Taalgebruik!Woord van de week

‘Grasfalt’ verwoordt de mismoedigheid van Nederlandse ecologen over het landschap

Dialect, jargon, straattaal of neologisme – elke week ontwaart de Volkskrant een opvallend woord. In grasfalt leeft niets.

Ik maak niet vaak iets mee, maar een paar jaar geleden was ik in een Friese boerenschuur om te vieren dat gruttomannetje-met-zender Amalia weer in het land was. Syb van der Ploeg, je weet wel, van De Kast, zong een lied over ‘de koning van de weide’ en wij, boeren, natuurbeschermers en ongemakkelijke journalisten, zaten op strobalen te luisteren.

Hier hoorde ik voor het eerst het woord ‘grasfalt’ vallen. Het was fijn dat Amalia uit Spanje was teruggekeerd. Maar, zei trekvogelecoloog Theunis Piersma, op de meeste Nederlandse weiden zou hij niets te eten vinden: geen wormen, geen langpootmuggen. Jongen zouden zich niet tussen de bloemen en hoge grassen kunnen verschuilen, zouden door een vos gegrepen kunnen worden omdat die geen lekkere kikkers meer kon vinden. Het leven is niet makkelijk op een grasmat gedrenkt in drijfmest, het ‘gif van de gruttoweide’.

Grasfalt dus: het ziet eruit als gras, maar voor een weidevogel had het net zo goed asfalt kunnen zijn.

Met dat woord in mijn achterhoofd kijk ik sindsdien anders naar het platteland. Die horizonten gevuld met eindeloos sappig groen, dat heeft dus niet zoveel met natuur te maken. Als je goed om je heen kijkt zie je dat alles gekleurd is, maar dan andersom. Er zijn meer begrippen die met een zekere intensiteit de mismoedigheid van Nederlandse ecologen over het landschap omschrijven: groene woestijn, landschapspijn, ecocide.

Je kunt ook een vrolijkere bril opzetten. Zoals J. Eijkelboom, die over ons overbemeste platteland schreef: ‘De stront hangt in de lucht/ als een gordijn van goudbrokaat’.

Van Amalia is overigens al een jaar niets meer vernomen.

Lees hier alle afleveringen van alle rubrieken van de pagina Taalgebruik! uit de Volkskrant.

Meer over