bladjazz bulletin

Goede verhalen over jazzmusici van weleer en een heuse onthulling in Jazz Bulletin

Wat is lezenswaardig deze week? Jazz Bulletin vraagt zich af of de Chet Baker-kuif van Hugo de Jonge wellicht wijst op een liefde voor jazz.

Jazz Bulletin Beeld
Jazz Bulletin

Is Hugo de Jonge een jazzminister? Deze vraag, een heel goede trouwens, wordt in het septembernummer gesteld in Jazz Bulletin, een blad dat vier keer per jaar wordt toegezonden aan de Vrienden van het Nederlands Jazz Archief.

Volgens redacteur Ton Ouwehand zijn de voortekenen veelbelovend. De Jonge is weliswaar geen Hans Dijkstal ‘die je op elk jazzfestival zag rondlopen en die zodra het even kon een tenorsax in zijn mond stopte’, maar hij zou best een stille jazzgenieter kunnen zijn, ‘met zijn authentieke Chet Baker-kuif en Eric Vloeimans-schoenen’.

Het antwoord op de vraag of De Jonge een jazzminister is, zullen de lezers van Jazz Bulletin nooit weten. Ouwehand krijgt de minister niet te spreken, het CDA laat niks van zich horen. Jammer, maar er staat veel tegenover, zoals het eerste deel van een wervelend portret van pianist Floris Nico Bunink (1936-2001).

Het stuk van zijn vriend en medemuzikant Werner Herbers over de man die een ‘rusteloze bopper’ wordt genoemd, begint sterk, verteltechnisch gezien. ‘Nico Bunink groeide op in de Amsterdamse Diamantbuurt. Op zijn 13de was hij getuige van het overlijden van zijn vader, die na een val met z’n hoofd op de punt van de tafel in één nacht doodbloedde, omdat de huisarts niet kwam opdagen.’

Muziek was, heel klassiek, de redding van de jongen die via Parijs in Palm Beach en New York terechtkwam en in het spoor belandde van een paar Amerikaanse groten der aarde, onder wie Charles Mingus. In 1974 keerde hij terug naar Amsterdam waar hem als ouderwetse bopper een vijandig welkom wachtte.

Het zal geen verrassing zijn dat Jazz Bulletin voor een belangrijk deel op het verleden drijft, zie bijvoorbeeld de uitgebreide sectie necrologieën. Het levensverhaal van drummer Cees Kranenburg kent een verrassend slot. Kranenburg is de zoon van Kees Kranenburg, de drummer van de Ramblers, tenminste, dat was wat de buitenwacht altijd dacht.

Aan het slot van het interview doet junior een bekentenis. ‘Kees senior is niet mijn vader, maar mijn grootvader. Ik heb mijn vader nooit gekend.’ Zijn moeder, de dochter van Kees senior, had mentale problemen, zijn grootouders namen zijn opvoeding voor hun rekening. Een beetje een publiek geheim, noemt Cees Kranenburg het.

Een dag voor het interview besloot hij het geheim prijs te geven. ‘Toen ik gisteren mijn vrouw liet weten dat ik van plan was dit te vertellen stond ze op, zei dat ze trots op me was en kreeg ik een kus.’

Meer over