GRIEKEN EN AARDBEVINGEN

IN HET traditionele overzicht van natuurrampen dat ook na de Turkse aardbeving wereldwijd verscheen, kreeg in de Griekse media één bepaalde catastrofe speciale aandacht: de aardbeving van 2 maart 1354, precies in de regio waar Engelados, god der aardbevingen, zesëneenhalve eeuw later, op 17 augustus 1999, opnieuw vreselijk huis hield....

Willem Beusekamp

Die aardbeving uit 1354, aldus het serieuze dagblad Kathimerini, komt als gevolg van de recente ramp opnieuw grote symbolische betekenis toe. De Turken, onder leiding van sultan Suleiman, maakten in dat jaar namelijk misbruik van de ellende en bezetten nog op dezelfde dag met geweld alle Byzantijnse (lees: Griekse) nederzettingen, zonder zich te bekommeren om de slachtoffers.

Deze in Griekse ogen nog steeds schandelijke operatie betekende de doodsteek voor het Byzantijnse rijk. De Ottomanen kregen controle over de Hellespont (Dardanellen), de waterweg tussen Egeïsche en Zwarte Zee, toegang naar de hoofdstad Constantinopel, het huidige Istanbul. De Byzantijnse keizer bepleitte een vredestop met de sultan in Nikomedia, (het huidige Izmit) het industriële hart van modern Turkije en middenin het epicentrum van de recente aardbeving gelegen.

De sultan verscheen niet eens! Sterker: 99 jaar later veroverden de Turkse agressors Constantinopel, anno de komende eeuwwisseling nog steeds het spirituele centrum van de orthodox christelijke kerk en zetel van Vartholomaios I, aartsbisschop van Constantinopel, van Nieuw Rome en oecumenisch patriarch, nazaat van de apostel Andreas en geestelijk leider van wereldwijd 300 miljoen gelovigen, onder wie vrijwel alle Grieken.

Niet veel later viel heel Griekenland in Turkse handen. Eeuwenlang, de noordelijke regio Epirus zelfs tot het begin van de 20ste eeuw, leefden de Grieken onder de knoet van de Ottomaanse pasja's.

Het staat er echt, in Kathimerini van 21 augustus, met verwijzing naar maart 1354: 'Nee, dan de Grieken. Hartverwarmend hoe de bevolking massaal te hulp schiet nu het noodlot het ons vijandig gezinde buurland heeft getroffen.' De Grieken geven niet alleen geld, maar ook bloed, het ultieme bewijs dat zij persoonlijk niets tegen Turken hebben. Vliegtuigen met hulpgoederen, blijkens de in neutraal Engels gestelde opschriften ('Hellenic Parliament') verzameld door alle politieke partijen, vliegen af en aan.

Patriarch Vartholomaios - dit jaar al overbelast door de zorgen omtrent zijn volgelingen in Servië, Kosovo en Albanië; lastige benoemingsprocedures voor bisschoppen in de diaspora in Australië en de VS; irritaties rond de nieuwe, populistische aartsbisschop van Griekenland - zet zich ook in voor zijn getroffen Turkse moslimgastheren. Persoonlijk leidt hij de distributie van uit Athene ingevlogen tenten.

Woensdag 18 augustus 1999, een dag na de alles verwoestende aardbeving langs de tot ver in Griekenland lopende Noord-Anatolische breuklijn. Het ministerie van Defensie in Athene maakt bekend dat binnen enkele dagen in de haven van Thessaloniki de eerste zes van 21 Russische raketinstallaties in ontvangst zullen worden genomen. De vrijdag daarop is de minister tijdens een korte ceremonie persoonlijk aanwezig. De wapens zijn bedoeld om de Turkse agressor van het lijf te houden.

Inmiddels is voorzitter Spyros Kyprianou van het Griekse parlement op Cyprus al in Kreta geweest. Hij meldt tevreden dat de eerste batterijen van een ander tegen Turkije gericht geschut, eveneens van Russische makelij, operationeel zijn. Kyprianou condoleert de Turkse president Demirel met de vele doden, maar voegt eraan toe dat politiek en humanitaire hulp twee verschillende zaken zijn: 'Turkije houdt Cyprus sinds 1974 voor 37 procent bezet.'

De Russische Patriots zouden aanvankelijk op Cyprus worden gestationeerd. Na een Turkse oorlogsdreiging en onder druk van de Amerikanen werd vorig jaar december besloten dat de raketten naar Kreta zouden verhuizen. In totaal steekt NATO-lid Griekenland de komende vijf jaar vijftig miljard in zijn defensie, officieel 'om op gelijke voet met Turkije te blijven', eveneens NAVO-lid. Het bedrag, een zware aanslag op de Griekse begroting, komt in de richting van de kosten voor de wederopbouw van Noordwest-Turkije.

Inmiddels is duidelijk wat de aardbeving heeft aangericht, afgezien van de naar schatting 45 duizend doden. Turkije is in economisch opzicht voor lange tijd uitgeschakeld. Bovendien is er sprake van een identiteitscrisis, zoals de Grieken niet moe worden te onderstrepen. 'Anders dan Grieken (aldus het massablad Ta Nea) geloven de Turken heilig in hun staat. Zij hebben echter moeten vaststellen dat de Turkse elite, inclusief het veel geroemde militaire apparaat, na de aardbeving volledig verstek liet gaan.'

In Griekenland is democratie uitgevonden, een staatsinrichting waarvan de Turken weinig begrijpen. Dat breekt ze nu lelijk op. Aldus George Papandreou, de in Washington opgeleide nieuwe Griekse minister van Buitenlandse Zaken. Komend weekeinde reist hij naar Lapland, samen met zijn collega's van de Europese Unie voor hun tweejaarlijkse informele top.

Voornaamste agendapunt: het al jaren durende Griekse veto op zo'n miljard gulden aan Europese subsidie voor Turkije, geld dat Ankara thans meer nodig heeft dan ooit. Benieuwd, zoals de oppositie in Athene bepleit, of Papandreou zijn poot stijf houdt met verwijzing naar de aardbeving van 2 maart 1354.

Meer over