Hÿsselby

Hoor hoe Sting over de Russen zingt

In Hässelby formuleert de Noor Johan Harstad heldere inzichten over kunst, liefde en socialisme. Maar wat hebben die ruimtewezens in het verhaal te zoeken?

Drie jaar geleden debuteerde de piepjonge Noor Johan Harstad (1979) met een innemende roman, getiteld Buzz Aldrin waar ben je gebleven?, over de tweede astronaut die voet op de maan zette. In 2008 verscheen het in vertaling op de Nederlandse markt. Strekking van het verhaal was dat je een groot mens moest zijn om de tweede plaats te kunnen verdragen. Het boek liet zich lezen als een pleidooi voor bescheidenheid, voor het onderkennen van de menselijke nietigheid. In omgekeerde richting aan de geschiedenis van Aldrin liep het verhaal van de jonge Mattias, die het juist verkoos om almaar op de achtergrond te blijven. Beide romanfiguren hadden zo iets te ontdekken.

De kritieken waren bepaald positief, maar iets anders dat opviel was dat veel recensenten zich verloren in het navertellen van de inhoud. Dat lag vooral aan de roman, die voor Nederlandse begrippen een vreemde structuur had: er waren de grote gebeurtenissen uit de geschiedenis, de bekende feiten en maatschappelijke discussies, én er was de crisis van het individu die in totale afzondering een depressie doorstond.

Zoals gepresenteerd in de roman leken het strikt gescheiden gehelen, die slechts in de verte met elkaar waren verbonden. Een Nederlandse uitgever had er vast twee afzonderlijke romans in gezien. Maar in Noorwegen denken ze daar anders over. Harstads tweede roman, Hässelby, het demonteren is begonnen, vertoont exact dezelfde constructie.

Opnieuw is er de stem van een sympathieke, jeugdige verteller. En weer zijn er twee afzonderlijke verhalen. Het eerste gaat over de teloorgang van de socialistische ideologie, het tweede over de depressie waarin de verteller terecht komt na de ontdekking dat alles gedoemd is te verdwijnen.

Hij meent dat het verdwijnen van alles zo onmenselijk is dat er hogere machten in het spel moeten zijn. Dat blijkt inderdaad het geval. Ruimtewezens, demonen en andere snoodaards duiken in de slotfase van het verhaal op om mensen, gebouwen en gebeurtenissen te laten verdwijnen. Dat maakt de constructie van de roman als geheel onevenwichtig: de realistische inzet van het verhaal, de kritische overpeinzingen van de hoofdpersoon; alles wijst in de richting van een geëngageerde roman waarin aandacht is voor een verandering in mentaliteit in de laatste decennia van de vorige eeuw.

Harstad betreedt vele terreinen, en met kritische blik: de kunst, het kapitalisme, het socialisme - 'socialisme is een button'. Hij heeft het over de relatie tussen kinderen en ouders: 'dit is het echte Stockholmsyndroom', maar ook gewoon over verliefdheid. Dat is: de beste voor iemand willen zijn. Zo simpel en helder geformuleerd lees je het zelden. Pijnlijk dan, dat die inzet met al die memorabele zinnen, mooie scènes en kritische noten detoneert met de afwikkeling van de geschiedenis waarin duistere waanfiguren zo plots opduiken dat het is alsof je een ander boek zit te lezen.

In het eerste deel volgen we een vader en zoon die op een flatje wonen in Hässelby, een plaatsje in Zweden. Moeder heeft het gezin verlaten. Als de jongen klein is, gelooft z'n vader heilig in de sociaaldemocratie. Dat geloof echter verpulvert als in 1986 Olof Palme, de toenmalige Zweedse premier, wordt vermoord. Vader verbittert. In het hart van de jaren tachtig is het no future-gevoel genadeloos aanwezig. In de muziek, in de aankleding, in de lamlendigheid. Goed zichtbaar is de teloorgang van het grote ideologische verhaal in een scène waarin Albert vertelt dat hij en zijn vader altijd vertrouwen hadden in de Sovjet-Unie en de Volksrepubliek China. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog, wanneer Ronald Reagan grapt de rode knop te zullen bedienen, komt aan dat vertrouwen een eind. 'I hope the Russians love their children too', hoort Albert Sting zingen en zo valt de grote geschiedenis op een pra

chtige manier samen met de kleine.

Albert probeert zich los te maken van zijn vader. Hij vertrekt naar Duitsland, komt in Japan terecht en in Parijs, waar hij een jaar blijft hangen. Dat had het moment kunnen zijn om alles anders te doen, om anders te worden dan z'n vader. Maar hij gaat na dat jaar terug naar Hässelby om langzaam maar zeker de plaats van pa in te nemen. Dat een depressie volgt, met spookachtige wanen erbij, ligt haast voor de hand.

Dat frisse, springerige, dat prettig geëngageerde en die vertrouwelijke manier van vertellen zijn dan als bij toverslag verdwenen. Heel jammer, want juist dat maakt Harstad tot een krachtige schrijver.

Meer over