Geven en nemen

Succes is vooral afhankelijk van de manier waarop we met andere mensen omgaan, stelt Adam Grant. Waarom is zijn boek een hype?

Suzanne Weusten

Hij wordt een wonderkind genoemd, een rijzende ster in de psychologie, de nieuwe Malcolm Gladwell. Sinds The New York Times Magazine een half jaar geleden een portret publiceerde van de jonge professor die met een simpele filosofie de zakenwereld op zijn kop zet, is de innemende Adam Grant een hype in de Verenigde Staten. Grant, hoogleraar organisatiepsychologie aan de Universiteit van Pennsylvania, heeft een provocerend boek geschreven. In Geven en nemen, de verborgen dynamiek van succes introduceert hij een paradigmaverschuiving in de psychologische theorieën over motivatie en succes.

Adam Grant, 31 jaar, getrouwd en vader van twee dochters, is alom gelauwerd. Van Google tot het Amerikaanse leger en van Goldman Sachs tot de Verenigde Naties omarmen managers zijn ideeën en vragen hem hoe ze het beste uit hun werknemers kunnen halen en hoe hun werknemers het beste uit zichzelf kunnen halen.

Grants credo blinkt uit door eenvoud en focus. 'Wees behulpzaam', houdt hij zijn studenten, collega's en opdrachtgevers voor. Voor succes in je werk is meer nodig dan een combinatie van hard werken, talent en geluk. Succes is sterk afhankelijk van de manier waarop je met andere mensen omgaat. Hoe? Door te geven in plaats van te nemen, door te luisteren in plaats van te praten, door advies te vragen in plaats van jezelf te promoten, door dienstbaar en aardig te zijn. Nice guys finish first.

Hoe komt het dat Adam Grant zo'n hype is geworden? Om te beginnen verschijnt zijn boek op het juiste moment met een nieuwe boodschap. Net nu de wereld genoeg heeft van graaiende bankiers en hebberige alfamannetjes, preekt hij een waarde die hier haaks op staat: de christelijke waarde van onbaatzuchtige naastenliefde.

Ten tweede valt de gevierde professor samen met zijn boodschap. Adam Grant is zelf de gever bij uitstek. Hij is superbehulpzaam en verlangt er niets voor terug. Zijn studenten dragen hem op handen, sturen hem massaal mailtjes die hij allemaal binnen 24 uur beantwoordt. En als hij zelf geen antwoord op de vragen weet, kent hij wel iemand die de persoon verder kan helpen. Het beantwoorden van de honderden mailtjes per dag ziet hij niet als een vervelende klus die moet worden geklaard. Hij bekijkt het vanuit het perspectief van de ontvanger en denkt eraan hoe blij die persoon zal zijn met zijn antwoord. Zo'n honderd keer per jaar schrijft hij daarom een aanbeveling.

Ten slotte appelleert het persoonlijke verhaal van de verlegen en sociaal onhandige jongen uit de suburbs van Detroit aan het ideaal van The American Dream. Grant overwon door training en discipline zijn fobieën - hij was bijvoorbeeld doodsbang om in het openbaar te spreken - en bereikte de internationale wetenschappelijke top door keihard te werken.

En nu de kern van zijn betoog. In het professionele leven heb je drie soorten mensen: gevers, nemers en matchers. Gevers zijn onbaatzuchtig, ze stellen andermans belang voorop en vinden het fijn om anderen te helpen. Ze hoeven er niets voor terug te krijgen. Nemers daarentegen zijn vooral met zichzelf bezig, ze promoten zichzelf en zorgen dat ze erkenning voor hun werk krijgen. De matchers zitten ertussenin, ze leven volgens het principe 'voor wat hoort wat'.

Midden op de ladder van succes, zo ontdekte Grant na bestudering van onderzoeksgegevens uit allerlei beroepsgroepen, zitten de matchers en de nemers. Maar boven- en onderaan de ladder zijn de gevers oververtegenwoordigd. Een gevende stijl kan tot succes leiden, maar ook tot een beroerde positie. Wie altijd alles voor een ander over heeft, kan een voetveeg worden en opgebrand raken, maar ook een succesvolle werknemer. Gevers blijken bovendien nauwkeuriger en creatiever in hun besluiten dan nemers.

Aan de details zie je of een leider een nemer of een gever is, vertelt Grant op YouTube. Wie bijvoorbeeld een grote foto van zichzelf in het jaarverslag laat zetten, is ongetwijfeld een nemer. Een gever

maakt dit niet uit, ook al krijgt hij geen portret.

Altruïsme loont op den duur, is Grants adagium, maar, nuanceert hij, doe het met beleid en niet te berekenend. De gevende stijl moet wel echt zijn. Om succesvol te worden, moet de gever strategisch behulpzaam zijn. Het klinkt paradoxaal: wees behulpzaam, maar denk aan jezelf. De meeste mensen denken dat eigenbelang en altruïsme tegenovergesteld zijn, schrijft Grant, maar uit zijn onderzoek blijkt dat deze twee drijfveren volkomen onafhankelijke motivaties zijn: je kunt ze allebei tegelijkertijd hebben. Succesvolle gevers zijn net zo ambitieus als succesvolle nemers. Met dit verschil: het succes van de gevers is blijvend.

Grant onderbouwt zijn theorie met talloze onderzoeken, gelardeerd met aansprekende voorbeelden. Hoofdpersonen in zijn boek zijn een gevierde internet- ondernemer, een financieel adviseur, een durfkapitalist en zelfs een Amerikaanse president, Abraham Lincoln. Jammer genoeg dijen de individuele succesverhalen zodanig uit, dat ik af en toe verdwaalde in de details en moest terugbladeren om de rode draad te vinden.

Geven en nemen is een fascinerend boek. Wie het leest, ontkomt niet aan de vraag: ben ik een gever of een nemer? Of toch een matcher? En vervolgens: hoe word ik een strategische gever? En ook daarop weet Grant antwoord. In het laatste hoofdstuk geeft hij de lezer concrete tips om een succesvolle gever te worden, zoals deze: neem eens per maand contact op met een persoon die je jaren niet hebt gesproken. Informeer waar deze persoon mee bezig is en vraag of je hem of haar ergens mee kunt helpen.

Aan het eind van het boek bleef ik met één vraag zitten. Wat merkt mevrouw Grant van de geweldige kwaliteiten van haar behulpzame Adam? Hoe kan haar man zo'n dik boek schrijven, een meesterlijke docent zijn, dagelijks honderden mailtjes beantwoorden, tientallen opdrachtgevers bedienen, in het weekend zijn lezingen voorbereiden en 's avonds nog puf hebben om een liefhebbende echtgenoot en vader te zijn?

Meer over