Grande finale in comebackjaar Astrid Roemer

Het jaar van de terugkeer van Astrid Heligonda Roemer (68) heeft een grande finale gekregen door de toekenning van de P.C. Hooftprijs voor haar proza. De prijs van 60 duizend euro zal Roemer (geboren op 27 april 1947 in Paramaribo) in mei 2016 in Den Haag worden uitgereikt. De jury passeerde daarmee de gedoodverfde winnaar Arnon Grunberg, en koos voor een schrijfster die in de jaren zeventig tot en met negentig naam maakte met romans, verhalen, toneelstukken en poëzie.

Arjan Peters
null Beeld In de Knipscheer
Beeld In de Knipscheer

Lyrisch, rijk aan beelden en symbolen, associatief 'zoals de verhaallijn van een droom' (Alice Walker) is haar proza, waarin een op velerlei manieren gebarsten identiteit weer vorm moet krijgen, vanzelfsprekend fragmentarisch en zinnelijk tot in de literaire dialogen. Tot Roemers bekendste boeken horen Over de gekte van een vrouw (1982) en de kleine duizend pagina's tellende trilogie die als 'Roemers drieling' werd gebundeld: Gewaagd leven (1966), Lijken op liefde (1997) en Was getekend (1998). 'In de vuilnishopen van de slavernij, het kolonialisme en de moderne tijd heb ik gezocht naar niet-afbreekbare resten om mijn authenticiteit als Surinaams-Nederlandse vrouw opnieuw te beleven', vatte ze de onderneming zelf samen. Geweld is 'onlosmakelijk verbonden met hoe het samenleven is ingericht', was een van haar sombere conclusies.

Roemer beschrijft een fictief westers tribunaal over de 'decembermoorden' die in 1982 in Paramaribo plaatsvonden, met als slachtoffers vijftien prominente tegenstanders van het militaire regime van Desi Bouterse. In Suriname is het nog altijd veiliger om te spreken over de taalkunstenares Astrid Roemer dan over de strijdlustige lesbienne die gevoelige thema's aanroert en naar eigen zeggen nooit meer naar haar vaderland terugkeert.

Arjan Peters keek uit naar comeback

Schrijfster Astrid Roemer was jarenlang nergens te bekennen. Vertrokken met kat, laptop en rugzak. Arjan Peters kijkt schreef in mei dit jaar deze column (+) over haar toen aanstaande comeback.

'Paradijselijke eenzaamheid

Daar werd ze in 1965 op de Surinaamse Kweekschool als dichteres ontdekt, om vijf jaar later te debuteren. In 1975 kwam ze naar Nederland, na als onderwijzeres te zijn ontslagen toen ze weigerde het Sinterklaasfeest met Zwarte Piet te vieren. In 1989 werd ze met voorkeurstemmen gekozen voor GroenLinks in de Haagse gemeenteraad, waar ze echter na een conflict met de fractie prompt weg bleef. Van 2006 tot 2009 woonde Roemer weer in Suriname.

Na geruime tijd 'in paradijselijke eenzaamheid' met haar rugzak, laptop en Perzische kat te hebben rondgezworven, onder meer in Den Haag, Edinburgh, op het eiland Skye en dit voorjaar in een Gents klooster, verscheen ze op 23 mei 2015 in het uitverkochte Amsterdamse Compagnietheater. Ze werd geïnterviewd en Karin Amatmoekrim (schrijfster en jurylid van deze P.C. Hooftprijs) bracht haar een ode. De avond werd besloten met een gezamenlijke dans op de Roemer-tekst Mi kant'o ma mi de ete, ofwel: ik dreig te kantelen maar ik ben er nog. Een motto als een levensmotto.

Over de gekte van een vrouw van Astrid Roemer Beeld
Over de gekte van een vrouw van Astrid RoemerBeeld

Vorige week ging in Amsterdam 'De wereld heeft gezicht verloren' in première, de documentaire van Cindy Kerseborn die anderhalf jaar zocht naar de schrijfster, haar in Gent aantrof en haar vertrouwen won. In gezochte afzondering bleek Roemer te hebben door gewerkt aan gedichten, een libretto en het tweede deel van haar autobiografie. In de afgelopen jaren publiceerde ze alleen de sterke bundel met 21 liefdesgedichten Afnemend (2012, slechts 125 exemplaren), en de autobiografie Zolang ik leef ben ik niet dood (2004). Veel passeert daarin de revue: haar grote liefdes- eerst een man, daarna twee vrouwen-, de veeleisende trilogie, en ook het waardeloze Hollandse advies om 's avonds de overgordijnen te sluiten: 'Hoe kom ik een dag door zonder zicht op een stuk hemel?' Onafgebroken uitzicht houdt haar 'zeemansgevoel' op peil, van iemand die onderweg is. 'Ik-vaar-wel, zeg ik weleens tegen bloedverwanten als die vragen hoe het gaat met mij. Zij weten niet wat ik bedoel en vragen niet om nader uitleg. Mijn taalgebruik is nu eenmaal anders dan wat zij gewend zijn en daarom horen zij slechts een deel van wat ik vertel.'

Meer over