Reportage

‘Grief and Grievance’ reflecteert op de collectieve trauma’s van Afro-Amerikanen

In de tentoonstelling Grief and Grievance in het New Museum in New York reflecteren 37 kunstenaars op verlies en leed in de Afro-Amerikaanse gemeenschap. Een thema dat de vooruitziende blik verraadt van curator Okwui Enwezor, die in 2019 overleed.

Dawoud Bey, ‘Fred Stewart II and Tyler Collins’, uit de serie ‘The Birmingham Project’, 2012.  Beeld Ter beschikking gesteld door Rena Bransten Gallery, San Francisco en Rennie Collection, Vancouver
Dawoud Bey, ‘Fred Stewart II and Tyler Collins’, uit de serie ‘The Birmingham Project’, 2012.Beeld Ter beschikking gesteld door Rena Bransten Gallery, San Francisco en Rennie Collection, Vancouver

Laten we beginnen met hun namen. Addie Mae Collins, Cynthia Wesley, Carole Robertson en Carol Denise McNair. Op zondagochtend stonden zij, meisjes van 14 en 11 jaar, zich in de kelder van hun kerk om te kleden in hun koorjurken, toen eerst dat omineuze telefoontje kwam (‘Drie minuten’, zei een mannenstem, waarna hij weer ophing) en kort daarop een enorme explosie volgde die de kerk letterlijk op zijn grondvesten deed schudden. De meisjes waren op slag dood.

Die zondag 15 september 1963 is een keerpunt in de Amerikaanse geschiedenis. De bomaanslag op de 16th Street Baptist Church in Birmingham, Alabama – een racistische aanslag door vier mannen van de Ku Klux Klan – was een van de gewelddadigheden die een jaar later zouden leiden tot de Civil Rights Act, waarmee formeel de apartheid werd afgeschaft. Al zou het nog jaren duren voordat de vier verdachten werden vervolgd en veroordeeld. De zaak werd door FBI-directeur Edgar Hoover in de doofpot gestopt en pas in 1971 heropend, waarna veroordelingen volgden in 1977, 2001 en 2002. De vierde verdachte stierf in 1994, zonder formele aanklacht.

Addie, Cynthia, Carole en Carol werden van schoolmeisjes historische figuren. Wie de 16th Street Church bezoekt, vindt hun gezichten gegraveerd in een marmeren gedenksteen. Wie naar het museum over de burgerrechtenbeweging er direct naast gaat, ziet daar hun laatste pasfoto’s, uitvergroot tot iconen. Op het plein voor beide gebouwen staat het standbeeld Four Spirits. De meisjes zijn gestold brons, tot stilstand gebrachte zwart-witbeelden. Ze zijn niet vergeten, maar werden geschiedenis.

Maar in het New Museum in New York kijken ze je aan, niet als schimmen uit het verleden, maar als mensen van nu. The Birmingham Project (2012) van Dawoud Bey bestaat uit een serie indringende tweeluiken. Voor de ene kant fotografeerde Bey steeds een zwart kind dat dezelfde leeftijd heeft als een van de vermoorde meisjes in 1963, aan de andere kant portretteerde hij een volwassene van de leeftijd die het slachtoffer nu zou hebben gehad.

Dawoud Bey, ‘The Birmingham Project’, 2012. 

 Beeld Dario Lasagni (werk door Dawoud Bey, ter beschikking gesteld door Rena Bransten Gallery, San Francisco en Rennie Collection, Vancouver)
Dawoud Bey, ‘The Birmingham Project’, 2012.Beeld Dario Lasagni (werk door Dawoud Bey, ter beschikking gesteld door Rena Bransten Gallery, San Francisco en Rennie Collection, Vancouver)

Onmiddellijk treft het je als een mokerslag: dat lang geleden, meer dan een halve eeuw terug, niet alleen de kinderen zijn vermoord, maar ook de volwassenen die ze in het hier en het nu zouden zijn geworden. Dat hun dood geen afgesloten geschiedenis is, maar onderdeel van een voortgaande tragedie. Dat gekleurde kinderen nog altijd slachtoffer zijn van wit racistisch terrorisme (zoals het 11-jarige meisje dat Dylann Roofs schietpartij in een zwarte kerk in Charleston overleefde door te doen alsof ze al dood was) of van buitenproportioneel politiegeweld (zoals de 12-jarige Tamir Rice, die zonder waarschuwing werd doodgeschoten, omdat hij met een speelgoedpistool speelde). Tieners als Addie, Cynthia, Carole en Carol, tieners zoals Bey ze portretteerde: ook in het Amerika van vandaag lopen ze gevaar.

Witte overheersing en racistisch geweld domineren de geschiedenis van Afro-Amerikanen en zijn daarmee ook een wezenlijk onderdeel van de geschiedenis van de Verenigde Staten – dat is, eenvoudig gesteld, de thematiek van Grief and Grievance: Art and Mourning in America, een tentoonstelling die door Amerikaanse critici al is uitgeroepen tot ‘een van de belangwekkendste tentoonstellingen van dit jaar’ (The New York Times, Washington Post). 37 zwarte en gekleurde Amerikaanse kunstenaars – onder wie sterren als Kara Walker, Kerry James Marshall en Arthur Jafa – buigen zich over collectieve trauma’s die zich over eeuwen uitstrekken, van de slavernij tot de rassenscheiding in het zuiden, van economische uitbuiting tot sociale uitsluiting, van massale opsluiting tot ongeoorloofd politiegeweld.

Het gaat over verlies en over rouw. Over rituelen tegen verdriet en vernedering. En over doorgaan. Het is een tentoonstelling die na bezoek nog dagenlang na-ijlt.

Grief and Grievance is het geesteskind van Okwui Enwezor, de Nigeriaanse curator die vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw furore maakte met tentoonstellingen (de Dokumenta, de Biënnale van Venetië) waarmee hij de op westerse smaak gerichte kunstwereld openwrikte. Hij bood een internationaal podium aan (toen nog) onbekende Afrikaanse en Aziatische kunstenaars. In maart 2019 overleed Enwezor aan kanker, hij werd 55 jaar.

Okwui Enwezor Beeld Joerg Koch/Getty Images
Okwui EnwezorBeeld Joerg Koch/Getty Images

Het idee voor de tentoonstelling ontstond in 2018; Enwezor zag de verdeeldheid in Amerika toenemen en het witte nationalisme de kop opsteken, aangewakkerd door uitlatingen van de toenmalige president. ‘De kristallisatie van zwart leed in het aangezicht van politiek georkestreerde witte wrok vormt het steunpunt van deze tentoonstelling’, noteerde hij in zijn aantekeningen, die nu in de catalogus zijn gepubliceerd. Grief and Grievance, bedacht Enwezor, zou moeten opengaan tijdens de presidentsverkiezingen van 2020, als een morele aanklacht tegen de politiek van Trump en een oproep tot meer democratie.

Die datum werd niet gehaald. Enwezor overleed toen de voorbereidingen nog in volle gang waren; drie curatoren en een kunstenaar werkten door op basis van aantekeningen die Enwezor had bijgehouden en gesprekken die hij met hen had gevoerd. Vervolgens deed corona zijn wereldwijde intrede: vanwege de lockdown konden de bruiklenen niet worden geregeld.

En dus opende Grief and Grievance pas onlangs. Nadat een krappe meerderheid van de Amerikanen Trump had weggestemd en Biden zijn intrek in het Witte Huis had genomen. Maakt dat de tentoonstelling minder urgent?

Het antwoord is: nee, helaas. Het harde bewijs levert kunstenaar en fotograaf LaToya Ruby Frazier, die voor de serie The Notion Of Family (2002-2011) haar eigen familiegeschiedenis vastlegde. Daarmee richt ze de lens op de armzalige leefomstandigheden van Afro-Amerikaanse families in haar geboorteplaats Braddock, eens een bloeiende industriestad in de Rustbelt. Maar de staalfabriek vertrok, gevolgd door de witte gezinnen, waarna ook de politiek haar handen van de achtergebleven bevolking aftrok. Het stadje is vervallen tot armoede en geweld, de bewoners raken ziek van het giftige restafval. Ondanks verwoede pogingen van een nieuwe burgemeester is er de laatste jaren weinig aan verbeterd.

Garrett Bradley, uit de korte film ‘Alone’, 2017.  Beeld
Garrett Bradley, uit de korte film ‘Alone’, 2017.

Het racisme en de schrijnende ongelijkheid zijn te diep verankerd in de Amerikaanse maatschappij om van de ene op de andere dag (of van de ene op de andere president) te verdwijnen. Sterker, op Grief and Grievance zie je hoe de geschiedenis blauwdrukken van zichzelf blijft produceren. Neem Ellen Gallaghers zachtgekleurde collages, die de transformatie verbeelden die gevangengenomen Afrikanen op hun overtocht naar Amerika doorstonden: van subject naar object, van mens naar bezit – een transformatie die ook inhield dat ze op elk willekeurig moment van partner of kinderen konden worden gescheiden. Het is een thematiek die echoot in Alone (2017), een indringende korte film van filmmaker Garrett Bradley. Hierin volgt ze haar vriendin Aloné, wier verloofde al twee jaar in de gevangenis wacht op een vonnis. De film verhaalt over emotionele gevolgen van zwarte massa-opsluiting, door Bradley omschreven als ‘de chronische mogelijkheid van opsplitsing van zwarte families’.

Of neem de grote, witte neonletters die de woorden ‘Blues Blood Bruise’ op de gevel van het New Museum vormen. Het zijn woorden van Daniel Hamm, een 19-jarige jongen uit Harlem, New York, die in 1966 door de politie onterecht werd opgepakt en gemolesteerd. Om te bewijzen dat hij geslagen was, moest hij het bloed uit zijn blauwe plekken krabben, vertelde hij in het politieverhoor (hij versprak zich en zei blues in plaats van bruise).

Glenn Ligon, A Small Band, 2015.  Beeld Dario Lasagni (werk van Glenn Ligon, ter beschikking gesteld door de kunstenaar, Hauser & Wirth, New York, Regen Projects, Los Angeles, Thomas Dane Gallery, Londen en Chantal Crousel, Parijs)
Glenn Ligon, A Small Band, 2015.Beeld Dario Lasagni (werk van Glenn Ligon, ter beschikking gesteld door de kunstenaar, Hauser & Wirth, New York, Regen Projects, Los Angeles, Thomas Dane Gallery, Londen en Chantal Crousel, Parijs)

Dat voorval stamt uit 1964, maar het had net zo makkelijk in 2015 gebeurd kunnen zijn, toen een golf van zwart politiegeweld zichtbaar werd en kunstenaar David Ligon deze neonletters maakte. En het had ook vandaag kunnen gebeuren. Blues Blood Bruise – je kunt het demonstranten tijdens het volgende Black Lives Matter-protest al bijna horen scanderen.

Toch is Grief and Grievance niet alleen maar loodzwaar. Dat is onder meer te danken aan de vele geluidskunst die Enwezor in de tentoonstelling heeft opgenomen. Waar je ook loopt, overal klinkt wel een bezwerende treurzang (Okwui Okpokwasili), of juist het hard slaan met deuren (Theaster Gates). Er is poëtisch werk (van Lorna Simpson), er is esthetisch werk (van Kerry James Marshall) en er is (zwarte) humor, zoals Henry Taylors schilderij Every Brotha Has a Record – een verwijzing zowel naar de invloed van zwarte muziek in Amerika als naar het rechtssysteem waardoor onevenredig veel zwarte mannen een strafblad hebben.

Henry Taylor,  ‘Untitled’, 2020

 Beeld Dario Lasagni
Henry Taylor, ‘Untitled’, 2020Beeld Dario Lasagni
Kerry James Marshall, ‘Untitled (policeman)’, 2015.
 Beeld Marie-Josée Kravis, door Kerry James Marshall, ter beschikking gesteld door de kunstenaar en Jack Shainman Gallery, New York
Kerry James Marshall, ‘Untitled (policeman)’, 2015.Beeld Marie-Josée Kravis, door Kerry James Marshall, ter beschikking gesteld door de kunstenaar en Jack Shainman Gallery, New York

Maar bovenal ademt Enwezors samenstelling ook de mogelijkheid van verandering. ‘Hij zag een duidelijk pad van de Reconstructie na de Burgeroorlog naar de burgerrechtenbeweging naar Black Lives Matter’ en zag de helende werking van rouwen als een collectief ritueel, schrijven zijn mede-tentoonstellingsmakers in de catalogus. Opmerkelijke uitspraken, omdat Enwezor Grief and Grievance vormgaf vóór de gewelddadige dood van George Floyd (die twee maanden na Enwezor stierf), vóór de wereldwijde Black Lives Matter-protesten, vóór de collectief geuite rouw. En ook natuurlijk voor de bestorming van het Capitool door witte supremacisten. Maar in Grief and Grievance zinspeelt hij op de krachten die na zijn dood tot eruptie zullen komen.

Toch, merkten veel Amerikaanse critici, voelt Grief and Grievance anders dan veel van Enwezors eerdere tentoonstellingen: niet visionair of toekomstgericht, maar meer als een terugblik. Ook omdat de meeste deelnemende kunstenaars, anders dan bij zijn eerdere exposities, geen nieuwe ontdekkingen maar al gevestigde namen zijn. Een ereparade van zwarte kunstenaars, die de afgelopen jaren steeds nadrukkelijker in de grote Amerikaanse musea te zien zijn. Maar je moet je daarbij wel bedenken dat Enwezor een aantal van hen jaren terug al onder de aandacht heeft gebracht en ook de weg bereidde voor museale aandacht voor Afro-Amerikaanse kunst.

Grief and Grievance is daarom vooral een apotheose van de tendensen die Enwezor heeft voorzien en van ontwikkelingen die hij in gang heeft gezet. Het is te hopen dat de kunstenaars de toekomst hebben, maar dat het onderwerp ooit tot het verleden behoort.

Nieuw New Museum

Het New Museum in New York is een van de musea die zich tijdens de pandemie online opnieuw hebben uitgevonden. Zo lanceerde het museum (samen met kunstenaar Maurizio Cattelan) Bedtime Stories, een bizarre reeks verhalen voor het slapengaan, voorgelezen door allerlei kunstenaars. Ook nu de New Yorkse musea weer (beperkt) open mogen, gaat het New Museum online door. Het organiseert virtuele rondleidingen bij de tentoonstelling Grief and Grievance: Art and Mourning in America (via Zoom, reserveren op de site) en publiceert video’s waarin deelnemende kunstenaars uitleg geven bij hun werk.

Meer over