar spitwerk naar de dubieuze zakenpraktijken van de Azerbeidzjaanse president Alijev won ze in 2013, samen met Azerbeidzjaanse collega’s, de Global Shining Light Award.

Verlaten redactie

Het is een gevaarlijk bestaan en toch praat Holcová er zonder opsmuk over, zittend tussen de systeemkasten op een nagenoeg verlaten redactie (‘iedereen werkt vanuit huis’). Pas aan het eind van het gesprek wordt duidelijk dat ze elk antwoord zorgvuldig weegt. Op de vraag of ze kinderen heeft, volgt een stilte en dan een afgemeten: ‘Daar kan ik niets over zeggen.’

De gevaren werden duidelijk in februari 2018, toen in buurland Slowakije onderzoeksjournalist Ján Kuciak en zijn verloofde werden doodgeschoten, vermoedelijk in opdracht van een louche zakenman. Holcová had maandenlang in het geheim met Kuciak aan een onderzoek gewerkt. Ze waren een schandaal met miljoenen aan EU-subsidies op het spoor en overlegden iedere dag.

‘Tot ik op een dag gebeld werd door zijn redacteur. Het was een week voor we zouden publiceren. Ik was in shock, ik kon die informatie niet meteen opnemen. Pas later drong tot me door dat hij dood was.’ Een week lang wilde ze alleen maar op bed liggen huilen, vertelde ze aan een Tsjechische website, ‘maar daar was geen tijd voor’. Holcová moest onderduiken. Ook toen ze zich weer durfde te vertonen, hield de politie haar nog maandenlang in de gaten.

Hollywoodscript

Over de moord op Kuciak en de daaropvolgende politieke aardschokken in Midden-Europa valt veel meer te vertellen, maar over Holcová zelf ook. Ze studeerde journalistiek en Latijns-Amerikaanse studies, en belandde met een omweg in het vak. Aan die overstap kleeft een verhaal waar een doorsnee Hollywoodscriptschrijver wel raad mee zou weten.

Het decor: zonnig Cuba. Holcová was op pad voor een niet-gouvernementele organisatie die dissidenten op het eiland bijstond. Op een avond zakte ze door met de Roemeense onderzoeksjournalist Paul Radu, medeoprichter van het journalistieke platform OCCRP en een fenomeen in het wereldje. In een bar raakten ze aan de praat met een man die na een flink aantal glazen opschepte dat hij het Cubaanse embargo omzeilde met de import van wapensystemen. De naam van zijn bedrijf krabbelde hij op een servetje.

Bij de wc’s belde Radu ogenblikkelijk een Roemeense collega die het bedrijf terugvond in een handelsregister. Holcová en hij gingen slapen met een scoop in de vingers, maar werden al na een paar uur wakker geschud door de politie. Ze brachten uren door in de cel. Radu vulde ze met verhalen over zijn vak. ‘Die dag besloot ik dat ik onderzoeksjournalist wilde zijn’, zegt Holcová met een glimlach.

Het is niet eens het schrijven waar ze van houdt: eigenlijk slaat ze die fase het liefst over. ‘Mijn opvatting is: ieder verhaal is terug te brengen tot één tweet.’ Van het idee dat journalistiek er is om de wereld te veranderen, wil ze ook niets weten. ‘Ik blijf weg van activisme en van emoties en opinies. Het gaat erom mensen informatie aan te reiken op basis waarvan er iets te kiezen valt.’

In het Tsjechisch medialandschap spreekt zo’n houding niet voor zichzelf. Al jaren voltrekt zich een sluipend proces dat Holcová samenvat onder de noemer ‘olichargisering’: rijke zakenmannen kopen titels op en snoeren redacties de mond op gevoelige onderwerpen. Onder die oligarchen is ook de minister-president, Andrej Babis, eigenaar van een zakenimperium met daarin het grootste Tsjechische mediahuis. ‘Het probleem is dat het veel mensen simpelweg niet interesseert’, zegt Holcová. ‘De polarisering tussen het pro- en anti-Babis-kamp is enorm. Met onze internationale verhalen proberen we buiten dat gevecht te blijven.’

Het absolute kwaad

Op de vraag of de moord op haar Slowaakse collega haar heeft veranderd, volgt een korte denkpauze. Als journalist niet, zegt ze, als mens wel. ‘Ik ben nog nooit zo dicht bij het absolute kwaad geweest.’ Ze zag hoe de Slowaakse politie kolossale fouten maakte in het onderzoek. Omdat men eerst uitging van een gaslek, werd er onvoorzichtig omgesprongen met bewijzen en vingerafdrukken. Holcová werd zeven uur verhoord. ‘Ze vroegen naar dingen die je ook gewoon op internet kunt vinden.’ De rechercheurs wilden haar telefoon uitlezen, maar dat weigerde ze.

Het uiteindelijke onderzoek groeide uit tot het grootste in de Slowaakse geschiedenis. Holcová wist het dossier in handen te krijgen, een hallucinante hoeveelheid informatie van 57 terabyte. Holcová: ‘Ter vergelijking: de Panama Papers waren 4 terabyte.’ Met haar Slowaakse collega’s zet ze Kuciaks werk voort. De man wiens digitale vingerafdrukken op de moord werden gevonden, zakenman Marian Kocner, werd in eerste aanleg vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Tijdens het hoger beroep oordeelde het Hooggerechtshof dat de zaak over moet.

Er was een tijd dat Holcová en haar collega’s geregeld discussies hadden over hun verhalen. Vaak is het taaie kost over steekpenningen en schimmige bv’tjes. ‘Er staan geen helden in, of happy endings. We vroegen ons af of die stukken wel beklijfden. Toen kwam de moord en gingen er tienduizenden Slowaken de straat op. Ineens zagen we dat mensen er wel degelijk om gaven. Als die demonstraties er niet waren geweest, weet ik zeker dat veel collega’s hun baan hadden opgezegd.’

De Volkskrant bestaat binnenkort 100 jaar. Ter gelegenheid daarvan spreken we internationale journalisten die op het scherp van de snede hun werk moeten doen.

Media in Tsjechië

Plaats op de persvrijheidsindex van Reporters Without Borders (RSF): 40 (van de 180). In 2015 stond Tsjechië nog op plek 13.

Minister-president Andrej Babis is een zakentycoon met een meerderheidsbelang in de kranten MF Dnes en Lidové noviny. De premier verweert zich door te zeggen dat hij de titels in een trustfonds heeft geplaatst waar hij geen invloed op heeft, maar aan die uitleg wordt weinig geloof gehecht.

Daarnaast bestaan er zorgen over de onafhankelijkheid van de Tsjechische publieke televisie (CT). Mensen uit de nabijheid van president Milos Zeman dreigen benoemd te worden in de raad van bestuur en zouden op die manier de koers kunnen beïnvloeden. Zeman haalde veelvuldig uit naar journalisten. In 2017 zei hij dat ze ‘geliquideerd’ moesten worden – naar eigen zeggen voor de grap.

Tweekoppig monster

Journalisten in Midden- en Oost-Europa worden vrijwel permanent geplaagd door een tweekoppig monster. De ene kop is die van de corruptie en politieke inmenging: grote titels in Hongarije, Tsjechië en Bulgarije staan onder controle van oligarchen die nauwe banden onderhouden met de regering. Het resultaat: propaganda en zelfcensuur. Recent werd bekend dat Hongarije en Azerbeidzjan onderzoeksjournalisten hebben laten afluisteren.

De tweede kop is de vervlechting van boven- en onderwereld. De Slowaakse onderzoeksjournalist Ján Kuciak werd in 2018 vermoord toen hij een crimineel netwerk op het spoor was, met onder meer een lijntje naar toenmalig premier Robert Fico. Na de moord trad Fico af.

Meer over