DagboekWillem de Clercq (1795-1844)

Groot gejuich: de kozakken zijn in Amsterdam

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Erik van den Berg
Een ets van Amsterdam, met zicht op het Paleis op de Dam, 1800. Beeld Getty Images
Een ets van Amsterdam, met zicht op het Paleis op de Dam, 1800.Beeld Getty Images

Amsterdam, 24 november 1813

Deze dag, die in de jaarboeken van onze geschiedenis steeds beroemd zal zijn, begon met een vriendelijk aangezicht te tonen, want het weer was overheerlijk schoon. Weldra verspreidde zich de tijding dat de Kozakken aangekomen waren. Deze waren inderdaad hedenmorgen aan de poort verschenen. Twee derzelver waren in de stad doorgedrongen, ontdekt en naar het stadhuis gebracht.

Ik wandelde naar de Dam en was verwonderd om hier een allergrootste hoeveelheid nieuwsgierigen te zien. Alle ramen van alle huizen en uitstallingen, zelfs de daken gepropt met mensen. Na enige tijd werd onder het spelen der klokken de Statenvlag met een oranje lint uit de openingen der toren gestoken en in top gehesen, de deuren van de tweede verdieping openden zich, achttien heren vertoonden zich op het balkon en lazen aldaar af de benoeming van Kraijenhoff tot commandant van de stad en daarna de Haagse proclamatie aan het volk van Nederland.

Nu ging van alle kanten een groot gejuich op. Alle hoeden wapperden in de lucht en het ‘Hoezee’ en ‘Oranje boven’ weergalmde alom. Ik kan het niet ontkennen, dat het ophijsen van die zo geliefde vlag, die eens op het schip van De Ruyter waaide, mij verrukte toen ik haar weer voor het eerst op Amstels Capitool zag golven.

Willem de Clercq (1795-1844), literator, handelaar in granen en bankier. Ingekort fragment uit Woelige weken. Querido, 1988.

Meer over