Gepassioneerde Judith omringd door groteske bijfiguren

Judith door Nes Producties. Tekst: Friedrich Hebbel. Regie: Anny van Hoof. Gezien: donderdag 12 maart Frascati Amsterdam. Herhaling aldaar tot en met 19 maart....

ANNETTE EMBRECHTS

Er lijkt sprake van een lichte reli-revival in het theater. Jonge regisseurs bombarderen steeds vaker religieuze helden tot centrale figuren van hun voorstellingen. Hildegard von Bingen, Hosea, Maria, Job, Jezus en zelfs God duiken geregeld op in de hoofdrol. Ditmaal is het Judith uit het gelijknamige eerste apocriefe boek die zich mag warmen in de aandacht van regisseuse Anny van Hoof. Eerder maakte ze producties rondom Marieken van Nieumeghen en Pausin Johanna.

Evenals bij deze halve heiligen vestigt Van Hoof bij Judith niet de aandacht op de religieuze motieven waarmee deze vrouw een plaats in de cultuurgeschiedenis verwierf maar op de persoonlijke, samen te vatten in lust, liefde en overgave.

De jonge weduwe Judith, die zich volgens de Bijbel nederig als werktuig Gods beschouwt, offert zich op om Holofernes, de belegeraar van haar volk, te doden door zich als overloopster aan hem te presenteren. De negentiende-eeuwse toneelschrijver Friedrich Hebbel presenteert Judiths heilige daad echter vooral als wraak omdat Judith door haar man in hun korte huwelijk nooit is aangeraakt. Bovendien is de krachtige Holofernes weer de eerste man in haar buurt waar ze in sterke passie voor ontwikkelt. Wil ze de lust in haar binnenste doven, moet ze het beest van de vijand vermoorden.

Van Hoof heeft in Tamar van den Dop een prachtig vertolkster gevonden van deze gekwetste en gepassioneerde Judith. Ze weet de klassieke taal van Hebbel, door Van Hoof grotendeels intact gelaten, volledig naar haar hand te zetten. Soms is haar waterige blik naar binnen gekeerd, dan weer schieten haar ogen vuur. Haar wippende paardestaart maakt haar jong, haar doorleefde spel maakt haar oud. Alsof ze een spel speelt met haar levenservaring.

Raar genoeg maakt Van Hoof van de figuren rondom Judith een paar vreemde vogels met grotesk gedrag en hier en daar exotische lichaamsbeschilderingen. En dat in een verder ingetogen enscenering met zuilen, gemarmerd linoleum en kleren van gebleekte katoen. Holofernes, gespeeld door de gespierde Gustav Borreman, spuwt springend als een veer zijn teksten en toont het liefst zijn krachten als een slingerende Tarzan.

Alice Reys en de Turkse Turan Furat brengen als bedienden twee traditionele liederen ten gehore, waaronder een Oekrainse song uit de film Time of The Gypsies. En Xander Straat maakt van Ephraïm, de lafhartige aanbidder van Judith, bijna een stripfiguur à la Herr Seele.

Juist deze bijfiguren zouden de achterliggende strijd moeten verwoorden tussen het volk Israël en dat van Assyrië, en daarmee tussen de verering van één en meerdere goden. Nu ze echter op de lachspieren werken, neigt dit twee uur durend stuk af en toe naar melodrama. De keuze om Judiths persoonlijke drama centraal te stellen is theatraal dan wel een goede, haar heilige missie blijft echter zwemmen tussen een lach en een traan.

Annette Embrechts

Meer over