Geheimen, metaforen, raadsels

Hella Haasse: Het tuinhuis (Querido)..

Er zijn van die jaren dat bijna alle lezen ondergeschikt is aan een groter project – het toegepaste, dienstbare lezen. Zo kom je van alles te weten over stoomtrams, forten en dinky toys, maar houd je zelden een versgedrukt boek in handen.

Wel liggen er boeken op het nachtkastje, de lievelingen. Daaruit drie.

Onlangs verscheen een bundel van Hella S. Haasse met nooit eerder in boekvorm verschenen verhalen, Het tuinhuis. Mochten er nog mensen bestaan die nog nooit iets van haar gelezen hebben: elk van deze verhalen is een samengebalde oer-Haasse. Telkens draait het om een geheim, een conflict uit het verleden, een verzwegen daad, een ongerijmde vondst die onbegrip tussen mensen pijnlijk onthult. Met haar grote verbeeldingskracht laat Haasse steeds dat ene oplichten, waarover niet gesproken kan worden. Welk verhaal is het mooiste? Het titelverhaal misschien, over een dochter die met tegenzin haar verslonsde moeder bezoekt. Of toch de smartelijke Indische verhalen ‘Een perkara’en ‘De Lidah boeaja’? Het duistere, keelknijpende ‘Genius loci’? Ik kan niet kiezen.

Verzamelde werken leiden vaak tot verveling door overvloed. Dat overkwam me niet bij Esther Jansma’s Altijd vandaag, een bundeling van haar gedichten tot nu toe. De verzameling toont een razendsnelle ontwikkeling: van een maakster van fraaie beelden tot een associatieve dichter die voelt met haar verstand, denkt in metaforen en omcirkelt wat onbenoembaar is.

Tot slot de Portugese dichter die zichzelf uitsmeerde over meer dan twintig anderen: Fernando Pessoa. August Willemsen vordert met zijn titanenklus, de vertaling van het gehele oeuvre. Afgelopen jaar waren de Gedichten 1913-1922 van Álvaro de Campos aan de beurt, Pessoa’s meest exuberante heteroniem, die met een stortvloed aan woorden, op het hysterische af, het Al probeert te omvatten. Maar ook hij komt, net als zijn schepper, niet tot de kern. Raadsels, ook hier weer.

Meer over