Goscinny's humor wordt node gemist

Afgelopen maandag, voorafgaand aan de galapremière van Asterix & Obelix tegen Caesar, gaf Gérard Depardieu een korte persconferentie in het Amsterdamse Tuschinski Theater....

Dat is nodig ook, want de film - na zeven getekende de eerste met levende acteurs - heeft een vermogen gekost. Astérix & Obélix contre César werd gemaakt voor negentig miljoen gulden en is daarmee de duurste Franse productie ooit. Het is aan de film af te zien: de decors en de kostuums zijn prachtig, de stunts spectaculair (de Romeinse soldaten worden door tientallen Asterixen en Obelixen honderden meters de lucht in gestompt).

Het scenario is een ander verhaal. De makers hebben drie stripboeken (De ziener, De koperen ketel en Het 1e legioen) door elkaar gehusseld en er zelf nog het een en ander omheen verzonnen. Daar gaat het mis. De kleine nederzetting die moedig weerstand biedt aan de Romeinse overweldigers, het ge(bek)vecht om de houdbaarheid van de vis, de vals kraaiende bard en de toverdrank zijn vertrouwde elementen, Christian Clavier (de ster uit Les visiteurs), en Gérard Depardieu spelen de overbekende striphelden overtuigend, maar de hersenspinsels van regisseur Claude Zidi en producent Claude Berri zijn zowel geforceerd als overbodig.

Asterix en de toverdrank vallen in handen van de ambitieuze Catastrofus (een rol van het Italiaanse troetelkind Robert Benigni, overdadig als vanouds), die de wereldmacht van Caesar wil overnemen. Het Gallische dorp lijkt reddeloos verloren, maar druïde Panoramix brouwt gewoon een drankje dat nóg sterker is.

De titel is ook vreemd: Asterix en Obelix nemen het helemaal niet op tegen Caesar, maar helpen hem juist om Catastrofus een kopje kleiner te maken. Als dank schuift de Romeinse heerser aan bij het overwinningsdiner.

Zidi en Berri hadden beter moeten weten. Na de dood van schrijver René Goscinny in 1977 maakte tekenaar Albert Uderzo nog zes albums in zijn eentje. Het zijn met afstand de minste verhalen, die net als de film Goscinny's geniale humor missen.

De film wordt uitgebracht in twee versies: de originele Franse en, voor de allerkleinsten, een Nederlands nagesynchroniseerde onder regie van Arnold Gelderman. De eerste is te prefereren, want Jack Wouterse (als Obelix, een sterk stukje typecasting), Serge Henri Valcke (Asterix met mal Belgisch accent) en de anderen zijn vooral in de grotere scènes niet te verstaan.

Meer over