'Geperverteerd gepruttel'

Zo puntig en humoristisch als Gerard Reve hem tot leven bracht in Op weg naar het einde, zo mooi heeft Henry Miller zelf nooit geschreven....

Henry Val Miller (1891-1980) had eind jaren twintig samen met zijn tweede vrouw June als straatarme toerist door Europa getrokken, en keerde in 1930 naar Parijs terug. Hij nam het manuscript van zijn eerste roman Crazy Cock mee, en begon in Parijs aan zijn tweede boek: Tropic of Cancer. De roman zou openen met een scène die zich tijdens de laatste nacht van Millers eerste bezoek aan Parijs had afgespeeld. Dronken als hij was zou hij toen een eveneens dronken vrouw hebben proberen te neuken, een gebeurtenis die veel indruk maakte op de protestantse kleermakerszoon, met zijn grondige afkeer van de strakke mores van zijn geboorteland. Europa, en met name Parijs, werd voor hem wat het voor die generatie schrijvende landgenoten vóór hem was geweest: een liberaal oord dat creatieve, onconventionele geesten koesterde.

De Franse hoofdstad had een heilzaam effect op Millers schrijverschap. In 1932 voltooide hij Tropic of Cancer, in veel opzichten een autobiografisch verslag van zijn eerste jaar in Parijs en in zijn totstandkoming onder anderen begeleid door de bemiddelde schrijfster Anaïs Nin, die Miller ook financieel steunde.

'De enige man ter wereld die dit durft uit te geven, is Jack Kahane', zei Millers literair agent William Bradley, toen hij het manuscript onder ogen kreeg.

Kahane was een Engelse jood die in de Eerste Wereldoorlog had gevochten. Na zijn huwelijk met de Française Marcèle Girodias had hij zich in Parijs gevestigd. Hij was een gretige lezer, opgetogen over de Franse literatuur en de vrijmoedige seksuele moraal in zijn nieuwe vaderland en toen hij zijn eigen uitgeverij begon, de Engelstalige Obelisk Press, publiceerde al snel de twee beroemdste 'verboden boeken' van die tijd: het lesbische liefdesverhaal The Well of Loneliness van Radclyffe Hall en de vierdelige seksuele bekentenissen My Life and Loves van Frank Harris.

Maar Kahane snakte naar een eigen literaire ontdekking. Toen hij Tropic of Cancer las, wist hij dat hij die had gevonden had. 'Eindelijk!' schreef hij later, 'Ik had het vreselijkste, smerigste, schitterendste manuscript gelezen dat ik ooit in handen had gekregen; niets dat ik had ontvangen, was vergelijkbaar in de schoonheid van de schriftuur, de bodemloze diepte van de wanhoop, de trefzekerheid van de portretten, de onbesuisdheid van de humor.'

Inmiddels had de depressie in Amerika toegeslagen. Het aantal Amerikanen en Britten dat Parijs bezocht - Kahane's voornaamste klantenkring - was sterk afgenomen, en het zou tot 1934 duren voordat Tropic of Cancer werd uitgegeven. Dat zelfs Kahane, de eigenzinnige durfal onder de uitgevers (wiens zoon en Lolita-uitgever Maurice Girodias de fakkel brandende zou houden), de nodige ophef vreesde bij publicatie van dit boek, moge blijken uit het feit dat hij op het omslag 'Privately Printed' liet drukken, en pas op de voorlaatste pagina van het boek in een heel klein letterkorps de naam Obelisk Press liet zetten. Tropic of Cancer werd aanvankelijk nauwelijks opgemerkt. Slechts een kleine groep literaten las en prees de roman. T.S. Eliot noemde Tropic of Cancer beter dan D.H. Lawrence's enkele jaren eerder verschenen en eveneens zeer controversiële Lady Chatterly's Lover, en ook Ezra Pound stak de loftrompet. Tropic of Cancer 'out-Ulyssed Joyce', oordeelde dit literaire orakel in een brief aan de schrijver.

Het boek werd in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië verboden, al werd het ironisch genoeg wel besproken. De reacties waren verdeeld. In Frankrijk kon het boek blijven verschijnen. Pas jaren later, in 1946, probeerde de president van het Cartel d'Action Sociale et Morale een verbod af te dwingen met een beroep op een in 1939 ingestelde anti-pornografiewet. Maar een 'Comité ter verdediging van Miller', met André Breton, Albert Camus, Paul Eluard, Jean-Paul Sartre en André Gide, sprong voor de schrijver en de bres en de veelbesproken 'cas-Miller' werd ten slotte in diens voordeel beslist.

Aan de andere kant van de oceaan had dat geen invloed. Toen een boekhandelaar in de Verenigde Staten tot drie jaar gevangenisstraf werd veroordeeld wegens het te koop aanbieden van Tropic of Cancer en zijn opvolger Tropic of Capricorn, deed geen enkele Amerikaanse schrijver zijn mond open. In 1953 bevestigde de rechtbank van San Francisco het verbod nog eens, en toen The Grove Press in 1961 de eerste Amerikaanse uitgave op de markt bracht, had dat opnieuw een stortvloed van processen tot gevolg. Bij één ervan verklaarde de als getuige-deskundige opgeroepen schrijver Leon Uris dat het boek 'het geperverteerde, irrationele gepruttel van een ongezonde geest' bevatte. Ondertussen waren de recencies uitgesproken lovend en werden er in de eerste week 68 duizend exemplaren van Tropic of Cancer verkocht. Ditmaal liet het Amerikaanse schrijversgilde wel van zich horen. 198 Schrijvers, van Saul Bellow tot Norman Mailer en van Bernard Malamud tot John Dos Passos, namen het voor Miller op.

In maart 1963 oordeelden vier van Amerika's meest vooraanstaande rechtbanken dat Millers boeken niet konden worden verboden. In Nederland verbaasde Gerard Kornelis van het Reve zich over alle ophef rond 'de vervelende opendeurtrapperij en het losgeslagen kleinburgerdom' van 'de oude phallus'. Een paar jaar later mocht hijzelf de verdediging voeren van een veel mooier boek.

Meer over