InterviewCarola Schouten

Groen-met-witte maakt bij Carola Schouten liefde, nostalgie en verbinding met haar geboortestreek wakker

Wat zeggen je eetgewoonten over wie je bent? We bespreken het in een reeks interviews. Carola Schouten, demissionair vicepremier en minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, tweede op de lijst van de ChristenUnie: ‘Ik kan soms wel een week eten van de kliekjes in mijn koelkast.’

Minister Carola Schouten. Beeld Renate Beense
Minister Carola Schouten.Beeld Renate Beense

In de familie van Carola Schouten (43) neemt de verleiding af en toe de gedaante aan van een bord oer-Nederlands eten. Haar moeder en haar zoon maken daar slim gebruik van. Als mevrouw de demissionair minister en vicepremier het landsbelang weer eens belangrijker acht dan een bezoek aan haar moeder, gaat haar zoon weleens in zijn eentje naar oma. Goeie kans dat die twee samenspannen boven een van haar lievelingsgerechten. ‘Dan komt mijn zoon terug in Rotterdam en zegt: wij hebben lekker groen-met-witte gegeten, dat heb jij mooi gemist – ik word er dus weleens mee gestraft.’

Groen-met-witte, gruun mee witte in streektaal, is een gerecht van dun gesneden, in zout ingelegde snijbonen en gedroogde witte bonen. En die dan eindeloos gespoeld, geweekt en met een stuk spek erbij gekookt, opgediend met aardappels en boterjus. Je kunt er de labels ‘slow food’, ‘fermentatie’ en ‘lokaal’ op plakken, instagrammable zal het er niet van worden. Het boerenbonte servies zie je er in gedachten bij.

Voor de demissionair minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vertegenwoordigt het bonenmaaltje liefde, nostalgie en verbinding met haar geboortestreek: soulfood bij uitstek. ‘Vroeger in de zomervakanties, als de snijbonen waren geoogst, moest ik ze snijden met een bonenmolentje, zo’n ding dat je op de tafelrand kunt vastklemmen. Mijn moeder deed dan om en om laagjes snijbonen en laagjes zout in een plastic emmer. Die stond afgesloten tot Kerst in de garage. Met Kerst aten we dan de eerste groen-met-witte. Door de fermentatie van die bonen krijgt het gerecht een unieke smaak. Nog altijd heerlijk.’

De streek, dat is het Land van Altena, reformatorisch heartland waar voorafgaand aan de hoofdmaaltijd de zegen wordt gevraagd van de Vader die al ’t leven voedt. De nummer twee op de lijst van de ChristenUnie is geboetseerd uit dezelfde rivierklei als schrijver Marieke Lucas Rijneveld – boerendochter, gereformeerd. Het dorp Waardhuizen, waar ze opgroeide, ligt in de protestantse zoom van katholiek Noord-Brabant. De geur van koeien en kuilgras is hier vanouds sterker dan die van varkens, die meer op de zuidelijker zandgronden vertoeven.

 ‘Voedsel kwam uit de directe omgeving’. Beeld Renate Beense
‘Voedsel kwam uit de directe omgeving’.Beeld Renate Beense
‘Iedereen in mijn omgeving was op een of andere manier bezig met het produceren, conserveren of bereiden van iets.’ Beeld Renate Beense
‘Iedereen in mijn omgeving was op een of andere manier bezig met het produceren, conserveren of bereiden van iets.’Beeld Renate Beense

De ouderlijke boerderij was een melkveebedrijf. Schouten was 9 jaar toen haar vader tragisch verongelukte op het eigen erf, waarna moeder met hulp van haar drie jonge dochters een paar jaar het bedrijf runde. Ieder had zijn taak – de bewindsvrouw leerde jong koken en koeien melken. ‘Voedsel’, zegt ze over het eten uit haar jeugd, ‘kwam uit de directe omgeving. Je wist altijd wat je at, in die zin dat je precies wist waar het vandaan kwam. Mensen uit de buurt kwamen bij ons melk halen. Wij op onze beurt aten groenten die de buurman had geteeld.’ Geregeld werd ze eropuit gestuurd, emmertje aan de arm, om bessen te plukken bij de buren of wilde bramen op een ongetemd landje in de omgeving. ‘Mijn moeder maakte liters bramen- en bessensap dat werd ingevroren voor de winter.’ Zelfgemaakte griesmeelpap met sap – ‘waar kom je het nog tegen’ – is voor Schouten synoniem voor zondagsgeluk.

Voedsel was geen vluchtig goed, ook op het platteland niet, er moest zorgvuldig mee worden omgegaan. Die overtuiging was in de jaren zeventig en begin tachtig nog verankerd in een groot deel van de Nederlandse bevolking – de onuitputtelijkheid van de supermarkt werd nog niet beschouwd als onvervreemdbaar recht.

‘Iedereen in mijn omgeving was op een of andere manier bezig met het produceren, conserveren of bereiden van iets’, zegt Schouten. ‘Je kon bijvoorbeeld nergens op bezoek gaan of er lagen appeltjes te drogen op de verwarmingsradiator, een oude panty deed dienst als droognetje. Niemand keek daarvan op, want iederéén had thuis zo’n panty met zoete appeltjes op de verwarming liggen. Als verderop in de straat aardappels werden gerooid, moest ik als kind achter de rooiers aan om wat van de achtergebleven aardappels op te rapen. Ik schaamde me er een beetje voor, al waren we zeker niet arm. Het was meer een levenswijze.’

Korte ketens, no waste. Je zou er met wat goede wil een schaalmodel in kunnen zien voor de kringlooplandbouw waarvoor ze zich sterk maakte als minister. In feite is het oeroude boerenwijsheid, al moeten een generatie later taskforces, multichannelmodellen en impactsessies worden opgetuigd om consumenten en soms ook boeren zelf hiervan te overtuigen.

Toen Schouten halverwege de jaren negentig op kamers ging in Rotterdam, waar ze bedrijfskunde ging studeren, werd de nieuwe vrijheid in de eerste weken geconsumeerd in de vorm van alle denkbare toetjes. ‘We aten thuis meestal yoghurt als nagerecht. Ik dacht: nu kan ik álles uitproberen wat ik wil, alles door elkaar.’ Reikte de exotiek op tafel thuis niet verder dan af en toe macaroni, multicultureel Rotterdam bracht nieuwe avonturen.

Producten in de favoriete supermarkt. Beeld Renate Beense
Producten in de favoriete supermarkt.Beeld Renate Beense
‘Koken geeft rust, tenminste als ik er even tijd voor kan nemen.’ Beeld Renate Beense
‘Koken geeft rust, tenminste als ik er even tijd voor kan nemen.’Beeld Renate Beense

‘Om de hoek zat een rotizaakje. In ons studentenhuis hadden we kookbeurten – studentenvoedsel, pasta, rijst, en dat soort dingen – maar als er iets te vieren viel en we hadden wat geld, gingen we daar eten, of afhalen. Surinaams eten, Indisch, Marokkaans, ik leerde het kennen in Rotterdam. In feite aten we daar dus ook wat er in de directe omgeving te koop was. Na een tijdje constateerde ik dat ik al weken geen patat had gegeten, om de eenvoudige reden dat er geen klassieke snackbar was in de buurt.’

Het verlangen naar het ‘buitenland’, naar andere culturen was er al van jongs af aan – een deel van haar studie deed ze in Israël. ‘Een complex land, er komen daar zoveel zaken samen, politiek, geschiedenis, religie: er is geen plek in de wereld waar je op een vierkante kilometer drie wereldgodsdiensten zitten. De Joodse en de Arabische keukens lopen door elkaar. Omdat Joden uit alle delen van de wereld naar Israël emigreerden, komt op tafel de hele wereld langs.’

Bij de familie van haar toenmalige vriend in Tel Aviv vierde ze geregeld sjabbat. ‘Niet dat ze erg religieus waren, het was voor hen meer een social event. Alle religieuze feestdagen hebben speciale eettradities. Voedsel, religie en cultuur zijn daar sterk verweven. Dat vind ik mooi.’ Dit gezegd hebbend mijmert ze even weg onder het hoge plafond van de ministeriële werkkamer over rokerige aubergines, geblakerd boven open vuur, met tehina (saus van sesampasta, red.), die ‘speciale, uit de Joodse winkel. Ik ga daar een keer in de zoveel tijd naartoe om een voorraadje in te slaan, tehina, en van die pannenkoekjes: malawach.’

Ze kwam zwanger terug in Nederland, moest haar studie afmaken, had geen werk, nauwelijks geld, besloot niettemin haar baby alleen op te voeden, én vond tijd om te koken al was dat mede uit financiële noodzaak. ‘Ik kookte vaak vooruit, ook babyvoeding. Die vroor ik in, zodat ik altijd een voorraadje had.’ Inmiddels woont haar zoon op kamers. ‘Als hij thuis eet, maak ik op zijn verzoek vaak Hollandse pot, met vlees, al eet ik zelf weinig vlees.’

Bij de favoriete supermarkt van Carola Schouten. Beeld Renate Beense
Bij de favoriete supermarkt van Carola Schouten.Beeld Renate Beense
‘Ik kan soms wel een week eten van de kliekjes in mijn koelkast.’ Beeld Renate Beense
‘Ik kan soms wel een week eten van de kliekjes in mijn koelkast.’Beeld Renate Beense

Als het even kan, is dat vlees biologisch en gekocht in een boerderijwinkel net buiten Rotterdam. Als het even níet kan, sprint ze door de supermarkt om thuis wat in elkaar te flansen. Gelukkig is er tussen boze boeren, het besturen van het land en campagnebezigheden door meestal wel tijd om te koken, zegt ze, zeker sinds de avondklok is ingesteld.

‘Koken geeft rust, tenminste als ik er even tijd voor kan nemen. Het is een moment waarop ik niet met politieke zaken bezig hoef te zijn. Heb ik weinig tijd dan maak ik snel iets als een pastaatje of couscous. Restjes vries ik altijd in, rijst bijvoorbeeld – een volgende keer heb ik wat curry over die daar dan bij kan.’ Het is dat ‘onbewuste bewustzijn’ uit haar jeugd, zegt ze: ‘Eten weggooien zit gewoon niet in mijn systeem. Ik kan soms wel een week eten van de kliekjes in mijn koelkast – allemaal goed voedsel, niets mis mee.’

Tijdens het coronaberaad in het Catshuis: ‘Broodjes, meestal is er ook soep, en fruit na. Alleen Rutte wil altijd lasagne.’

Ottolenghi: ‘Zeker favoriet. Ik heb drie kookboeken van hem staan.’

Favoriet zoet: ‘Melkchocolade.’

Restaurant: ‘Ik hou ervan om nieuwe keukens uit te proberen. Net voor de restaurants dichtgingen door de coronamaatregelen heb ik Syrisch gegeten.’

Lust geen: ‘Kaas. Niet echt handig nee, voor een minister van Landbouw.’

Recept: Geblakerde aubergine met tehina

-2 aubergines

-2 grote tomaten

-handje wal- of hazelnoten

-verse munt

-scheutje olijfolie

-techina

Maal de tomaten in een staafmixer tot pulp en laat staan. Rooster de aubergine onder de grill (reken op drie kwartier, elke tien minuten omdraaien) of boven een gaspit: steek een aubergine aan bijvoorbeeld een lang mes en leg hem op de gaspit. Blijf draaien tot het velletje helemaal zwart is en gaat schilferen. De aubergines moeten van binnen zacht aanvoelen als je erop drukt. Laat ze wat afkoelen en schraap het vel eraf met een mes. Als ze goed gaar zijn gaat dit vanzelf. Druk ze een beetje plat met de achterkant van een lepel en besmeer ze met techina, doe er wat gepureerde tomaat over, nootjes en muntblaadjes, olijfolie en eventueel nog wat zout en peper. Druppel er nog wat olijfolie over.

Tehina is kant-en-klaar te koop. Zelf maken kan ook:

-2 el sesampasta (tahin)

-2 el olijfolie

-1 el water

-½ theelepel chilivlokken

-½ theelepel zout

-1 teentje knoflook

-handjevol platte peterselie

-sap van 1 citroen

Doe alles in de staafmixer of keukenmachine en mix tot een gladde saus. Blijft de saus te dik doe er dan nog wat water bij.

Meer over