Geforceerde scènes aan boord van schip zonder woeste zee

Theater..

De kapitein wordt geschoren: netjes, hij heeft een afspraak met de zee.De zee is zijn bruid, zingzegt hij. Dan moet het schip nog gedoopt en moetde kapitein nog even door zijn verrekijker kijken, een verrekijker, die alsje goed kijkt een wodkafles blijkt: ja, de kapitein houdt wel van eenborrel. Er is een matroos die zorgt dat hij niets te kort komt; de kapiteinheeft er allemaal weer zin in.

Sweetheart Come leidt de toeschouwer aldus in, in de gedragsregels aanboord van een groot schip. De kapitein wil discipline, dus is de bemanningdruk met boenen en poetsen, of natuurlijk, gymnastiek. Lichamelijkeoefening, terwijl de kapitein toekijkt en een banaantje eet, en tussendoorop zijn instrument blaast. Waarop de bemanning plots een dolle dans tenbeste geeft. 'Waar gaat dit over?' wil de kapitein op enig moment weten.Als publiek vraag je je dat dan ook al een tijdje af.

Een poëtisch absurdistische zeemansopera, zo luidt de ondertitel vanSweetheart Come, die is geïnspireerd op twee gedichten: In der Nacht vanHerman Hesse en het oudere The Rhyme of the Ancient Mariner van SamuelColeridge. Componiste/ zangeres en regisseuse Mariecke van der Linden(eerder maakte ze onder meer de geslaagdere Pornocomponist) entekstschrijfster Marjolein Bierens bundelden hiertoe de krachten en wordenterzijde gestaan door Jack Vecht als de kapitein, Inga Schneider en AnniqueBurms als zoetgevooisde sirenen en een zestal muzikanten/ bemanningsleden.

Sweetheart Come werd al eerder opgevoerd tijdens het Zeeland NazomerFestival van 2004, en daar kun je je wel iets bij voorstellen, op locatiemet een woeste zee op de achtergrond. Voor deze zaalproductie maakten zeeen (kennelijk ingrijpend) aangepaste versie, en helaas pakt die niet erggelukkig uit.

De vraag van de kapitein naar de diepere betekenis van het stuk brengtniet de gehoopte kentering: er volgt een aantal scènes waarin wederomblijkt dat de kapitein een zelfingenomen machtswellusteling is, die daaropzijn schip en bemanning nodeloos in gevaar brengt. De composities van Vander Linden willen afwisselend wel swingen of treuren, de zangeressenSchneider en Burms wel zingen en het toneelbeeld is goed voor mooieplaatjes op zijn tijd. Maar dat is niet genoeg.

De stramme opeenvolging van de scènes-aan-boord geeft een schoolsresultaat, en de verhaaltjes op zich worden te zeer uitgesmeerd om teblijven boeien: even is de aandacht geprikkeld maar de spanningsboog wordtal snel weer opgeheven. Er zijn absurdistische momenten, ontegenzeglijkmaar die doen ook behoorlijk geforceerd aan. Zoals de hele productie duseigenlijk.

Karin Veraart

Meer over