Gezuiverd ouderwets modernisme

Je hoeft geen Idi Amin te zijn om je te kunnen verplaatsen in de rancune van Atreus, de Myceense koning die op een haar na van zijn troon werd gestoten door zijn broer Thyestes, en dat met hulp van zijn eigen gade....

Roland de Beer

Je hoeft geen Idi Amin te zijn om je te kunnen verplaatsen in de rancune van Atreus, de Myceense koning die op een haar na van zijn troon werd gestoten door zijn broer Thyestes, en dat met hulp van zijn eigen gade. Je hoeft ook geen vegetariër te zijn om begrip te hebben voor de maagturbulenties van Thyestes toen die een verzoeningsmaal verzwolg waarin zijn zonen door Atreus bleken te zijn verwerkt tot kebab en souvlaki.

Je moet wel affiniteit hebben met ingehouden, niet-zwelgende muziek om te kunnen houden van Thyeste, de opera die Jan van Vlijmen componeerde op een libretto van Hugo Claus. Het stuk beleefde zijn première deze week in de Brusselse Muntschouwburg, waar de Nationale Opera, de Reisopera uit Enschede, het Asko Ensemble en het koor Cappella Amsterdam de krachten hebben gebundeld in een productie die vooral in muzikaal opzicht van belang bleek.

Geen opera in ravissante neo- of meta-stijl, wel een toonbeeld van gepurificeerd ‘ouderwets’ modernisme: meer nog dan Van Vlijmens Van Gogh-opera Un malheureux vêtu de noir heeft Thyeste de potentie om repertoire te houden.

Uit de hoek waar zich een kluitje Nederlandse componisten had verzameld, klonken bravo’s toen de dirigent Stefan Asbury de partituur tijdens het slotapplaus in de lucht stak. Van Vlijmen kon de briljante incarnatie van de titelpartij – door de bariton Dale Duesing – niet meer meemaken. Hij overleed vorig jaar aan leukemie.

Toen Van Vlijmen zijn Thyeste voltooide, was hij al ziek. Of het kluizenaarschap waarin hij zich terugtrok, heeft bijgedragen aan de versobering en sereniteit die hij laat horen in zijn laatste opera – daarover valt te speculeren. Een feit is wel dat de spanningen die Thyeste oproept, voortkomen uit een extreem contrast tussen de rauwe haat en walging die Hugo Claus op papier slingerde en de distantie die Van Vlijmen heeft gezocht in zijn toonzetting.

De eerste akte begint complex en weerbarstig. Naar het voorbeeld van de Romeinse dichter Seneca ís het eigenlijk geen akte, maar een wat moeizame proloog waarin de oerzondaar Tantalus alvast een boekje opendoet over de vervloekingen van zijn nageslacht. Spanning en sensitiviteit ontstaan bij het uitdunnen van Van Vlijmens muziek. Op hoogtepunten klinkt soms weinig meer dan een paar lucide fluittonen of een knorrende trombone. De wraak komt met een harpsolo.

Claus’ libretto, geschreven in het Frans, borduurt voort op Seneca’s granieten Latijn. De karakters die elkaar de macht en de liefde betwisten, zijn met nieuwe woorden kneedbaar gemaakt en voorzien van bloed, kots en huidwarmte. Gedanst wordt er in Thyestes’ ingewanden – zoals de rasacteur Duesing zingt, en met vertoon van radeloze stuiptrekkingen aanschouwelijk maakt.

Zijn lotgevallen, en die van Atreus, vormen het snijpunt waar de ‘twee componisten’ die Van Vlijmen een carrière lang in zich meedroeg, elkaar vinden. Zoals Atreus en Thyestes elkaar in Claus’ libretto omarmen in een soort broederlijke Liebestod, zo omarmt de complexe Van Vlijmen (zoals bekend van de orkestcyclus Quaterni) in Thyeste de andere Van Vlijmen die bekend werd met intiem solowerk, zoals het altvioolstuk Faithful. Waar Thyestes’ kinderen optreden, eerst in pa’s voetspoor, later onzichtbaar in diens ingewanden, klinkt zelfs een sprookjesachtige Van Vlijmen, en is de sfeer vervuld van exotische arpeggio-akkoorden.

Atreus komt in de persoon van John Daszak minder best uit de verf. De zuiver maar houtenklazerig zingende tenor is permanent uitgerust met de blik van een misdienaar die op de hostie wacht – niet bij uitstek het mimische instrumentarium voor de uitdrukking van wraak, vermomd als liefde. Weinig toevoegende waarde heeft ook het tonvormige toneelbeeld met gefiguurzaagd opklapplankier van Paul Gallis. Gerardjan Rijnders, van huis uit een regisseur van bloed en kots maar niet van vinnige koorkoralen en serene Schönbergverwijzingen, heeft het prachtig zingende Cappella Amsterdam weinig meer kunnen bijbrengen dan middelbare-schooltheater.

De zak met hoofden maakte wel indruk. Binnenkort te zien in Nederland.

Roland de Beer


T/m 5 november (www.reisopera.nl).

Meer over