Getekende werkelijkheid van Indië

Vandaag verschijnt ‘De terugkeer’, een stripboek over de oorlog de Indonesische onafhankelijkheidstrijd. Honderdduizenden leerlingen krijgen het boek. Door Joost Pollman..

Striptekenaar Eric Heuvel (1960) was 11 jaar toen hij bij de apenrots van Artis een limousine zag langsrijden. Hij begreep dat er een belangrijk iemand in die auto moest zitten en begon te zwaaien. De inzittende zwaaide terug. Maar Eric was de enige die zwaaide. Een volwassene pakte hem hardhandig bij zijn schouders: ‘Weet je wel wie dat was?’

Heuvel: ‘Het was keizer Hirohito, voor Nederlanders het symbool van de Japanse onderdrukking, voor Japanners de man van de ‘verlichte vrede’.’

Vandaag wordt in het Indisch herinneringscentrum Bronbeek (IHCB) het stripboek De terugkeer gepresenteerd. Getekend door Eric Heuvel en geschreven door Ruud van der Rol. Over twee dagen wordt het boek als Nationaal Geschenk 2010 in een oplage van 215.000 exemplaren verstuurd naar alle derde klassen van het voortgezet onderwijs: dertig boeken per klas, plus een uitgebreide docentenhandleiding.

Want De terugkeer is een educatieve strip, die jongeren meer moet leren over een schimmige periode uit de Nederlandse geschiedenis. Totale kosten: ruim vier ton. Een bedrag dat door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het IHCB en het Veteranenfonds bijeengebracht is. Er verschijnt ook een handelseditie van 5.000 exemplaren.

Heuvel en Van der Rol maakten eerder, in opdracht van de Anne Frank Stichting, de stripboeken De Ontdekking en De Zoektocht, waarin ze de Tweede Wereldoorlog onder de aandacht brachten. In De Zoektocht kwam de massamoord op de Joden voor, wat hier en daar leidde tot verontruste reacties. De Duitse Bildzeitung had het over ‘Tintin in Auschwitz’, maar The New York Times was enthousiast. Inmiddels is het boek in zeventien talen verschenen.

Van der Rol definieert de formule van de stripboeken als volgt: ‘Een spannend verhaal met een persoonlijk perspectief, tegen een feitelijke, kloppende geschiedenis, waarbij de lezer ongemerkt veel informatie binnenkrijgt.’

Voordat een boek als De terugkeer gestalte krijgt, wordt een aantal ‘kapstokken’ gedefinieerd. Want het is praktisch onuitvoerbaar later in het scenario nog thema’s te stoppen. ‘Dan ga je rare sprongen maken’, zegt Heuvel.

Eén van die kapstokken in De terugkeer is de repatriatie van ex-geïnterneerden. De ontvangst was in Nederlands vaak kil en onredelijk. De teneur was: ‘Jullie hadden het daar lekker warm, terwijl wij door de Duitsers waren bezet!’ Dat soort cruciale scènes is in De terugkeer verwerkt.

Er zijn historische foto’s gebruikt als basis voor sommige tekeningen, vooral om de docentenhandleiding naast de strip te kunnen leggen en zo de band met de werkelijkheid te kunnen laten zien aan scholieren. In het Jappenkamp moesten de gevangenen bijvoorbeeld buigen als er een militair voorbijkwam. De strip toont het in een tekening, de docentenhandleiding bevat de foto.

Centraal in De terugkeer staat het verhaal van Bas, 81 jaar oud, die na het overlijden van zijn vrouw een brief vindt die zestig jaar eerder is verstuurd door Soerati, op wie hij ten tijde van de politionele acties (1947-1949) stapelverliefd was. Bas vertrekt naar Indonesië om te achterhalen of Soerati nog leeft. Zijn nichtje gaat met hem mee. In het vliegtuig vertelt hij zijn levensverhaal.

Bas woonde op Java. Amir, het zoontje van de baboe (het kindermeisje), wordt zijn grote vriend. Het is de tijd van het ontluikende Indonesische nationalisme en van de charismatische leider Soekarno. In 1942 valt Japan Nederlands-Indië aan. Na vijf dagen is de capitulatie een feit. De vader van Bas wordt krijgsgevangen gemaakt en tewerkgesteld aan de Birma-spoorlijn.

Amir en Bas gaan naar een kamp voor jongens. Na de oorlog volgt de Bersiap-periode (okt. 1945 – begin 1946), waarin nationalistische, Indonesische jongeren blanken te lijf gaan. De jongens overleven de oorlog, evenals hun moeder, en gaan in Jakarta aan boord van een schip om te repatriëren. Ze lopen in een hinderlaag, moeder en een broertje worden doodgeschoten.

Van der Rol: ‘Er werden ook veel treinen overvallen. Er zijn in die tijd onder de Nederlanders duizenden doden gevallen. Maar iederéén was slachtoffer. Het straatarme Nederland van net na de oorlog stuurde 150 duizend soldaten naar Indonesië, van wie er zesduizend zijn gesneuveld. Er zijn tussen de 30- en 100 duizend Javanen gedood.’

Aan de 64 bladzijden van De terugkeer is twee jaar gewerkt. Eric Heuvel heeft vier maanden geschetst en vier maanden geïnkt, met hulp van Dick Heins, de man achter strips als Klein Napoleon en Keetje.

Van der Rol sprak met Joost van Bodegom, die zelf geïnterneerd is geweest en nu de voorzitter is van de stichting Herdenking 15 augustus 1945 – de Indië-herdenking. Van der Rol: ‘Ik ben eerst de boeken van de Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer gaan herlezen, en de dagboeken van de oma van mijn vrouw, die geïnterneerd is geweest en bijna dagelijks aantekeningen maakte. Verder heb ik antiquarisch veel opgedoken.’

Het scenario en het storyboard die door Heuvel en Van der Rol werden gemaakt, is uiteindelijk door een begeleidingsgroep van negentien historici en andere deskundigen van onder meer het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) bekeken. Dat maakte een stroom aan correcties los. Heuvel: ‘Het is wel een inbreuk op je artistieke hoedanigheid als iedereen over je schouder meekijkt, maar je moet jezelf kunnen wegpoetsen.’

Meer over