‘Gouden huis’ van Nero in Rome gaat per direct dicht

De Domus Aurea, het befaamde ‘Gouden Huis’ dat de Romeinse keizer Nero voor zichzelf liet bouwen, gaat met onmiddellijke ingang dicht....

Om het gebouw te behouden zodat het open kan blijven voor het publiek is op korte termijn vijf miljoen euro nodig.

Sinds de zomer van 1999, toen een voorlopige restauratie van een deel van het paleis werd afgerond, konden tweeëndertig kamers in Nero’s paleis bezichtigd worden. Die maken deel uit van een gebouw dat tweehonderd vertrekken zou hebben omvat; honderdvijftig daarvan zijn door archeologen blootgelegd. De openstelling is ruim zes jaar geleden met veel bombarie gevierd, onder meer met een groot feest op het Piazza del Popolo in Rome. Sedertdien konden toeristen op afspraak en groepsgewijs dagelijks een rondleiding door het paleis krijgen. De Domus Aurea ging al vlug tot de voornaamste bezienswaardigheden van Rome behoren.

Nero liet zijn paleis bouwen direct na de brand van Rome, in het jaar 64. Boze tongen beweerden dat hij die brand zelf had aangestoken, Nero gaf er de christenen de schuld van. Zijn nieuwe onderkomen was al bij de opening een sensatie: het besloeg de hele ruimte tussen de Palatijn en de Esquilijn, vlakbij en deels op de plaats van het latere Colosseum. De voorgevel was met goud bekleed – vandaar de naam – en ook de interieurverzorging was in orde: goud, ivoor, parelmoer en edelstenen. Volgens de antieke schrijver Suetonius kon het plafond van de eetzaal, de ‘Sala Ottagonale’, draaien en konden er bloemen uit over de gasten worden heen gestrooid.

Na Nero’s dood, in het jaar 68, leefde Rome zijn weerzin tegen de keizer uit op diens huis en liet keizer Vespasianus het gebouw deels verwoesten. Diens zoon bouwde er een zwembad en onder keizer Trajanus werd wat ervan over was als fundament voor een gigantisch badhuis gebruikt. Dat is het behoud geweest voor wat er nu nog van de Domus Area rest: beschermd door de opbouw doorstond dat ondergronds de tand des tijds.

De huidige teleurstellende toestand wordt deels geweten aan het ontbreken van een regulier onderhoudsprogramma voor monumenten in Italië. Bovendien heeft de regering van Silvio Berlusconi de achterliggende vijf jaar zo drastisch bezuinigd op het budget voor de kunsten, dat een extraatje onvindbaar was. Voor een onmiddellijke restauratie, die openstelling van het huidige toegankelijke deel van het gebouw zou garanderen, is vijf miljoen euro vereist, zegt de archeologische dienst van Rome. Er moet een laag aarde, bovenop en rondom het gebouw, worden opgeruimd en de ruimtes moeten waterdicht worden gemaakt. Die aarde heeft het geheel weliswaar eeuwenlang voor de ondergang behoed, maar houdt ook het vocht vast. Daardoor is een rand van vijf centimeter pleisterwerk aangetast.

De Italiaanse minister van Cultuur en Cultureel Erfgoed, Rocco Buttiglione, denkt dat hij op korte termijn die vijf miljoen wel kan vrijmaken. De archeologische dienst van Rome heeft echter al jaren terug een plan gemaakt om in tien jaar tijd het archeologische werk en de restauratie grootscheeps voort te zetten. Dat kost 130 miljoen, terwijl de regering-Berlusconi het budget voor kunst en cultuur de afgelopen jaren juist met 50 miljoen heeft weten terug te brengen.

Meer over