GOUDMIJN MET GEBREKEN

De vondst van de enige bekende partituur van Verdi's opera Motezuma heeft de Sing-Akademie in Berlijn meer kwaad dan goed gedaan....

'Nr. 4066A' vermeldt het naamplaatje op de deur in de muziekafdeling vande Staatsbibliothek aan de Berlijnse boulevard Unter den Linden. De klinkdoet vaag denken aan messing, de bekleding van deur en muur aan houtfineer.'Alles noch originell DDR', zegt Matthias Kornemann terwijl hij de sleutelin het slot steekt. Hij gaat voor in een lage kelder, tot de nok gevuld metduizenden muziekhandschriften op lange stellingkasten. Hier ligt de schatdie Kornemann en zijn collega-musicoloog Axel Fischer sinds twee jaarbeheren: het muziekarchief van de Sing-Akademie zu Berlin. Oprichter CarlFasch stichtte in 1791 het eerste zangkoor met volwassen mannen- énvrouwenstemmen uit de geschiedenis, dat de muziekbeoefening hielp verbredenvan de hoven van keizers en koningen naar de huiskamers van de opkomendeEuropese burgerij.

Kornemann loopt naar een tafel tegen de achterwand van de kelder. Onderhet wakend oog van de Bachs Johann Sebastian en Carl Philip Emanuel, wierprentbriefkaartportretten aan de muur zijn geprikt, ligt daar het stukuitgestald dat de Sing-Akademie zowel roem als ellende bezorgde: de enigebekende kopie van de partituur van Motezuma, een opera van Antonio Vivaldi.Kornemann toont de titelbladtekst, slordig boven de eerste matengekrabbeld: 'Het bewijs dat dit werk nooit compleet is geweest', bromt hij.'Meteen na de allereerste opvoering moeten er al delen zijn zoekgeraakt.'Het bleef bij die kennelijk geflopte première in 1733, waarna de opera 270jaar lang spoorloos bleef. Totdat de Duitse musicoloog Steffen Voss in2003, hier in de lage kelder op zoek naar werken van Händel, de partituurbij toeval terugvond - het veroorzaakte een wereldwijde sensatie.

Voss kreeg een kopie mee naar huis. Puur voor wetenschappelijkedoeleinden, bezweert Kornemann. 'Hij en zijn partners hebben ons tot hetlaatst met de hand op het hart bezworen dat zij Motezuma niet zoudenuitvoeren.' Dat gebeurde toch. Begin dit jaar kondigde De Doelen inRotterdam trots een tweede 'wereldpremière' aan, uitgevoerd door hetItaliaanse barokensemble Modo Antiquo onder leiding van Federico Sardelli.Kornemann, verontwaardigd: 'Wij moesten daar via internet achterkomen.'Voss en Sardelli zeggen dat zij bijna twee jaar lang vergeefs probeerdentot een vergelijk te komen. De Sing-Akademie zou nooit van zich hebbenlaten horen - een ervaring die vele anderen delen. Volgens deze criticionderneemt de Akademie niets om de muziek uit het archief weer uitgevoerden opgenomen te krijgen. Op de valreep werd een compromis bereikt: in ruilvoor tienduizend euro gaf de Sing-Akademie De Doelen toestemming voor eenconcertante uitvoering. Maar toen Sardelli en zijn Modo Antiquo ookconcerten in het Italiaanse Braga en in Düsseldorf bleken voor tebereiden, sleepte de Akademie hen voor de Duitse rechter. Die stelde eerstde Akademie in het gelijk en daarna, in hoger beroep, Sardelli en dezijnen.

Sindsdien staan de Akademie-beheerders in de internationale muziekwereldte boek als geldwolven, slechts geïnteresseerd in de lucratieveauteursrechten op hun archief, niet in een zo breed mogelijke verspreidingvan de muziek in de geest van Akademie-oprichter Carl Fasch. In de kelderkijkt Matthias Kornemann vertwijfeld om zich heen. Hij wijst op de schimmelop de ruggen van sommige manuscripten: afdoende conservering kost honderdeneuro's per titel. Hij toont de prototypes van zuurvrije en waterbestendigearchiefdozen die de Akademie op maat liet maken. Alleen al de opslag vanhet gehele archief in zulke veilige dozen zou 50 duizend euro kosten.Geldwolven? 'Mein Gott!', roept Kornemann uit. 'Voorlopig kóst dezeverzameling alleen maar geld! En wij krijgen geen cent subsidie!'

Geen subsidie meer, touwtrekkerij rond het fameuze archief: het zijnslechts twee mijlpalen in de teloorgang van een muziekinstituut dat tweeeeuwen lang een grote naam wist hoog te houden. Ten oosten van dearchiefdozen in de Staatsbibliothek, op een steenworp afstand, bevindt zichprobleem nummer drie: de eigen concertzaal uit 1827, destijds geroemd omzijn 'zalige akoestiek', die de Sing-Akademie na 1945 kwijtraakte aan deDDR. Wat verder naar het westen viert probleem nummer vier, eenconcurrerend koor van oud-communistische komaf, triomfen in dePhilharmonie, dé concertzaal van Berlijn en de thuishaven van de BerlinerPhilharmoniker.

Michael Rautenberg, van beroep vrij gevestigd hotelman enmuziekhistoricus, was jarenlang koorlid en later ook bestuurder van deSing-Akademie zu Berlin - de personifiëring van de unieke Berlijnsetraditie van Laienchöre (leken- of amateurkoren) van artistiek topniveau,die Carl Fasch in 1791 heeft ingezet. Lid is hij nog wel, maar zingen inhet koor doet hij allang niet meer, vertelt Rautenberg in het restaurantvan de Philharmonie. Als co-auteur van een officiële biografie van deSing-Akademie rakelt hij niet zonder weemoed de rijke historie op. 'Herbertvon Karajan heeft ooit uit alle macht geprobeerd koorleider te worden vande Sing-Akademie', zegt hij. 'Tevergeefs. Dat zegt toch genoeg.'

Fasch en zijn opvolgers haalden met hun koor tal van componisten uit devergetelheid. Zo werden zij de wegbereiders van de 20ste-eeuwseoude-muziekrevival, met als legendarisch hoogtepunt de heropvoering vanBachs Matthäus Passion in 1829, onder leiding van de piepjonge FelixMendelssohn-Bartoldy. Daarnaast brachten zij vaak baanbrekend werk van huntijdgenoten onder de aandacht van een groot publiek. Als zijlijnverzamelden zij de manuscripten van al die componisten - zo ontstond hetarchief.

Dat raakte in de Tweede Wereldoorlog zoek, toen ook het eigen speelhuiswerd platgebombardeerd. De Russen bouwden de concertzaal na de oorlog weerop; de buitenkant trouw aan het origineel, het interieur 'originell DDR'.Sinds de jaren zestig herbergt dit gebouw het Maxim Gorki Theater.

In West-Berlijn hernam het koor van de Sing-Akademie zijn prominenteplaats in het muziekleven. Na de bouw van de Berlijnse Muur zagen deDDR-autoriteiten hun kans schoon. In 1963 werd in Oost-Berlijn de BerlinerSingakademie (BSA) opgericht. De verwarrende naamgeving was opzet: in debeste tradities van de communistische geschiedvervalsing eiste het nieuweinstituut de lange traditie exclusief voor zichzelf op. Het deed of deSing-Akademie, met archief en al, in de Tweede Wereldoorlog in vlammen wasopgegaan. Met die verdwijn-act boekte het nog succes ook. De nieuwepretendent ontwikkelde zich in snel tempo tot een topkoor.

In 1999 dook het muziekarchief van de Sing-Akademie op in Kiev: deRussen bleken het als oorlogsbuit te hebben meegevoerd. Na precaireonderhandelingen kwam het in 2001 terug naar Berlijn, naar de lage kelderin de Staatsbibliothek waar het tot op de dag van vandaag wordt bewaard.Michael Rautenberg was bij de recuperatie uit Kiev aanwezig; hij heeft ernog foto's van. Hij werd bestuurslid in de jaren negentig, 'als een van detwee jongeren tussen zes oude dames', toen het koor nog vijf keer per jaaroptrad. 'Maar met de artistieke kwaliteit ging het toen al bergafwaarts.'Opeenvolgende koorleiders verzuimden 'TÜV zu machen', aldus Rautenberg meteen verwijzing naar het Duitse equivalent van de APK-keuring voor auto's.

De gemeente Berlijn zucht sinds de val van de Muur in 1989 onder deimmense financiële lasten van de Duitse vereniging. Om te bezuinigen drongzij aan op een fusie tussen de BSA en de Sing-Akademie. Maar de 'oudedames' die bij dat laatste instituut tot op heden de dienst uitmaken,frustreerden dat initiatief. Zij maakten de koorleden van de BSA uit vooronbetrouwbare 'communisten'. 'Nazis', luidde het voorspelbare tegenverwijt.Belachelijk, vindt Rautenberg: 'De meeste zangers van nu hebben die tijdenniet eens meegemaakt.'

In hetzelfde jaar waarin het archief terugkwam naar Berlijn, ontnam degemeenteraad van die stad de Sing-Akademie haar subsidie. Daarmee verloorzij ook haar vaste plek in de Philharmonie, als tweede begeleidingskoor vande Philharmoniker. In dat heiligdom staat, op de avond nadat MatthiasKornemann het archief heeft laten zien, de Berliner Singakademie uit volleborst te zingen. Zij repeteert de Grande Messe des Morts van HectorBerlioz, een werk dat door de omvang van de bezetting zelden wordtuitgevoerd. De oud-communistische renegaat brengt moeiteloos de vereiste130 zangers op de been, en de klank van dit koor doet de amateurstatusvergeten. Een muziekarchief, een oude concertzaal - 'allemaal onzin', zegtLiane Kaven, voorzitter van het BSA-bestuur en zangeres in het koor. 'Wijzingen', zo formuleert de energieke blondine het cruciale verschil. 'Wijmaken muziek. Dat is toch het belangrijkste.'

Een pijnlijke constatering: want inderdaad, de Sing-Akademie zingt nietmeer. 'Voorlopig zijn er geen concerten gepland', zegt Georg Graf zuCastell-Castell, de hoffelijke advocaat die sinds 2003 voorzitter is vanhet bestuur van de Sing-Akademie. Hij is de gangmaker van de gerechtelijkeprocedures om de rechten op Motezuma, die de Sing-Akademie volgens criticials Rautenberg tienduizenden schaarse euro's kosten. Castell geeft zijneerste interview als voorzitter in zijn advocatenkantoor op de 17deverdieping van een wolkenkrabber aan de Friedrichstrasse. De locatie biedteen adembenemend uitzicht op de prestigieuze nieuwe gebouwen die de laatstejaren in Berlijn zijn verrezen - en op de meer problematische erfenis vande Wende, die voor hem helaas heel wat zwaarder weegt. Via de rechter ende gemeente wil de Sing-Akademie zijn concertzaal weer terug zien tekrijgen. 'Zonder het Gorki-theater te verjagen', voegt Castell daaraan toe.'We streven naar gezamenlijk gebruik.'

Volgens hem telt het koor nu nog vijfentwintig leden, volgens Rautenbergen de BSA nul. Op het hoogtepunt in 1841 had de Sing-Akademie zeshonderdleden, waarvan de helft zong in het koor. Castell ziet de wederopbouw vanhet koor als zijn voornaamste taak. 'Tachtig tot honderd zangers hebben wenodig.' Maar voorlopig heeft de advocaat, naast zijn drukke praktijk, dehanden vol aan de werving van fondsen. Via een omstreden statutenwijzigingmaakte hij de weg vrij voor niet-zingende donateurs. Die stromen nog niettoe: 'Dertien van zulke leden hebben we nu, vermogende Berlijnseparticulieren die graag hun steentje bijdragen.'

Achter in de schatkamer in de Staatsbibliothek wijst Matthias Kornemannnaar de plaatstalen omkasting die hij liet aanbrengen rond deverwarmingsbuizen. 'Dan staat deze ruimte tenminste niet meteen blank bijeen lekkage', zegt hij. 'Dat zou een ramp zijn.' Sinds een brand eenkostbare bibliotheek in Weimar uit 1691 in de as legde, trekken collegaFischer en hij steeds alle stekkers uit de stopcontacten wanneer zij hetarchief verlaten. Kornemann wijst naar een muur. Daarachter ligt nogzwaarder geschut: originele handschriften van Mozart, van Bachs passies enBrandenburger concerten. Ooit waren die ook van de Sing-Akademie. Verpatst,in 1860 - uit geldnood. Ach, zegt Kornemann met een scheef lachje: 'Ditinstituut heeft zo z'n ups en downs gekend.'

Meer over