Geur van bakvet en vieze sokken

Amsterdam, de roerige jaren zeventig. Studente Sera Soetebier - hoofdpersoon in Spiegels van Ingrid Hoogervorst - ontmoet in een café documentairemaker Salò Winnik en ze valt onmiddellijk voor hem....

Sera is 23 en ondanks een stotterprobleem bepaald nietverlegen. 'Ik ben ik', laat ze Salò weten, als die haar vraagtwie ze is, 'ik ben belangrijk.' Dat deze Sera zich niet zoukunnen handhaven op de Universiteit van Amsterdam, laat zichmoeilijk verenigen met haar optreden, dat glanst van hetzelfvertrouwen.

In de ogen van Sera is de studie Nederlands midden jarenzeventig verworden tot een weinig opwekkende klucht. Deuniversiteit wordt geregeerd door zoons van gestaalde kaders enlangharige halvegaren, die iedere taaluiting uitsluitend vanuitmarxistisch perspectief wensen te zien.

Sera durft, net als alle andere lieve meisjes, na de eersteweken niet meer te bekennen dat ze eigenlijk houdt van19de-eeuwse naturalistische romans en roeit dapper door temiddenvan de actievergaderingen en protestbijeenkomsten.

Door de moeizame liefdesgeschiedenis van Sera en Salò heenloopt een reeks andere verhalen over Sera's voorgeschiedenis enhaar studiejaren in alternatief Amsterdam. Haar vader,ex-verzetsheld Julius Soetebier, bracht in de Tweede Wereldoorlogtientallen joodse kinderen in veiligheid, maar de prijs die hijbetaalde voor zijn heldendom is hoog: na de oorlog is hij zijnvertrouwen in de wereld voorgoed kwijt.

Met andere episoden en figuren uit het leven van Sera is hetverband minder duidelijk. Sommige scènes uit haar jaren met haareerste vriendje en het verblijf op een studentenflat (die stinktnaar bakvet en vuile sokken) zijn trefzeker beschreven, maar zeblijven als los zand door de roman dwarrelen.

Wat het boek bij elkaar houdt, is de laatdunkende engeërgerde kijk van Sera op het volwassen worden in het Amsterdamvan de jaren zeventig. Hoogervorst schildert bij monde van Serade stad in deze 'jaren waarin alles kon' af als een poel desverderfs, waarin zorgeloosheid machtspolitiek en verrottingwoekeren. De enige die in dit spiegelparadijs van verwrongengeesten een beetje normaal is, is Sera zelf: 'Ik ben ánders.'

Hoe weinig je kunt weten wat er achter de verschijningenschuilgaat, is het onderwerp van Spiegels, en Sera heeft eenlange weg af te leggen om dat te begrijpen. Jammer dat ze daarbijna veel geworstel tot waarheden komt die zo algemeen zijn dat zeniet veel zeggen. Ze concludeert: mensen zijn 'het ene ogenblikgoed en het volgende kunnen ze slecht zijn. Iedereen maaktfouten. Goede mensen doen ook verkeerde dingen.'

Na haar barre ervaringen met haar vader en haar minnaar moetze besluiten dat de dingen niet zijn wat ze lijken: 'Erachterschuilt het verraad. Nee, dat was het niet, de dingen zijnuitsluitend wat ze lijken. En erachter is niets.' Spiegels blijftvoor een groot deel hangen in de verschijningsvormen. Dat diesoms aantrekkelijk zijn, is mooi en meegenomen, maar het maaktvan een aantal geslaagde scènes nog geen roman.

Meer over