Geluksgevoel in nieuwe Gouden Eeuw

De Britse historici Jonathan Israël en Simon Schama hebben tamelijk recent dikke, en mooie, boeken geschreven over de Gouden Eeuw in Nederland....

In HP/De Tijd constateert columnist J.A.A. van Doorn evenwel dat wij in onze zelfgenoegzaamheid vervreemd zijn geraakt van de werkelijkheid. Hij vindt een vergelijking met de 'bruisende en robuuste' zeventiende eeuw onterecht. Want: 'Waar zijn onze Rembrandt en Hals, onze Vondel en Hooft, onze De Ruyter en Tromp?'

Wij zouden eerder iets van de negentiende eeuw hebben, 'toen men ook geloofde dat alles met geld was op te lossen: de bedelaars en landlopers werden aan het werk gezet, en wie te weinig loon kreeg kon altijd nog naar de armenzorg'. Wij, Nieuwe-Goudeneeuwers, denken volgens Van Doorn nauwelijks anders: 'Stop iedereen wat geld toe en praat niet over de achterliggende problemen.' Doch het kan verkeren, waarschuwt hij: in de negentiende eeuw fulmineerden de socialisten tegen dit soort praatjes, nu doen ze mee.

Ook Piet Hein Donner, voormalig voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, maakt zich in HP/De Tijd zorgen over de tijdgeest: 'De eenzijdige concentratie op welvaart miskent dat mensen heel erg in de knel komen, omdat ze geestelijke structuur missen om het bestaan zin te geven.'

Of wij twintigste-eeuwers wel Rembrandts, Vondels en Trompen in ons midden hebben, zou Frans Haks, voormalig directeur van het Groninger Museum ons moeten kunnen vertellen. Maar blijkens een interview in De Groene Amsterdammer zit Haks niet te wachten op dergelijke helden: 'Weg met de oude hiërarchie' is zijn devies. Toch ontwaart ook Haks lijntjes met Rembrandt: 'Was Rembrandt dan niet commercieel? Naast zijn schilderijen produceerde hij massa's etsen - gewoon om goed te kunnen verdienen. Kunst socialiseert zich steeds meer, kunst is nu bereikbaar voor jan en alleman.' Maar Haks maakt dan ook geen onderscheid tussen rommel en echte kunst. 'God openbaart zich in het draaien van een drol', is zijn filosofie.

Ten slotte komt de aap uit de mouw. Haks zelf wil zélf alles zijn: Rembrandt, Vondel, Tromp. Want hoe wil hij herinnerd worden? 'Als iemand van historisch belang.'

In onze Nieuwe Gouden Eeuw moeten wij het 'bruisende en robuuste' volgens de Hongaars-Amerikaanse psycholoog Mihaly Cziskzentmihalyi in wow! en flow zoeken. Zowel Hervormd Nederland als HP/De Tijd gaat op zoek naar dat geluk.

Maar de ontdekker van de nieuwe gelukservaring zegt dat zij niets te maken heeft met het almaar zoeken van plezier in je leven. Daarvan word je, meent hij, juist depressief. Flow (HN-vertaling: lekker gaan; HP/De Tijd-vertaling: 'alsof ik zweef') kun je bij alles hebben: om het even bergbeklimmen, tandenpoetsen, ramen zemen, je bijstand innen? Hoe meer je flowt, des te gelukkiger je bent.

Net als Haks ontraadt Czikszentmihaly ons te veel naar het verleden om te zien. 'Ik ben altijd bezorgd', zegt hij in HP/De Tijd, als mensen te hard proberen de vormen van een of ander verleden te conserveren. De inhoud kan belangrijk blijven, maar te veel aandacht voor vormen van eertijd is tijdverspilling.'

Overigens tast dit soort visie Van Doorns standpunt niet aan. De mentaliteit waarin rijken hun schuldgevoel afkopen met een paar grijpstuivers, is van alle tijden.

Niet alleen Van Doorn lokaliseert Paars II in de negentiende eeuw. In Elsevier beweert Pim Fortuyn dat Wim Kok een negentiende-eeuwer is, omdat hij over onze infrastructuur - Rotterdamse haven, Betuwelijn, Schiphol - denkt als in de vorige eeuw. Fortuyn denkt al 21ste-eeuws te denken: invoering van een vierdaagse werkweek, variabele werktijden, IT-paviljoens in woonwijken zouden onze problemen oplossen.

Vrij Nederland onderzoekt waar de elite van onze Nieuwe Gouden Eeuw tegenwoordig woont. De sociaal-geografe Elleke de Wijs-Mulkens zegt het te weten: 'Het geld houdt de top steeds op de juiste plaats.'

Meer over