Gevlucht als een gewond hert

VIJF JAAR geleden deed David Leavitt iets waarvan hij vermoedelijk tot op de dag van vandaag spijt heeft. Hij publiceerde een roman, While England Sleeps, die op zijn zachtst gezegd geïnspireerd was op Stephen Spenders memoires World Within World....

Vrijwel hetzelfde verhaal, aangevuld met een hoop andere gebeurtenissen, vertelt Leavitt in While England Sleeps. Tot de aanvullingen behoorden onder meer een aantal expliciete seksscènes. Met name daaraan ergerde Spender zich dermate, dat hij Leavitt een proces aandeed.

While England Sleeps werd uit de handel genomen en in de media brandde een verhitte strijd los rond de vraag of Leavitt nu ordinair plagiaat had gepleegd, dan wel enkele historische feiten in een fictioneel kader had geplaatst. Het feit dat hij - overigens op advies van zijn uitgever - had nagelaten een verwijzing naar Spender in het boek op te nemen, was voor menigeen aanleiding het op plagiaat te houden.

Hoezeer deze affaire Leavitt moet hebben aangegrepen, blijkt uit Arkansas, een bundel met drie novellen en zijn eerste boekpublicatie sinds While England Sleeps. De titel is, blijkt uit het motto, afgeleid van een opmerking die Oscar Wilde aan het eind van zijn leven zou hebben gemaakt: 'Ik zou als een gewond hert Arkansas in willen vluchten.'

Dat Leavitt zich inderdaad aangeschoten wild voelde toen hij de novellen uit Arkansas schreef, en dat de kwestie-Spender daarvan de aanleiding was, blijkt uit de eerste zinnen van het openingsverhaal, 'De scriptiekunstenaar': 'Ik zat in de problemen. Een Engelse dichter (nu dood) had me een proces aangedaan over een roman die ik had geschreven omdat die ten dele was gebaseerd op een voorval uit zijn leven.' Na de mededeling dat zijn uitgever het boek uit de handel had genomen, vervolgt hij: 'Dat had me eigenlijk niet moeten verbazen. Mijn uitgever was ooit ook Salman Rushdie's uitgever.' (Voor wie nieuwsgierig is geworden: het gaat over Viking, onderdeel van de Penguin-groep.)

Na twee alinea's is de lezer gewaarschuwd: hier is iemand aan het woord wiens wereld op zijn kant is gezet, die in zijn gedesillusioneerdheid niet alles in de juiste proporties ziet, voor wie staatsterrorisme en interpretatie van de copyright-wetgeving vergelijkbare grootheden zijn.

Gelukkig blijkt deze proeve van geestelijke desoriëntatie geen opmaat tot een rancuneuze afrekening met Spender of Viking, al laat Leavitt niet na fijntjes te vermelden hoe hij overstapt naar een andere uitgeverij. Integendeel, hij gebruikt het geestelijke vacuüm waarin zijn verteller en hoofdpersoon, David Leavitt geheten, verkeert, om het vervolg van de plot aannemelijk te maken.

Als gevolg van de plagiaataffaire is de schrijver tijdelijk van New York naar Los Angeles verhuisd, waar hij logeert bij zijn vader en zogenaamd research doet voor een nieuwe roman, opnieuw gebaseerd op een historisch gegeven. In feite voert hij echter weinig uit in de bibliotheek van universiteit, rijdt hij vooral door de straten van de stad, terwijl hij naar de therapeutische talkshow luistert van radiopsychiater Dr. Delia. Verder brengt hij bezoekjes aan boekhandel Booksoup, waar hij afgunstig de positieve recensies van collega-auteurs leest, om uiteindelijk steeds weer uit te komen bij Circus of Books, waar het type drukwerk wordt verkocht dat Gerard Reve omschrijft als 'fiesiekboekjes'.

Dan ontmoet hij, bij zijn vader thuis, ene Eric: niet echt mooi, maar niettemin overrompelend. Het lijkt bij die ene ontmoeting te blijven, maar tegen de verwachtingen in belt Eric op een dag op. Het komt tot nieuwe ontmoetingen, waarbij Davids fascinatie voor Eric toeneemt, maar tevens duidelijk wordt dat deze hetero is. Dan doet Eric een voorstel: David mag hem pijpen, op voorwaarde dat hij een scriptie voor hem schrijft, want hij heeft een goed cijfer voor Engels nodig om tot de Stamford Business School te worden toegelaten.

Na enige aarzeling stemt David toe. Hij schrijft een fraai betoog over

E.M. Forster en Henry James, bezorgt Eric een tien en ontvangt het overeengekomen honorarium. Niet lang daarna wordt hij gebeld door een andere student met een vergelijkbaar voorstel, ditmaal Virginia Woolf betreffende. David stelt zijn eisen ditmaal iets hoger, krijgt zijn zin, componeert opnieuw een bevlogen essay en incasseert dat het een lieve lust is. Binnen de kortste keren heeft hij een goedlopend scriptiebedrijfje en een bevredigend inkomen buiten de belasting om.

Hoewel de plot de absurdistische en tragikomische inslag heeft van een roman van John Irving, schrijft Leavitt het allemaal veel ernstiger op dan bovenstaande samenvatting suggereert. Hij stelt zelfs dat 'al die scripties bij elkaar het beste werk vormden dat ik in mijn leven had geschreven'. Zijn verklaring: 'Ze waren gemaakt in ruil voor genot en niet voor die penningen waarvoor je alleen maar genot kunt kopen. Zo zongen de vroegste troubadours opdat jonkvrouwen touwen omlaag zouden gooien van maagdelijke balkons.'

Met deze opmerking bevestigt Leavitt de volkomen gedesoriënteerde staat waarvan hij (c.q. zijn gelijknamige hoofdpersoon) aan het begin van het verhaal blijk geeft. Zijn vergelijkingen met Rushdie (ter dood veroordeeld) en Wilde (gesloopt door de kerkers van Reading Gaol) zijn net zo pathetisch als die met middeleeuwse minnezangers. Prostitutie wordt bij hem hoofse liefde als er met een andere valuta wordt betaald.

Toch is 'De scriptiekunstenaar' een indringend verhaal, niet allen als parodie op de plagiaatkwestie, maar vooral wanneer het in de context van de twee andere novellen in Arkansas wordt gelezen. In de tweede, 'Het houten jubileum', ontmoeten we opnieuw Celia en Nathan, personages die in Leavitts debuut Familiedans een moeizame relatie hadden vanwege Nathans homoseksualiteit. Celia woont inmiddels, met een Italiaanse echtgenoot, in Italië, waar Nathan en ik-figuur Lizzy haar komen opzoeken. Het levert een typisch Leavitt-verhaal op, waarin bedrog en labiele seksuele identiteit centrale gegevens zijn.

In 'Saturn Street', ten slotte, lijken we terug bij Leavitt zelf (de schrijver of het personage, de lezer mag kiezen), al noemt hij zich nu Jerry Roth. Jerry is echter ook schrijver, luistert eveneens naar Dr. Delia, bezoekt dagelijks het Circus of Books, enzovoort. Hij bezorgt echter geen scripties aan studenten, maar maaltijden aan aidspatiënten en komt zo in contact met Phil.

Terwijl Phil een snel naderend einde onder ogen moet zien, gaat Jerry gebukt onder de zelfmoord van zijn vriend, negen maanden eerder. Beiden leven met de wetenschap dat ze een mooie toekomst achter zich hebben. En Jerry mag dan misschien nog niet met het aidsvirus zijn besmet (hij weigert zich te laten testen, te bang als hij is voor de uitslag), de ziekte bepaalt wel zijn leven. 'Mensen die een generatie ouder zijn dan ik wisten allemaal waar ze waren toen Kennedy werd vermoord; ik wist nog precies waar ik was toen ik voor het eerst van de ziekte hoorde.'

Het verschijnsel 'achterhaalde toekomst' wordt in het verhaal mooi gesymboliseerd door de inmiddels ouderwets aandoende afleveringen van Star Trek die Phil bijna obsessief op video bekijkt, en ook door de van vinnen en uitstulpingen voorziene lunchroom Ships bij hem in de buurt, 'die regelrecht uit de Jetsons kwam (. . .): de verouderde toekomstfantasie uit het verleden'. Elders stelt Phil: 'De toekomstvisie van een dode generatie, met randjes die vergelen: dat ben ik.'

Arkansas is een drieluik over eenzaamheid, over mensen voor wie de belofte van de toekomst is weggevallen als gevolg van gebeurtenissen in het verleden. 'De nieuwe verloren generatie' heette het essay waarmee Leavitt twaalf jaar geleden de spreekbuis van zijn leeftijdgenoten werd. Sceptisch, ironisch en afstandelijk noemde hij zichzelf en zijn generatiegenoten toen. Scepsis en ironie zijn nog altijd in zijn werk aanwezig, maar lijken nu voort te komen uit loutering en desillusie. Leavitts generatie is veel verlorener dan hij in 1985 besefte.

Hans Bouman

David Leavitt: Arkansas.

Uit het Engels vertaald door Jan Fastenau.

De Harmonie; 219 pagina's; ¿ 32,50.

ISBN 90 6169 525 2.

Meer over