Geschiedenis stad wreekt zich in gevels hogeschool

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en kantoorgebouw met winkelgalerij, Jodenbreestraat, Mr Visserplein, Amsterdam. Architect: Teun Koolhaas Associates. Ontwerp: vanaf 1991....

Toen in 1971 aan de Amsterdamse Jodenbreestraat het Burgemeester Tellegenhuis werd geopend, was tenminste één man heel tevreden met het resultaat. De architect (Piet Zanstra) vond dat hij een krachtig, overtuigend kantoor had neergezet. Het was een groot gebouw van robuust beton, fraai van verhoudingen en strak van ritme. En het was toegesneden op de modernste eisen met air-conditioning en parkeergarage en bovendien een overdekte winkelgalerij.

Helaas voor hem. Het gebouw stond op de verkeerde plaats, in de verkeerde tijd. Het Maupoleum, zoals Zanstra's kantoor al vlug werd genoemd (naar de projectontwikkelaar Maup Caransa) had met zijn straatgevel van 180 meter lengte de nieuwe snelweg naar een nieuwe City moeten flankeren. Maar ongeveer tegelijk met het gereedkomen ervan brak de woelige tijd van actiegroepen en Nieuwmarktrellen aan. Het beleid van cityvorming werd - voorlopig - afgezworen en juist deze strakke betonklomp werd gezien als de belichaming van alle overwonnen kwaad.

Na de sloop in 1994 van het Maupoleum verrezen op dezelfde heipalen naast elkaar de nieuwe Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en een verhuurkantoor van Philips Pensioenfonds. Als hier geen Maupoleum had gestaan, zou niemand het in zijn hoofd hebben gehaald om twee van dit soort kanjers op zo'n delicate plek te zetten. Maar omdat in de jaren negentig het geld van de projectontwikkelaars weer in hoge mate het stedelijk beleid bepaalt, kon het gebeuren dat op dezelfde plaats de dubbele hoeveelheid vloeroppervlak moest worden gerealiseerd.

Een uiterst riskante onderneming. Vooral toen het Maupoleum was gesloopt, werd duidelijk hoe groot de tegenstellingen waren die juist op deze plek moesten worden overbrugd. Achter het puin van de betonkolos kwam ineens de verloren Uilenburgersteeg te voorschijn. De stad was jarenlang vergeten dat dat buurtje daar lag, met zijn mooie industriële gebouwen en wat gekke fabriektorens; met zijn pakhuizen, zijn kleine bedrijven en zijn boten. Te lang had het Maupoleum de indruk gegeven dat de sfeer van het IJ-tunneltracee tot diep in de binnenstad was doorgedrongen en pas bij het sluisje van de Oude Schans was gestopt. Al past de huisvesting van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten wel degelijk in een omvattend en ook weldoordacht plan om allerlei kunstonderwijs in het stadscentrum te concentreren.

De nieuwe Dans- en Theaterschool is als onderwijsgebouw uitstekend gelukt: het is een fantastisch werkgebouw, met mooie studio's die het daglicht ruimschoots binnenlaten. Met prachtige oefenruimtes ook, ruime gangen, fijne trappen en een zaal die bijna alle mogelijkheden van een black box in zich heeft. De diverse ruimtes zijn aangenaam van verhoudingen en waar mogelijk is het contact met de stad ten volle uitgebuit.

Er is zelfs een dakterras en alle foyers hebben glasgevels waarin schuifpuien bijna volledig kunnen worden opengezet. Er wordt vanuit het gebouw trouwens ook veel voor de stad terug gedaan: naar verwachting zullen er circa 280 publieksvoorstellingen per jaar worden gehouden.

Maar aan de buitenkant is te zien dat de complexiteit van de plek de architecten parten heeft gespeeld. De opdracht om de hele noordkant van de Jodenbreestraat met twee gebouwen vol te zetten, is duidelijk net iets te zwaar geweest. Teun Koolhaas Associates (TKA) koos ervoor, terecht, om de twee gebouwen echt afzonderlijk te ontwerpen en ook om te proberen bij de omgeving aan te sluiten.

Dat leidde ertoe dat het verhuurkantoor voor Philips Pensioenfonds - gehuurd door de gemeentelijke Dienst Ruimtelijke Ordening - op zijn Amsterdams een gevel van baksteen kreeg, waarin met zorg een klassieke opbouw is nagebootst en waarin drie groenglazen erkers voor de nodige onderbreking zorgen.

Maar gek genoeg werd, ondanks de mislukking bij het Maupoleum, toch weer voor overdekte winkelstraat gekozen. Dat biedt een wat halfslachtig geheel waarbij het hakkelend ritme van de zuilen genadeloos onthult dat klassieke maatvoering niet de sterkste kant is van TKA.

De Hogeschool is nog rommeliger. Dat wordt vooral veroorzaakt doordat de architecten een onderscheid maakten tussen het introverte en het extraverte deel van het gebouw. Met andere woorden: tussen de onderdelen waar gewerkt, gezweet en gehuild moet kunnen worden en het deel waar men zich aan de buitenwereld presenteert. Architectonisch werd dat vertaald in een met baksteen bekleed donker gedeelte en een deel waar glas en witte muren overheersen. Maar met name dat witte gevelvlak is aan de Jodenbreestraat zo groot en wezensvreemd dat de straat daarmee geen goed wordt gedaan.

TKA heeft tot nu toe vooral veel naam gemaakt met zijn stedebouwkundig werk en het is ook aan dit bureau te danken dat er in 1991 een opzet lag waardoor de hogeschool überhaupt op deze plek in de stad kon komen. Maar architectonisch was dit voor het bureau een ongekend grote opgave, waarmee het, met een getoonde voorkeur voor industrieel aandoende ontwerpen, niet helemaal uit de voeten kon.

Verreweg het best geslaagd zijn de gevels aan de achterkant, bij de Houtkopersburgwal. Hier was geen noodzaak om te reageren op strijdige zaken. Hier hoefde geen kloeke straatwand te worden gemaakt die tegelijkertijd moest aansluiten op zowel de droeve resten van een historische binnenstad als de vruchten van uitbundige stadsvernieuwing.

Hier kon TKA zich uitleven, bij beide gebouwen, door aan te sluiten op echt historisch industriegebied. Het kantoorgebouw werd magistraal tot een kam gevormd waarbij de witgeschilderde muren van de binnenhoven, een prachtige afwisseling vormen met de baksteengevels op de kop van elke zijbeuk.

Bij alle andere gevels wreekt zich de geschiedenis van dit deel de stad, waar al te vaak is geprobeerd met bruut geweld het verleden uit wissen. TKA is er in geslaagd dit rommelig geheel weer samenhang te geven, maar dat ging ten koste van de eenheid in hun eigen architectuur.

Hilde de Haan

Ids Haagsma

Meer over