Grandioos avontuur in kloeke vormen

Natuurlijk zijn er plekken waar is te zien dat het soms wat schuurde. De ambities voor het gloednieuwe Muziekkwartier in Enschede waren torenhoog....

Hilde de Haan

Dat zo verschillende werelden moeilijk samengaan, is bijvoorbeeld in de grote hal te merken. In het vroegste ontwerp was deze een ongedeelde ruimte, nu is toch maar een harde grens aangebracht: een kloeke sluis die het poppubliek met net te veel aplomb scheidt van de overige bezoekers. Waar het de architect ooit leuk leek om een ‘klassieke foyer’ fraai uitzicht te geven op het popcentrum, zocht hij uiteindelijk zijn toevlucht tot brede lamellen. Die foyer werd er niet vrolijker op.

En toch: juist dit soort knelpunten maakt het Muziekkwartier tot wat het is: een grandioos avontuur met grootstedelijke allure. Het is een stad op zich, waar dus ook onvermijdelijk ongemak bestaat. Dat kan een bron van ergernis zijn, maar moet tegelijk worden gekoesterd. Het maakt het bouwwerk er wel boeiender op.

Het Enschedese Muziekkwartier is daarmee tekenend voor de ontwerper. Jan Hoogstad (78) is bij uitstek een stedelijk architect, een Rotterdammer die zo’n grote opgave ook onmiskenbaar stevig wil neerzetten. Zelf vergeleek hij de nieuwbouw met een oceaanstomer die zomaar naast het station is aangemeerd. Toch voegt het volume zich mooier in de omgeving dan die vergelijking suggereert.

Dat komt alleen al door zijn vorm: slechts de blokken van de muziekschool en het nog te realiseren hotel zijn rechthoekig. Aan de stadskant stulpt het bouwwerk uit, en vormt daar schuine en gewelfde wanden. Het bouwwerk wordt fraai beëindigd met een hoog front aan het Willem Wilminkplein.

Ondanks dat dit gebouw een eenheid is, zijn er wel verschillende onderdelen in te onderscheiden. Dat geldt al aan de buitenkant. Het popcentrum bevindt zich het dichtst bij het station en de gevels zijn hier donker en grotendeels met koper bekleed. Direct hieraan vast zit het breedste deel waarachter zich de grootste zaal bevindt: hier zijn stralende glasgevels, met lichte horizontale lamellen.

Die diversiteit is binnen nog sterker. Vooral hier spiegelt zich een unieke werkwijze van Hoogstad die, als tegengif tegen te veel ratio, ook gevoelens opzoekt in zo’n bouwproces. Zo probeert hij te achterhalen welke sfeer gebruikers in een bouwwerk wensen, en als hulpmiddel gebruikt hij daar schilderijen voor. In Enschede ging de voorkeur uit naar De Kus van Gustav Klimt. Alleen popcentrum Atak prefereerde de veel donkerder getinte Waternymf van Klimt.

Het vertalen van zulke sfeerwensen in architectuur is uiteraard niet simpel. De oude Hoogstad blijft herkenbaar in kloeke vormen en robuuste materialen, waarbij ook geen enkele poging is gedaan om – bijvoorbeeld – een ontmoeting tussen houten spanten en metalen kolommen een beetje soepel te laten verlopen. De omvang van gebouwdelen en de hardheid van materialen worden nergens verdoezeld of verzacht.

Maar gelukkig vult Petra Blaisse hem aan: zij heeft een 150 meter lange wand door het hele complex van een wonderschoon behang voorzien, waarin de kleuren en tekening variëren: donker bij het popcentrum, fris geelgroen vlakbij de grote zaal. Klimt is ook herkenbaar in de vele rondingen van het gebouw, zoals in de adembenemende ruimtes in de foyers en vooral ook in de grote zaal. Deze kreeg de vorm van een reuzenschelp: goed voor een grootse akoestiek maar bovenal: een weldadige belevenis.

Meer over