Glimlach brengt Europa van Cartier-Bresson dichtbij

Ze wonen in een aardig rijtjeshuisje van vijf onder één kap met vrij zicht op sloten en weiland. Als het weer het toelaat, kunnen ze in hun voortuintje scharrelen....

Van onze verslaggever

Ariejan Korteweg

PARIJS

Henri Cartier-Bresson zag in 1953 hoe in Nederland de varkens er pront bijstonden, en legde hen in volle glorie vast. Nog veel meer fotogenieke landelijkheid zag hij, zoals de boer bij Schoonhoven, die betrapt werd terwijl hij in een uitgestrekt weideland doende was mest in een praam te scheppen.

Op de dijk bij Herwijnen trof de fotograaf later een koppel plattelanders, man en vrouw, dat hem met de slome rivier op de achtergrond wantrouwig aankeek. Cartier-Bresson keek terug, zag, keek nog eens, en drukte af.

Klik.

Die varkens en die mestschuitboer vertellen een verhaal. Ze vertellen vooral dat er ooit een tijd is geweest zonder varkenspest en mestoverschot. Maar dat koppel op de dijk heeft iets heel anders mee te delen. Met hun hulp heeft de fotograaf een monument voor de achterdocht opgericht, dat veertig jaar later niks is gesleten. De man buigt naar rechts, de vrouw buigt naar links. Ze staan er als de vleesgeworden letter Y, twee takken uit één stam. Ze maken, zonder het te weten, deel uit van een compositie.

Onwillekeurig ga je terugdenken. Is Cartier-Bresson een praatje met hen begonnen over het weer, of over de waterstanden? Heeft hij hen in het Frans of koeterwaals de weg gevraagd? Zou hij voordat hij afdrukte regie-aanwijzingen hebben gegeven of - trouw aan z'n principe - geduldig het goede moment hebben afgewacht?

Zelf heeft hij altijd dat laatste gepropageerd. Cartier-Bresson muntte daarvoor zelfs een term: le moment décisif, de fractie van een seconde waarin de wandelaar boven een regenplas zweeft, waarin het gezicht van het oorlogsslachtoffer verwringt bij de herkenning van een collaborateur, waarin man en vrouw samen een Y vormen.

De grote tentoonstelling Des Européens in het Maison Européenne de la photographie in Parijs bestaat uit louter dergelijke momenten. Cartier-Bresson zag ze overal: in Ierland, waar seminaristen hun habijt voor voetbalkleding verruilden, terwijl Jezus vanaf zijn kruis toekeek. In Joegoslavië, waar een fietser kromgebogen onder een contrabas over een steenpad slingerde.

In 1955 verscheen van Henri Cartier-Bresson (1908), toen al een beroemd fotograaf, het fotoboek Les Européens. Daarin bracht hij verslag uit van zijn reizen door een Europa dat zich herstelde van de gevolgen van de oorlog. Later zou hij ook de opbouw en ontaarding van de socialistische heilstaat volgen, hij zou vastleggen hoe Duitsland al snel genoeg aansterkte om zich weer op de buik te kunnen trommelen en hoe in het Franse Nanterre in 1968 nog sloppenwijken waren die zich in niets van de derde wereld onderscheidden.

De tentoonstelling is een keuze van zo'n tweehonderd foto's, gemaakt tussen 1930 en 1991. Een deel ervan is bekend, andere zijn nooit geëxposeerde opnamen, gekozen uit 14 duizend gearchiveerde fotorolletjes.

Allemachtig, wat heeft die man een halve eeuw lang goed gekeken.

Cartier-Bresson in Italië: varend in een bootje bij Forcello ziet hij hoe de smalle boeg als het ware door de boog van de brug in de verte snijdt. Ook ziet hij het meisje zo klein als een komma dat de brug afrent. En links boven de brug ziet hij het waterige zonnetje.

Klik.

Streep, boog, komma, cirkel - hij ziet het en drukt af. De foto waarin zo'n samenloop van omstandigheden resulteerde is als een schilderij van Juan Miró in wilde toestand. Abstract Italië op een bewolkte dag.

Cartier-Bresson in de Sovjet-Unie: hij maakt foto's van de mondaine meisjes bij de tram, van de officieren die naar hen kijken, van de vrouwtjes die kleren wassen in een wak in het ijs. In een automobielfabriek ziet hij een reusachtige Sovjetarbeider met een voorschoot en spieren als kabeltrossen, die nonchalant een steeksleutel zo groot als z'n arm vasthoudt. Onderdanig staat hij voor de controleur, een vrouw die hem bijna recht in de ogen kan kijken. Ze heeft een schriftje in haar hand.

Klik.

Glanzende arbeider, dynamische fabriek, ontzag voor de controleur en haar meerjarenplan; het Sovjet-realisme is hier in al z'n hevigheid betrapt. Die foto maakt het haast onbegrijpelijk dat het met de staat van arbeiders en boeren zo treurig is afgelopen.

Cartier-Bresson in Berlijn: hij ziet de muur die nog een een muurtje is, en het straatnaambordje dat zinloos is geworden. Daar komt een soldaat aan, en van de andere kant een oudere heer met één been.

Klik.

Hoe zou die man z'n been zijn kwijtgeraakt? De fotograaf weet dat wij ons later, als we de foto zien, die vraag zullen stellen. Hij moet dat heel vaak geweten hebben als hij z'n blik zonder gewicht en zonder vooroordeel liet dwalen over alles wat hem omringde, schijnbaar afwezig maar steeds op z'n hoede.

Zijn composities zijn uiterst verzorgd. Soms, zoals bij de gondel in Italië, is die compositie het hele verhaal. Maar meestal wil Cartier-Bresson meer. Zijn houding is niet die van de kunstenaar, maar van de fotojournalist; hij wil zijn tijdgenoten informeren, of anders toch de generaties die nog moeten komen.

Maar compositie en informatie rechtvaardigen nog geen expositie in dit fotografiemuseum. Die plaats komt Cartier-Bresson toe door de glimlach die hij aan zijn foto's meegeeft. Bijna altijd is de eerste blik er een van verbazing of vertedering: vanwaar die onwaarschijnlijke symmetrie tussen de zwemmers hier en de eendjes in de verte? Vanwaar die al te knusse kampeer-improvisatie op z'n Frans?

Dankzij die glimlach zijn de varkens in hun voortuin en het koppel op de dijk types om nooit te vergeten. Dankzij die glimlach zijn de Europeanen van Cartier-Bresson dichtbij, ook al beleefden zij hun moment décisif jaren geleden. Een glimlach is een begin van begrip. Begrip dat wellicht eerder nog de fotograaf dan zijn onderwerp geldt.

Henri Cartier-Bresson: Des Européens. Maison Européenne de la photographie. Rue de Fourcy 5-7, Parijs. Geopend wo t/m zo 11 - 20 uur. Tot en met 22 juni.

Meer over