REPORTAGE

Glasvezel en textiel maken dijken sterker

In het Waterschap Rivierenland worden nieuwe technieken gebruikt om de dijken te versterken. 'Het is een elegante manier van werken. En de helft goedkoper.'

Rik Nijland
Dijkvernageling bij Vianen. Beeld Raymond Rutting
Dijkvernageling bij Vianen.Beeld Raymond Rutting

Als een stekend insect buigt de boormachine zich over de slotgracht van Vianen. Doelwit is de Ringdijk die het vestingstadje moet beschermen tegen het water van de Lek. Onder een flauwe hoek perst de boormachine een metalen buis van 18 meter de dijk in. Die wordt gevuld met glasvezelstaven, waarna de machine de buis weer uit de dijk trekt en tegelijkertijd de overgebleven ruimte vult met groutbeton. Als dat is uitgehard, steekt er een betonnen spijker in de dijk.

Voor het eerst wordt in Nederland 'vernageling' toegepast om een instabiele dijk te verstevigen. Staat het rivierwater hoog, dan kan de achterkant van de dijk slap worden en wegglijden, heeft inspectie uitgewezen. Normaal zou Waterschap Rivierenland dat probleem oplossen door de spierballen te laten rollen, vertelt projectleider Martin Schepers. 'In dit geval hadden we dan achter de dijk een steunberm van klei aangebracht, een meter of 4 hoog, een meter of 12 breed. Maar dan was de slotgracht, een archeologisch monument, verdwenen. Dat was geen optie.'

Nieuwe techniek

Is er geen plaats voor de klassieke oplossing, dan is het alternatief doorgaans het slaan van een stalen damwand. Maar het waterschap koos op proef voor een nieuwe techniek: over 250 meter worden in drie rijen nagels aangebracht, met een betonnen anker op de kop van de 'spijker', om de achterkant van de dijk te verankeren. Dat gebeurt nagenoeg trillingvrij; het plaatsen van een damwand kan een nabijgelegen dijkhuis ruïneren.

'Dijkvernageling is een elegante manier van werken. Je ziet er eigenlijk niets van, er is beperkt overlast en er is weinig ruimte nodig', aldus Schepers. In het noorden van het land is al belangstelling getoond, vertelt hij. 'Daar wordt nagedacht over aardbevingsbestendige dijken.'

Dijkvernageling is een van de innovaties die het waterschap inzet om oude schrikbeelden van dijkverzwaring te verjagen. Bijvoorbeeld dat van de ravage in het dijkdorpje Brakel in de jaren zeventig. In de nasleep van de Watersnoodramp van 1953 was dijk-verzwaring heilig. Zonder een greintje inspraak gingen 140 huizen plus het historische gemeentehuis tegen de vlakte.

Flinke opgave

Weer staat Waterschap Rivierenland, dat 60 procent van de dijken langs de grote rivieren beheert, voor een flinke opgave. De afgelopen jaren is gebleken dat zo'n 200 kilometer dijk langs de grote rivieren niet zo sterk is als gedacht.

'Mensen die tegen de dijk aan wonen, accepteren niet zomaar meer dat wij langskomen en zeggen: we kopen je huis wel op en maken een nieuwe dijk. Er is daarom de laatste jaren gezocht naar innovaties om de impact zo gering mogelijk te maken', vertelt Basten Heeg, omgevingsmanager bij Rivierenland. 'Veel mensen op en langs de dijken in het rivierengebied maken voor de tweede keer een dijkverzwaring mee. Zij zijn degenen die moeten bloeden voor al die mensen die verderop achter de dijk wonen.'

Zo is het waterschap tussen Schoonhovenseveer en Langerak, eveneens langs de Lek, bezig om over 3,3 kilometer waterontspanners aan te leggen. Die moeten voorkomen dat de dijk bij hoog water gaat drijven. In 1984 werd een deel van de Lekdijk bij Streefkerk daardoor weggeduwd.

(Tekst loopt door onder graphic)

null Beeld
Beeld

De helft goedkoper

Waterontspanners zijn verticale pijpen gevuld met zand en grind, die om de 20 meter verticaal in de dijk worden geslagen. Door de druk van het rivierwater zal het grondwater de weg van de minste weerstand kiezen en door de buis omhoog gaan. Bovenaan wordt het opgevangen en in een sloot geleid.

Woensdag hield Schepers bij Kesteren nog een andere innovatie ten doop: het gebruik van geotextiel om piping tegen te gaan, ondertunneling; ook wel aangeduid als onderloopsheid. Staat er water tegen de dijk, dan sijpelt een deel daarvan door de zandlaag onder de dijk naar het achterland. Als dat water achter de dijk weer aan de oppervlakte komt, kan het piepkleine zanddeeltjes wegspoelen; vervolgens komen grotere zanddeeltjes los te zitten en spoelen mee, waardoor er een tunneltje ontstaat dat zich vanaf de landzijde langzaam terug vreet richting rivier. De dijk raakt ondermijnd.

Geotextiel is een soort doek dat doorlatend is voor water, maar dat zand tegenhoudt. Het wordt aan de landzijde onderaan de dijk verticaal 3 tot 9 meter diep ingegraven. Water kan dit materiaal ongehinderd passeren, maar als er een tunneltje ontstaat, dan loopt dat dood bij het geotextiel.

En de kosten? Schepers begint te stralen. 'Het mooie van deze nieuwe methode is dat die snel de helft goedkoper is. Voor het aanbrengen van een kleiberm moet grond worden gekocht, boeren moeten schadeloos gesteld, en er moet veel klei worden aangevoerd of dure stalen wanden in de grond worden geslagen. Dat zou hier in het landelijk gebied om en nabij de 3 miljoen euro per kilometer kosten, maar in stedelijk gebied wel twee tot drie keer zoveel. Met deze nieuwe techniek blijven we meestal op onze eigen grond, de dijk. Dat scheelt enorm in de kosten, maar ook in alle procedures en in de snelheid van werken.'

725 kilometer dijk

Tot 2028 moeten Rijkswaterstaat en de waterschappen 725 kilometers Nederlandse dijk versterken die onvoldoende bescherming bieden. Voor deze hersteloperatie is ruim 4 miljard euro gereserveerd. Daarmee is de kous niet af. In het nieuwe Deltaprogramma zijn strengere veiligheidsnormen voor 2050 vastgesteld, onder meer vanwege klimaatverandering. Hierdoor zal het aantal kilometers te versterken dijken de komende decennia nog aanzienlijk toenemen.

Meer over