Gek van een oude anarchist

Vierhonderd jaar geleden verscheen De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha van Miguel de Cervantes Saavedra. In de Spaanstalige wereld wordt dat uitbundig gevierd met nieuwe edities, congressen en feesten....

Door Cees Zoon

Het is zo'n historisch Spaans stadje waar je je vingers bij aflikt. Het hele centrum (en veel meer is het niet) vormt een conglomeraat van kerken, kloosters en herenhuizen uit de Renaissance en de Barok, met af en toe wat Romeinse en Arabische sporen. Maar dat maakte Villanueva de los Infantes nog niet tot een aanloopcentrum voor vreemdelingen. Het binnenland van Spanje grossiert immers in dit soort schoonheden. Alleen een enkele literaire toerist wilde het klooster van Santo Domingo wel eens aandoen: in een cel van het tot streng hotel omgevormde klooster stierf in 1645 Francisco de Quevedo, een van de grootste klassieke dichters van het land.

Dat gaat nu radicaal veranderen. Want Villanueva de los Infantes is niet langer een vergeten vlek op de hoogvlakte van Castilia La Mancha, op een steenworp van Valdepeñas, waar ze de beruchtste hoofdpijnwijn van Spanje produceren. Villanueva is niets minder dan 'een plaats in La Mancha waarvan ik mij de naam niet wil herinneren'. Oftewel: de woonplaats van Don Quichot, de vernuftige edelman uit het belangrijkste boek dat de Spaanse taal heeft voortgebracht.

Voor die opzienbarende vaststelling zijn de geleerden niet over één nacht ijs gegaan. Een zogenoemde multidisciplinaire werkgroep van de Complutense Universiteit in Madrid, bestaande uit tien taalkundigen, historici, geografen, wiskundigen en informaticadeskundigen, heeft twee jaar lang zitten passen en meten en ten slotte Villanueva de los Infantes tot winnaar uitgeroepen. De wetenschappers baseren zich op de plaats- en tijdaanduidingen in het boek, hebben zo het daggemiddelde berekend van Rocinante, het paard van Don Quichot (31 kilometer op zomerdagen, 22 op winterdagen), en de som van al dat gepuzzel voerde naar Villanueva.

Een verrassing, want tot nu toe werd doorgaans Argamasilla de Alba, verder naar het noorden, ervan verdacht de uitvalsbasis van de edelman te zijn geweest.

Het lijkt een toonbeeld van universitaire verkwisting om zoveel tijd en menskracht in te zetten voor het vaststellen van de fictieve woonplaats van een romanpersoon. Maar als het om El Quijote gaat, is geen inspanning te groot. De liefde voor dit boek, 'het vaderland van de Spaanse taal' in de woorden van Spanjes minister van Cultuur, leidt tot vele uitwassen.

De inwoners van de zojuist ontdekte Don Quichot-stad zijn opgetogen. De erkenning is niet alleen een culturele eer van de eerste orde, maar zal zeker ook een stroom toeristen naar het stadje brengen. Ze zijn zo blij, vertelt burgemeester Mariano Sabina, dat ze spontaan hebben besloten het lijvige werk van Cervantes in zijn geheel over te schrijven op perkament. Uitwassen dus. Niemand wil het hardop zeggen, maar het initiatief heeft natuurlijk meer weg van strafwerk dan van een huldebetoon.

De hoofdprijs valt de 'plaats in La Mancha' in de schoot op het mooist denkbare moment: aan het begin van de viering van de vierhonderdste verjaardag van het verschijnen van De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha van Miguel de Cervantes Saavedra. De eerste exemplaren van de roman kwamen in januari 1605 van de drukker, en die mijlpaal in de wereldliteratuur wordt in Spanje en tal van andere landen op grootscheepse wijze herdacht met congressen, exposities, voorleesdagen, opera's, folkloristische uitspattingen en natuurlijk een hele rits nieuwe edities van het meesterwerk. Het thuisland van de dolende ridder is volledig in de ban van de quijotemanía.

De literaire routes door La Mancha, de heuvelachtige rode aarde in het hart van Spanje waar Don Quichot zijn avonturen beleefde, is nieuw leven ingeblazen. Elk gat dat genoemd wordt in het boek, elke herberg die de edelman zou hebben aangedaan, elke windmolen in de regio, alles is nauwkeurig in kaart gebracht om de lezer te ontvangen in het levensechte decor van zijn lievelingsboek. Met bussen vol worden zij afgeleverd bij de windmolens ter hoogte van Criptana, die Don Quichot voor de reuzen zou hebben aangezien met wie hij een heroïsch gevecht aanging.

Ondanks de uitverkiezing van Villanueva de los Infantes tot 'officiële woonplaats' van Don Quichot zal het gros van de Cervantes-liefhebbers toch in eerste instantie naar El Toboso trekken, het klassieke witte dorp waar de schrijver Don Quichots grote liefde Dulcinea liet huizen. In dit door en door gerestaureerde dorp kun je de boodschap niet missen, alle straatnamen herinneren aan het boek, van de Calle Dulcinea tot aan de Calle El Caballero de los Espejos, de muren zijn opgesierd met citaten, en koffie drink je in de onvermijdelijke bar Rocinante. Het Casa Museo Dulcinea, het huis van doña Ana Martínez Zarco die model zou hebben gestaan voor de romanfiguur, valt echter een beetje tegen, is te mooi opgepoetst en gevuld met antiek om er nog een echt huis in te herkennen.

Meer de moeite waard is de Cervantes-bibliotheek in El Toboso, en niet alleen vanwege de tekst die in de hal van het gebouw is afgedrukt: 'De taal waarin God Cervantes het evangelie van de Quijote gaf.' In de bibliotheek zijn naast de talloze Spaanse drukken van Don Quijote de la Mancha edities in meer dan vijftig talen bijeengebracht, en het aardige van de verzameling is dat je de indruk krijgt dat niet alleen elke rechtgeaarde Spanjaard niet zonder het boek onder zijn kussen slaapt, maar dat ook politieke leiders allerwegen de klassieker op hun duimpje kennen.

In de bibliotheek vinden we een Nederlandse vertaling die is gesigneerd door prins Bernhard, 'een groot hispanofiel'. Het ligt te midden van exemplaren gesigneerd door Mussolini, Hindenburg, Reagan, Mitterrand, Thatcher, Tudjman, Franco, Perón, González en Von Weiszäcker, om enkele van de bekendste te noemen. Zelfs Adolf Hitler leverde een bijdrage aan de bibliotheek, gesigneerd op 1 juli 1933. Of de Führer de Quijote heeft gelezen blijft echter in het ongewisse, want hij deed El Toboso een echt Duits werk cadeau: het Nibelungenlied. Het is een van de twee niet-Don Quichots in de bibliotheek. De andere is de inzending van de Libische leider Kadhafi die het dorp verblijdde met een exemplaar van zijn eigen meesterwerk, Het Groene Boekje.

Natuurlijk ontbreekt in El Toboso niet het standbeeld van Don Quichot, hier in de versie van de edelman geknield voor zijn geliefde Dulcinea. Don Quichot is waarschijnlijk de enige literaire held die vrijwel iedereen in de wereld onmiddellijk herkent van een beeld of een plaatje, wat niet het geval is met, pakweg, Hamlet of Odysseus - het resultaat van de talloze geïllustreerde edities van het boek, die in de loop der eeuwen zijn verschenen. Wie kent niet de edelman zoals hij is vereeuwigd door kunstenaars als Gustave Doré of Robert Smirke? In de stroom van heruitgaven ter gelegenheid van de vierhonderdste verjaardag scoort de door Salvador Dalí geïllustreerde Spaanse editie hoog.

G

een stad in de Spaanstalige wereld veroorlooft zich de zonde geen meer dan levensgroot beeld van de dwaze ridder in zijn straten te hebben. Van klassiek tot gewaagd modern, zoals de naakte Don Quichot te paard in het centrum van de Cubaanse hoofdstad Havana. De Mexicaanse stad Guanajuato, dat al sinds decennia jaarlijks een groot Cervantes-festival organiseert, spant de kroon: van onder tot boven volgestouwd met Quijotes, en de bezoeker ontkomt er bijna niet aan er ook een mee naar huis te nemen. Voor in de tuin bijvoorbeeld. Don Quichot als tuinkabouter, hoe ver kan de populariteit van een romanheld gaan?

Iedereen weet hoe de edelman eruitziet, maar worden zijn avonturen nog wel gelezen? Nou, reken maar. Vraag een Spaanse politicus welk boek op zijn nachtkastje ligt en hij antwoordt zonder blikken of blozen: El Quijote. Welk boek neemt de voetbalcoach mee naar het trainingskamp? De Quijote. Wat heeft de laatste maanden de meeste indruk gemaakt op de televisiepresentator? Herlezing van de Quijote. Je maakt wel een erg domme en ongeciviliseerde indruk als je hardop durft te zeggen dat je het niet gelezen hebt. Het is waar dat vrijwel iedereen het boek in de kast heeft staan, maar of het daar ook uitkomt? Het is wel een pil, hoor.

Of 'het belangrijkste boek na de bijbel', zoals de Spanjaarden graag mogen zeggen, gelezen wordt of niet, het wordt in elk geval wel gekocht. En, in de aanloop naar het herdenkingsjaar, niet zo zuinig ook. Al omstreeks de afgelopen kerst voerde De vernuftige edelman Don Quichot van La Mancha alle bestsellerlijsten in Spanje aan. Het klassieke werk verdreef de superseller De Da Vinci Code van Dan Brown, en zelfs de nieuwe romans van Gabriel García Márquez en Arturo Perez-Reverte, altijd een garantie voor verkooprecords, moesten het afleggen. Hetzelfde gebeurde in Argentinië en Chili, de 'leeslanden' van Latijns Amerika.

In totaal zijn 34 nieuwe Spaanstalige edities van de Don Quichot op de markt gebracht. Het grootste succes is de goedkope uitgave van de gezamenlijke Academies voor de Letteren van Spanje en Latijns Amerika, waarvan in ruim een maand tijd een half miljoen exemplaren zijn verkocht. Dat aantal zal worden verdubbeld nu de uitgave ook in landen als Mexico en Colombia beschikbaar is. In het laatste land was het de president zelf die de presentatie van het boek op zich nam.

De editie gaat vergezeld van een flink aantal inleidingen en commentaren van gerenommeerde schrijvers. Een van hen, de Peruaan Mario Vargas Llosa, maakte bij de presentatie in eigentijdse taal duidelijk waarom de edelman van La Mancha, 'een anarchist die de autoriteit en de macht uitdaagde', nog steeds een na te volgen voorbeeld is vanwege zijn diepe wantrouwen jegens autoriteiten: 'Wie op zo'n manifeste manier in opstand durfde te komen tegen de politieke correctheid en de heersende moraal was een gek sui generis, die niet alleen wanneer hij sprak over ridderromans, dingen zei en deed die de wortels van de maatschappij waarin hij leefde, in twijfel trok.'

Het Don Quichot Jaar geeft alle cervantistas in de wereld weer ruim baan. Een cervantista, Cervantes-kenner, is elke Spaanstalige schrijver, academicus en criticus die zichzelf serieus neemt, en elke hispanist waar dan ook. Gelukkig is er niet zoveel bekend over het leven van Miguel de Cervantes, zodat zij zich kunnen uitleven in theorieën en speculaties. Een van de weinige vaststaande feiten is dat Cervantes op dezelfde dag stierf als Shakespeare, 23 april 1616. Hij was een hidalgo, lid van de laagste adel, zat verschillende keren in de gevangenis en vocht als gemeen soldaat in de Slag bij Lepanto.

Veel cervantistas, of schrijvers die hiervoor door willen gaan, proberen de auteur van de Quijote aan hun eigen beeld te spiegelen. Zo tracht Fernando Arrabal in een warrige biografie aan te tonen dat Cervantes een homoseksueel was, anderen menen te kunnen bewijzen dat hij een bekeerde jood was. De laatste in die reeks is de Mexicaanse schrijver Jorge Volpi die stelt dat Cervantes geen fictieschrijver was maar een chroniqueur en dat Don Quichot is gebaseerd op de avonturen van een edelman die deelnam aan de Spaanse verovering van de hoofdstad van de Azteken.

De Franse hispanist Jean Canavaggio relativeerde op het eerste Quijote-congres in Valladolid vorige week zijn eigen fanatisme en dat van zijn soortgenoten: 'Er blijven nog een hoop mysteries onopgelost. Maar dat is onze handel en broodwinning! Je kunt je hele leven van en voor het cervantismo leven. Het slechte is dat Cervantes-kenners soms gek worden.'

Meer over