God in een berg oude fietsbanden

Je moet het hebben meegemaakt, en de meeste van ons stervelingen hebben dat niet. Wit licht is essentieel bij die ervaring: licht dat doorbreekt in de duisternis. Verlossing. Het is het witte licht uit de titel, en dan niet die van de film uit 2008 waarin Marco Borsato schitterde, maar van het boek van Jaap Goedegebuure waarin hij het werk beschrijft van Nederlandstalige dichters met een hang naar mystiek.

Godsbesef

Hij neemt de term mystiek gelukkig niet erg nauw. Het gaat om de in poëzie verwoorde 'eenwording', het oplichtende besef van eenheid van het bestaande, van vroeger en nu, geest en lichaam, natuur en bovennatuur en, waarom niet, de gehele kosmos. Noem het een flits van godsbesef, al is geloven in God niet per se een voorwaarde.

Verrassend veel Nederlandse dichters hebben 'iets' met mystiek. Soms is het vooral een kwestie van woordgebruik: Louis Couperus noemde iets raadselachtigs al gauw 'mistiek', en bij Lodewijk van Deyssel stond mystieke extase dichtbij seksuele vervoering. Lucebert, een heidense ziener, ontleende zijn naam aan het licht dat hij liet bliksemen in de duffe naoorlogse samenleving. Nescio ervoer 'God' in de stilte van het watergebied aan de rafelranden van Amsterdam. Gerard Reve kreeg een visioen van zijn Schepper 'in een berg oude fietsbanden' in een achtertuin, of in een slapende Meedogenloze Jongen. Voor Reve waren God, erotiek en verlossing woorden voor precies hetzelfde.

Extase

De domineeszoon Herman Gorter ruilde het geloof in God eerst in voor dat in de 'godheid' van Spinoza en vervolgens voor het geloof in de wereldrevolutie. Maar de extase bleef, in zijn door en door mystieke poëzie, of hij nu dichtte over een stralende bosnimf, een verblindende nieuwe liefde of een reidans van arbeiders, oplichtend in het heelal. Dat maakt zijn poëzie nog altijd prachtig, niet de ietwat hysterische inhoud.

Voor veel dichters zit 'mystiek' in het dichten zelf, als daad. Gedichten zijn gemaakt van taal. Het vinden van precies de juiste woorden om een ervaring te verbeelden heeft iets magisch. Misschien is Wit licht daarom beter dan Goedegebuures boek over religie in de literatuur, uit 2010. Nu gaat hij diep in op de poëzie zelf.

In 1965 schreef Reve het gedicht 'Paradijs': 'Ik was een heel erg grote beer/ die toch heel lief was./ God was een Ezel en hield veel van mij./ En iedereen was erg gelukkig.' Is dit mystiek? Misschien. Doet het ertoe? Het is een verlangen dat bijna iedereen kent.

Meer over