Groots uitzicht maakt minimale kamers ruim

Nog niet zo lang geleden was het een dubbele garage: twee auto’s erin, en het gebouw was vol. Maar er kwam een slimme architect aan te pas (Jonathan Feldman) en nu is het een volwaardige woning....

Hilde de Haan

Nieuwe kleine huizen is een vervolg op het succesvolle Kleine Huizen dat in 2007 bij Librero verscheen en beperkt zich, net als die uitgave, tot de luxe variant in deze sector. Geen hutjes in derdewereldlanden dus, maar woningen waarbij design en architectuur volop zijn ingezet. Sterk vertegenwoordigd is Japan, waar immers de kunst van het minimale wonen een eeuwenoude traditie is. Dat toont bijvoorbeeld het ‘geplooide huis’ in Nagareyama, van Cell Space Architects: een stalen bouwwerk met naar voren hellende gevels (wat bij aardbevingen meer veiligheid biedt) en spanten die op de plooien van een kimono lijken. Fraai is ook het C-2 huis, in Yamanashi, dat als een gekantelde kubus tegen een helling is gevleid. Het heeft een dichte, zwart geverfde houten muur aan de straatkant, en volle glasgevels aan de achterzijde waardoor het dal beneden in het huis overal is te ervaren.

Een dergelijk groots uitzicht is dikwijls toegepast; het maakt zelfs minimale kamers minder krap. Daarnaast zijn deze huizen uiterst strak en efficiënt, met witte wanden, dubbel bruikbaar meubilair en handig weggewerkte, grote kasten. Dat heeft ook nadelen: ze zijn meestal erg kil. Wat dat betreft, is het fijn dat ook een paar vakantiehuisjes in het boek zijn opgenomen. Hier wordt geen schijn van ruimte opgehouden; ze zijn veel knusser, rijk van kleur en opgebouwd uit warme materialen. Met als meest sprekend voorbeeld het Coconhuis, van Michael Bellemo en Cat MacLeod, bij de Wye River in Australië. Het heeft de vorm van een reusachtige watermeloen, is helemaal van hout (al is de buitenkant met metaal bekleed), hangt tegen een steile berg, en brengt ‘het wonen’ terug tot zijn absolute minimum: een knusse schuilplaats, in een woestenij rondom.

Hilde de Haan

Meer over