Gezaghebbend, invloedrijk en intellectueel

Het blad ziet er niet uit en is 'onthutsend bijziend', maar toch een voorbeeld voor ons allen. Michaël Zeeman over een grote liefde, The New York Review of Books....

HET MEEST gezaghebbende en vermoedelijk ook meest invloedrijke intellectuele tijdschrift ter wereld is The New York Review of Books.

Maar wat is gezaghebbend?

En wat is invloedrijk?

En wat, ten slotte, is intellectueel?

Dat zijn alledrie lastig te beantwoorden vragen, zoals het ook nog niet eenvoudig zou zijn op controleerbare wijze aan te tonen dat The New York Review of Books dat inderdaad allemaal is; gezaghebbend, invloedrijk en intellectueel, artikel voor artikel, aflevering na aflevering, jaar in, jaar uit.

Maar ook al weet niemand precies hoe het komt en waar het aan ligt, er is tegelijkertijd geen zinnig mens die het in twijfel trekt. Vraag het een lezer van The New York Review of Books en hij zal het subiet bevestigen: hij kent geen belangrijker bron van informatie dan zijn lijfblad, geen indringender podium van opinievorming.

De grote reputatie van het blad lijkt wel een zuivere tautologie: de lezers lezen het omdat het zo goed is, en het is zo goed omdat ze het lezen. Wie er een abonnement op heeft en de moeite neemt het alle twintig keer per jaar dat het op zijn deurmat of bureau verschijnt uit zijn wikkel te halen, raakt er aan verslaafd en gaat stilaan tot een gemeenschap behoren, een gemeenschap van gelovigen.

Het is de gemeenschap van mensen die geloven dat nadenken er toe doet en dat dat nadenken wordt bevorderd door grondige, efficiënt geordende informatie, door kritische beoordeling van die informatie en door openlijke opinievorming. Aan pretenties en demagogie hebben ze geen behoefte: daar is al voldoende van voorhanden.

Dat klinkt een stuk simpeler dan het in werkelijkheid is en vooral de trouwe lezers van The New York Review of Books beseffen welke eisen dat aan schrijvers, redacteuren en aan henzelf, die lezers, stelt. De bijna-tautologie betreft een simpele waarheid: goed schrijven is goed lezen, goed lezen is goed nadenken.

Aan de oplage van het blad zal het niet liggen, noch aan de omvang ervan - net zomin als het ligt aan de hoeveelheid boeken die erin besproken worden of de snelheid waarmee dat gebeurt. Soms is de tijd die verstrijkt tussen het verschijnen van een boek en het moment waarop er een bespreking verschijnt bijna een jaar: er is geen krant die zich zoveel onverschilligheid jegens de actualiteit kan veroorloven. Boeken zijn een bron van nieuws en soms zíjn zij zelfs nieuws, en dat nieuws dient onverwijld doorverteld en besproken te worden.

Maar zo staat The New York Review of Books niet tegenover het culturele en intellectuele nieuws: liever een goed stuk, ja, liefst het definitieve stuk, dan het eerste of zelfs maar een verhoudingsgewijs snel stuk.

Wie een evenwichtig overzicht wil hebben van wat er wereldwijd aan belangwekkende boeken verschijnt in dat merkwaardige niemandsland waarvan geen mens het zou wagen uitputtend te beschrijven wat het behelst - maar waarvan iedereen ondertussen aanvoelt wat er wel en niet toe behoort, het terrein waar literatuur, kunst, politiek, geschiedenis, sociale wetenschap, geesteswetenschap en de voor het publieke domein relevante publicaties uit de exacte vakken elkaar overlappen - is bij The New York Review of Books eveneens aan het verkeerde adres.

Er wordt, bijvoorbeeld, zelden of nooit een boek in besproken dat niet in het Engels beschikbaar is. Zeker voor de serieuze Nederlandse lezer, die eraan gewend is dat zijn krant met Engelse boeken niet wacht op een vertaling alvorens ze te bespreken en die op gezette tijden ook recensies kan lezen van belangrijke Duitse en Franse publicaties, is de bijziendheid van The New York Review of Books onthutsend.

En erg veel zijn het er bovendien ook nog niet, zeker niet als je er de immense productie van de Engelstalige uitgeverijen bij in ogenschouw neemt. The New York Review of Books verschijnt twintig keer per jaar: in de maanden januari, juli, augustus en september een keer, gedurende de rest van het jaar twee keer per maand.

De lezers ervan hebben kennelijk behoefte aan ruime winter- en zomerpauzes, al was het maar om al die artikelen die ze onder ogen krijgen ook grondig te lezen en misschien zelfs de besproken boeken eens ter hand te nemen.

Het aantal besproken boeken gaat per aflevering zelden de vijftien te boven; vergelijk dat eens met de al even bijziende Times Literary Supplement, het Engelse blad dat iedere week zo'n veertig boeken bespreekt en bovendien ook nog geregeld lijstjes opneemt van boeken die niet besproken konden worden.

De oplage van The New York Review of Books, ten slotte, stelt welbeschouwd ook niks voor, zeker als je bedenkt dat het blad wereldwijd wordt gelezen: er worden er per keer 135.000 à 140.000 van gedrukt, dat is ongeveer evenveel exemplaren als er iedere week van Elsevier verschijnen. Van The New York Review of Books gaan er iedere keer 900 naar Nederlandse abonnees en worden er in ons land nog eens 750 door middel van de losse verkoop in omloop gebracht.

En toch, geen serieuze krantenredactie, geen journalist of criticus die die naam verdient, geen academicus en geen politicus - nu ja, Nederlandse politici uitgezonderd - zou het in zijn hersens halen zijn abonnement op dit welbeschouwd marginale en op het eerste gezicht enigszins frikkerige blad te beëindigen, of een aflevering ervan ongelezen te laten.

Blijft de vraag hoe dat toch komt - of liever gezegd: die vraag wordt er alleen maar intrigerender van.

Want het ziet er ook nog eens niet uit, althans volgens de criteria van eigentijdse bladenmakers en hoofdredacteuren. The New York Review of Books wordt op nauwelijks veredeld en snel vergelend krantenpapier gedrukt, op tabloid-formaat met een chaotische verzameling schreeuwerige, ja, tabloid-achtige aankondigingen op het omslag, pagina's grauwe tekst binnenin, verdeeld over vier naar het oordeel van krantengoeroes veel te lange en brede kolommen - her en der onderbroken door een beroerd gekopieerde foto en sinds mensenheugenis verlucht met de bizarre portrettekeningen van David Levine die vermaarde grote koppen met kleine rompen tekent, in oostindische inkt en met veel arceringen.

En toch: gezaghebbend, invloedrijk en met een onweerstaanbaar intellectuele toon.

Dat komt door de manier waarop het blad gemaakt wordt, door de eisen die de redactie stelt aan haar auteurs en aan zichzelf. Die redactie is klein en bijna onzichtbaar: in het colofon zijn de namen van de redacteuren in het kleinst leesbare corps afgedrukt. Maar zij is het die vrijwel ongemerkt in alle stukken aanwezig is. Zij selecteert uit de wolkenkrabberhoge berg boeken die vrijwel dagelijks haar burelen worden binnen gedragen wat er écht toe doet - en dat is lang niet altijd wat de publiciteitsmachines van de grote uitgeverijen en in navolging van hen de andere kranten tot belangwekkend hebben bestempeld. Zij zoekt er de auteurs bij, uit Amerika maar vaker nog uit Europa. Zij ordent en grijpt in.

Hoe dat precies gaat is nauwelijks expliciet te achterhalen: alleen het resultaat telt, de redactie spreekt niet over zichzelf en haar werkwijze. Soms zie je in een Engelstalige essaybundel stukken terug die je eerder in The New York Review of Books hebt gelezen, strijk en zet voorafgegaan door een voorwoord waarin de auteur, bedremmeld maar uit de grond van zijn hart, de redactie van dat blad dank zegt voor de fouten waarvoor zij hem heeft behoed en voor de grondige rewrite waaraan zij eerdere versies van zijn beschouwingen heeft onderworpen. The rest is silence.

En dus weet iedereen die iets belangrijks te melden heeft waar hij heen moet - net zoals de lezer dat weet. Daarmee schakelt zich een tweede bijna-tautologie door de eerste: wat de lezers weten doordat zij lezers van The New York Review of Books zijn, weten de schrijvers doordat zij erin schrijven. Gezag en invloed krijg je doordat je het hebt.

Nothing if not critical, goed geïnformeerd, goed beargumenteerd, controleerbaar en helder opgeschreven.

't Is de simpele, maar verduiveld moeilijke waarheid van het krantenmaken in praktijk gebracht.

Meer over