interviewGoldband

Goldband wilde zich ook weleens van een gevoelige kant laten zien. ‘Je moet het alleen even durven’

Net toen Goldband op het punt van doorbreken stond, kwam corona. Nu verschijnt alsnog het fysieke debuutalbum van de Haagse ‘boyband van zingende stukadoors’. Al laten ze dat imago inmiddels het liefst achter zich.

Goldband  Beeld Lin Woldendorp
GoldbandBeeld Lin Woldendorp

Ze hadden gehoopt, er een beetje op gerekend zelfs, dat de coronamaatregelen halverwege augustus wel verleden tijd zouden zijn. Dat ze de verschijning van hun (uitgestelde) debuutalbum eindelijk lekker groots zouden kunnen vieren met een optreden in een afgeladen strandtent, op het strand waar ze zo’n beetje opgroeiden: het Noorderstrand van Scheveningen, ‘bij het Zwarte Pad, rechts van de pier’.

U voelt ’m al aankomen: niet dus.

Toen Betaalbare romantiek van Goldband uit Den Haag online ging bij de streamingdiensten, op 13 augustus, waren de coronamaatregelen nog van kracht. Het releasefeest bij strandtent Naturel werd een kleinschalig feestje op het strand, met wat familie en vrienden. Een bevrijdend optreden zat er nog even niet in.

‘We hebben speakers op het strand gezet en het album keihard laten horen. Kring van vuren eromheen. Fakkels. Het had wel wat. Je moet er wat van maken, toch?’

Aan het woord is Milo Driessen (28), de ‘Goldbander’ met het hoogblonde matje en snorretje. Plaats van handeling: jawel, diezelfde strandtent Naturel, maar dan een paar weken later. Het is warm op Scheveningen. De zon brandt flink. De drie Goldbanders dragen slechts zwembroeken

De interviewer van de Volkskrant is te warm gekleed, in lange broek en shirt met lange mouwen, en kon bovendien de juiste duinovergang niet vinden. Daardoor moest hij een heel stuk terugsjokken over het strand, bepaald overdressed tussen de poedelnaakte badgasten, want: naaktstrand. Om zoiets kunnen ze wel lachen, de mannen van Goldband.

Goldband, met vanaf links: Milo Driessen, Boaz Kok en Karel Gerlach. Beeld Lin Woldendorp
Goldband, met vanaf links: Milo Driessen, Boaz Kok en Karel Gerlach.Beeld Lin Woldendorp

Het muzikantenleven lacht ze inmiddels weer toe. We schrijven 7 september: het einde van de Nederlandse coronamaatregelen is nu wél echt in zicht. In België mag zowat alles weer. Laat Goldband nou juist daar, in Vlaanderen, aardig succesvol zijn.

Boaz Kok (31): ‘We stonden dit weekend op Crammerock, een Belgisch festival compleet met camping voor 13 duizend man. Wij stonden in een tent waar er 3.500 in gingen. Het stroomde propvol. Hele tent op z’n kop, iedereen meezingen. Het was ons vetste optreden ooit, denk ik.’

In oktober mag de Nederlandse clubtournee van start en gaat Goldband eindelijk de doorbraak beleven die in begin 2020 aanstaande leek. De band had alles: een paar dikke culthits (Witte was, het Haagse anthem Mijn stad), een sound als een welluidende en opzwepende cocktail van synthpop, electro, house en hiphop, en een uitbundige podiumact. En, heel belangrijk, een goed verhaal: Goldband, de ‘boyband van zingende stukadoors’ uit Den Haag, vernoemd naar een veelgebruikt soort gipspleister, Goldband dus, van de Duitse fabrikant Knauf. Dun smeren geld verdienen heette hun ep uit 2019.

‘Goldband is handpleister. Eén laag smeren. Vooral geschikt voor kleine oppervlakten, die krijg je er heel strak mee’, zegt Driessen. ‘Vroeger gebruikte iedereen Goldband, maar later kwam MP 75, dat is eigenlijk veel populairder geworden en geschikter voor grote ruimten.’

Het zij gezegd. Ze waren dus echt stukadoors? Geen grap?

‘Nee man!’, zegt Karel Gerlach (‘bijna 28’). ‘Dat is echt zo. Het is een mooi vak, hoor. Ik heb het twee jaar gedaan.’

‘Rustgevend ook’, zegt Driessen. ‘Onze vaders waren stukadoors. We kennen elkaar al heel lang, al gingen we aanvankelijk niet echt met elkaar om. Ik ben zelf tien jaar lang stukadoor geweest. Wandjes smeren was mijn vak, mijn inkomen. Je verdient goed geld.’

Boaz: ‘Ik heb het maar een halfjaar gedaan. Toen was ik er wel klaar mee. En mijn aannemer met mij. Je moest vaak om 5 uur op en de wekker is niet echt mijn beste vriend, zeg maar.’

Zijn ze het stukadoorsverhaal al zat, onderhand?

‘Nou, voor foto’s of een videoreportage gaan staan stuken op een bouwplaats, en ons in overalls hijsen... daar willen we wel een beetje van af’, zegt Kok.

Driessen: ‘Aan de andere kant: het is een goed verhaal, lekker catchy. Bovendien is het waar. De meeste mensen kennen ons nog steeds niet, dus het kan geen kwaad.’

null Beeld Lin Woldendorp
Beeld Lin Woldendorp

Voor de goede orde: met muziek en andere podiumkunsten waren ze alle drie al bezig, lang voor ze gingen stuken. Boaz Kok, een jongen van de theaterschool, werkte ruim tien jaar in Pip, de beste (‘zeg maar: enige’) Haagse club, tevens concertpodium en kunstencentrum. Daar leerde hij Milo Driessen kennen, die er ook aan de lopende band culturele ‘projectjes’ deed.

Driessen kwam van de vrije school, had in bands gespeeld en een tijdje in de jeugdopleiding van ADO Den Haag gevoetbald. Hij zat ‘diep in de hiphop’ en was op zijn beurt bevriend met Karel Gerlach, die in Amsterdam een opleiding muziekproductie volgde en op zijn kamer beats zat te maken (‘hardstyle, hiphop, pop, trap’) en de ene na de andere ruwe track opnam. Ze sleutelden samen aan demo’s en bezochten graag Amsterdamse clubs als De School.

Toen ze in 2019 een week met z’n drieën in de boerderij van opa en oma Driessen in het Zuid-Limburgse Valkenburg gingen zitten, kwam Goldband eruit gerold: dansbaar, veelkleurig en Nederlandstalig.

Eén single was voldoende voor een uitnodiging voor Lowlands 2019. Begin 2020 stonden ze op het punt van doorbreken. Op Noorderslag bliezen ze al crowdsurfend het systeemplafond weg en brachten ze het publiek aan de kook met hun wilde choreografieën.

Driessen: ‘Onze dj had een hersenschudding, waardoor het aanvankelijk helemaal misging. We dachten dat het geen best optreden was en zopen ons na afloop klem.’

‘Helemaal naar de kloten’, zegt Kok.

Driessen: ‘We zwalkten door Groningen toen we ineens het bericht kregen dat we vijfde stonden op de ranglijst van beste optredens.’

Gerlach: ‘Dus wij dachten: nu worden we supersterren.’

null Beeld Lin Woldendorp
Beeld Lin Woldendorp

Maar in plaats daarvan ging alles kort daarna plat en moest het voor maart geplande album worden uitgesteld.

Achteraf was dat misschien een zegen. Goldband bleef schaven aan de tracks. De drie leden kregen onderling goed helder welke kant ze precies op wilden en betrokken een paar weken een schrijfhuisje in Friesland om er nog eens hard aan te werken.

‘Onze teksten hadden in het begin iets lolligs’, zegt Kok. ‘We gingen er lekker Haags met gestrekt been in. Het is heel verleidelijk om dat dan te blijven doen, omdat het aanslaat, maar we besloten al vrij snel dat we toch ook dingen wilden maken die meer voor ons betekenen.’

‘Dat zat er al vroeg in, hoor’, zegt Driessen. ‘Luister maar naar een liedje als Verdriet voor twee. We zijn emotionele jongens, die zich in hun teksten ook weleens van een gevoelige kant willen laten zien. Je moet het alleen even durven.’

Goldband durfde het. Tussen de dansbare synthpop (De wereld) en dampende, straffe house (Dit is voor jou) staat op Betaalbare romantiek ineens het lieve, ontroerende Kinderwens: ‘Wees niet bang dat het te vroeg is/ Ik krijg mijn zaakjes voor elkaar/ Jij wordt vast een lieve moeder/ En ik een veel te lieve pa.’

Het groots opstijgende slotstuk Requiem gaat over de dood. Vrij naar stadgenoot Harrie Jekkers en zijn Klein Orkest: ‘Iedereen gaat dood/ En jij ook.’

Ook dat is Goldband. Op Betaalbare romantiek hoor je pas echt hoe goed ze kunnen zingen. Ze dúrven te zingen, zo lijken ze te hebben besloten, omdat ze weten dat ze het kunnen.

‘We werken er gewoon heel hard aan’, zegt Milo Driessen. ‘En we willen onszelf blijven uitdagen. Neem zo’n liedje als Kinderwens. Dat idee ontstaat en dan zeggen we tegen elkaar: ja, leuk, dat kunnen we niet, dus laten we het doen.’

Gerlach: ‘Door het stukadoorsverhaal en een paar van onze vroegste nummers zijn sommige mensen gaan denken dat Goldband een soort grap is. Voor mij is het nooit een geintje geweest. Ik heb altijd heel serieus aan die muziek gewerkt.’

‘We voelen verwantschap met muzikanten die ook een brug slaan tussen pop en dance. Denk aan Froukje en S10.’

‘Ik was altijd enorm fan van The Opposites’, zegt Gerlach.

Driessen: ‘We worden vaak vergeleken met De Jeugd van Tegenwoordig. Zij zijn fantastisch, maar als het gaat om het creëren van een elektronische popwereld ben ik ook enorm fan van Eefje de Visser.’

Hij zwijgt even. ‘Het blijft jammer. Als wij in 2020 op alle festivals hadden kunnen spelen waarvoor we waren geboekt, hadden we inmiddels heel wat meer publiek gehad, denk ik.

Gerlach knikt. ‘Ik ben weleens bang geweest dat ons hoogtepunt in die kloterige coronacrisis lag. Dat het momentum na corona niet meer zou terugkeren.’

‘Ik ook’, zegt Driessen. ‘We moeten nu echt nog een paar stappen zetten.’

‘Maar ik ben er nu wel van overtuigd dat we dat ook gaan doen’, zegt Boaz Kok. ‘Ik ga in zee duiken. Wie gaat er mee?’

Goldband: Betaalbare Romantiek. Eigen beheer.

Live: 2/10 Woodpecker Festival, Club Westwood, Den Haag. 16/10 Paard van Troje, Den Haag. 21/10 TivoliVredenburg, Utrecht. 24/10 Effenaar, Eindhoven. 29/10 Oosterpoort, Groningen. Tournee tot in december.

Betaalbare romantiek

De titel van Goldbands debuut Betaalbare romantiek is een Haagse klassieker, geleend van Henkie’s Hoekie, de bloemenkiosk pal voor station Den Haag Centraal (Rijnstraat 4). Het album verscheen in augustus digitaal, verschijnt 16 oktober op cd en (als de perserij haar strakke planning realiseert) in januari op vinyl.

Meer over