Gestoord van de mogelijkheden

De Franse literatuur is gefascineerd door meervoudigheid, en dat is in Régis Jauffrets moderne klassieker Wereld, wereld! niet anders: zijn hoofdpersoon denkt op basis van dezelfde levensfeiten, in afwachting van hetzelfde etentje, nooit twee keer hetzelfde over zichzelf. Door Pieter van den Blink

Pieter van den Blink

Een dame in Parijs, zij krijgt vanavond gasten te eten. Nu is ze nog alleen thuis, de lamsbout staat in de oven. Die zal gaar worden, haar echtgenoot zal thuiskomen van zijn werk, kinderen hebben ze niet, na het diner als de gasten weg zijn, zullen zij moe in bed vallen. Direct aan het begin van deze ruim vierhonderd pagina's dikke roman krijgt de lezer te verstaan dat dit de verhaallijn is waarmee hij het zal moeten doen. Als het hem niet bevalt kan hij ophoepelen: 'Ik heb geen behoefte aan uw blik die zich als twee toortsen op mij richt, wat mijn schrijven voortdrijft is het loutere genoegen dat het tot stand komt, dat het bestaat in plaats van niets, een vluchtig ogenblik lang, verloren in de eeuwigheid.'

Gestoord boek

Dan kan het spel beginnen. Die lamsbout, die gaat héél langzaam gaar worden. En zoals de dame - zij voorziet zich gaandeweg van een half telefoonboek aan namen, onmogelijk te zeggen hoe zij werkelijk heet - door het ruitje van haar oven naar het sudderende vlees kijkt, zo aanschouwt de lezer het pruttelen van haar geest. Wellicht heeft ze een meervoudige persoonlijkheidsstoornis. Maar eigenlijk is het de verteller die lijdt aan een meervoudige verhaalstoornis. Met dien verstande dat 'lijden' en 'stoornis' geen negatieve indicatoren hoeven te zijn voor een goed verhaal, net zo min als een lamsbout in de oven de garantie is voor een aangenaam diner. In dit geval levert het een gestoord boek op, schatrijk aan mogelijkheden, geboren uit mogelijkheden, die weer tot nieuwe mogelijkheden leiden.

De Franse literatuur heeft, Georges Perec voorop, een fascinatie voor meervoudigheid: in diens Het leven een gebruiksaanwijzing gaat het om de parallelle levens van een aantal bewoners achter dezelfde voordeur, in Wereld, wereld! om het eindeloze aantal beelden dat iemand van zichzelf kan hebben op basis van steeds dezelfde levensfeiten, in afwachting van steeds hetzelfde etentje. Jauffrets naamloze heldin denkt nooit twee keer hetzelfde over zichzelf.

Optionele zelfbeelden

Maar deze experimentele roman, die Jauffret in 2003 de Prix Médicis opleverde - deze week verschijnt de Nederlandse vertaling - is meer dan het verhaal van een vrouw 'zonder enig enthousiasme' voor de werkelijkheid die eerst vlucht en dan verdwaalt in haar fantasie. Tegelijkertijd ironiseert de schrijver, net als Perec deed, de godgelijke almacht die hij heeft over z'n verhalen. Zo lijkt hij laden vol te hebben liggen met mogelijke vaders van de hoofdpersoon, in enkele alinea's trekt hij ze achter elkaar open: papa was een veehouder, een discrete alcoholist, een zakenman, of toch een zangleraar, een fakir, een luitenant, iemand die zich heeft verrijkt in de pornobusiness of een die zijn geld heeft gestoken in een groentewinkel, hij leeft van aandelen of bekleedt officiële functies. Misschien is het niet de trots van de schrijver, maar zijn wanhoop over zo veel mogelijkheden waarmee hij de lezer het hele arsenaal voor de voeten werpt, in plaats van een keuze te maken.

Zijn heldin kan vluchten voor de overdaad aan optionele zelfbeelden door slaappillen te eten als popcorn. De schrijver kan dat niet, hij is het immers die de keuze moet maken om haar die pillen te geven en haar eraan te laten doodgaan of niet. Op een van de momenten dat de heldin weer wakker wordt uit zo'n farmaceutische slaap, volgt de mooiste zin uit het boek: 'Dan weet ze dat ze van nature opgewekt is en dat die zwaarmoedigheid, die plotselinge aanvechtingen om de plaat te poetsen niets anders waren dan de ietwat snijdende rook van haar laaiende bestaansgenot.' Dat laaiende bestaansgenot (wat een jaloersmakend beeld!) van het personage staat gelijk aan het 'loutere genoegen' waarvan wij in het begin hebben gelezen dat het de verteller voortdrijft. Hier verzoent de schrijver zich met zijn lot van almachtige. Wat goed dat meestervertalers De Haan en Hofstede deze moderne klassieker ter hand hebben genomen.

Meer over