HAAL NOOIT EEN KUNSTENAAR IN HUIS

0K UNSTENAARS zijn veelal misdadige parasieten - wie dat nog niet weet, heeft kak in zijn ogen - maar wat zich schrijver en dichter noemt, is gemeenlijk het allerergste schorem dat de schepping heeft voortgebracht.' Gerard Reve laat zich altijd goed citeren....

Met het oordeel over zijn kunstbroeders staat de volksschrijver overigens vrij alleen. Afgezien van journalisten, bestaat er waarschijnlijk geen beroepsgroep die een hogere dunk van zichzelf heeft dan het kunstenaarsvolkje.

Echt verbazen deed het me dan ook niet dat de aarzelingen die ik twee weken geleden durfde uitspreken over de waarde van politieke inspanningen van kunstenaars, tot agressieve reacties leidden. Kunstenaars mogen volop de vloer aanvegen met politici; politiek geïnteresseerden die zich zorgen maken over het maatschappelijke onbenul van menig kunstenaar, worden daarentegen al gauw voor proleten uitgemaakt.

Dat Nederlandse kunstenaars een bijzonder boeiende gesprekspartner zijn voor 'Den Haag', is een wijd verbreid misverstand. Vorige week nog betoogden twee bestuursleden van de PvdA-groep 'De Mei' (nee, daar had ik ook nog nooit van gehoord) in NRC Handelsblad dat kunstenaars inzicht bieden in 'dieptestructuren en onzichtbare velden van een samenleving' en alternatieven presenteren die uitnodigen tot een dialoog. Kunst zou, naar het woord van Picasso, de leugen zijn die de waarheid laat zien.

En een andere loopjongen van de kunstwereld, de secretaris van de Raad van Cultuur, beweerde onlangs in Liberaal Reveil dat kunst een van de belangrijkste factoren voor het maatschappelijk voortbestaan is. Kunst zou stimuleren tot ethische reflectie en het beschavingspeil verhogen.

Nu lijkt het me in het algemeen lastig om een verband tussen artistiek niveau en beschavingspeil aan te tonen. De Duitsers hebben een hoop vooraanstaande componisten en schrijvers voortgebracht, maar zijn tevens verantwoordelijk voor de holocaust.

China met zijn hoogstaande eeuwenoude cultuur, wordt bestuurd door communisten die talloze mensen over de kling hebben gejaagd. In Italië, merkte Orson Welles in The third man op, gingen briljante artistieke prestaties gepaard met moord en doodslag, terwijl het vredige, welvarende Zwitserland als cultureel hoogtepunt de koekoeksklok kent.

Het staat vast dat sommige kunstenaars een waardevolle rol hebben gespeeld bij de strijd tegen dictatuur, ook al is bij veel geëngageerd werk de bedoeling fraaier dan het resultaat (Kraaijpoel noemt Picasso's Guernica, dat afgelopen zaterdag bij de boze brieven naar aanleiding van mijn column werd afgedrukt, niet geheel ten onrechte 'een lichtelijk ridicuul schilderij van het soort dat alleen nog door kunsthistorici belangrijk wordt gevonden'). Dit laat onverlet dat heel wat collega's achter repressieve stelsels hebben aangehold.

Daar komt bij dat een gezonde afkeer van dictatuur een te smalle basis vormt voor waardevol politiek engagement in parlementaire democratieën. Kunstenaars die respect hebben verworven met hun moedige strijd tegen onderdrukking, blijken in een vrije samenleving soms enge figuren met enge denkbeelden. Je moet er niet aan denken dat Rusland Alexander Solzjenitsyn - briljant schrijver, onverzettelijk mens, maar slavofiele reactionair - als president zou hebben.

Verder gaat het in de Nederlandse politiek niet om het gevecht tussen vrijheid en dictatuur, maar om de hoogte van het financieringstekort, de aanleg van wegen, de werking van de arbeidsmarkt en soortgelijke prozaïsche vraagstukken. Wat moeten we in een debat over de EMU met gedichten die 'onzichtbare velden' tonen of schilderijen die de 'waarheid liegen'?

De politieke uitlatingen van kunstenaars boezemen over het geheel genomen ook weinig vertrouwen in. Neem onze schrijvers. De meesten hebben zich vanzelfsprekend allang moreel gediskwalificeerd door te heulen met het communisme, maar ook de bijdrage van hun tegenvoeters houdt niet over. Ik herinner me dat wijlen W.F. Hermans in het televisieprogramma Postema op Pad schrijvers 'het slechte geweten van een natie' noemde. Vervolgens klaagde hij uitvoerig over de verkeerde kleur rouge (geel) van Maij-Weggen, en stak hij de draak met het gewicht, het achterwerk en het gebit van 'Ien Daal'. Niet echt een belangwekkend politiek inzicht van dit nationale geweten.

Ik ken slechts weinige Nederlandse schrijvers die de moeite hebben genomen een constructieve bijdrage aan het politieke debat te leveren. Dirk Ayelt Kooiman, die in 1981 een heuse nota publiceerde waarin hij nauwkeurig aangaf hoe het kunstbeleid eruit diende te zien, heeft geen navolging gekregen.

Zijn collega's zijn blijven steken op het niveau van Gerrit Komrij, die politiek een zootje vindt, politieke partijen één pot nat noemt, en zich te intelligent acht voor het 'politieke gewissewas'.

Vanzelfsprekend hebben kunstenaars recht op hun politieke opinies. Maar er bestaat geen enkele aanleiding om aan deze meningen meer waarde te hechten dan aan de wijsheden van slagers, taxichauffeurs of accountants.

Meer over