Geestenbezwering in New York

Op het platenlabel van Knitting Factory is voor alles plaats, als het maar intrigeert. Klezmer en free jazz, maar ook muziek uit Cuba, Griekenland en Turkije....

DE EIGENAAR van de Knitting Factory werd ooit door een journaliste gevraagd wat dat nu precies was, 'knitting music'. Michael Dorf breide waarschijnlijk een vlot antwoord aan elkaar, maar de waarheid is dat de muziek in zijn club in downtown New York, waarvan de naam synoniem is geworden voor nieuwe jazz in Amerika, met geen mogelijkheid onder één noemer te vangen is. Dat geldt ook voor het gelijknamige platenlabel: het enige wat je vrij zeker weet van een Knitting Factory-cd is dat er een eigenwijze figuur met een origineel concept achter zit.

De tot nu toe in 1999 verschenen plaatjes zijn dan ook bijna allemaal intrigerend, en er zijn er een aantal bij die niemand met interesse voor eigentijdse geïmproviseerde muziek zich mag laten ontgaan.

Night Bird Song bijvoorbeeld, de laatste cd die de in 1998 overleden rietblazer en fluitist Thomas Chapin nog zelf heeft samengesteld en goedgekeurd. Chapin was de eerste die voor Knitting Factory Records (KFR) opnam, en dat was passend, want hij was thuis in verschillende werelden zonder ooit zijn eigen spirituele muziek te verloochenen. Hij was musical director geweest van de aartsconservatieve swing-veteraan Lionel Hampton, maar wist ook raad met free jazz en wereldmuziek.

Night Bird Song bevat opnamen uit 1992, met een trio dat destijds nog niet met bijna telepathisch samenspel was uitgegroeid tot de kleinste big band ter wereld, maar niettemin een perfecte omlijsting gaf aan Chapins mengeling van gepassioneerde geestenbezwering, lieflijke lyriek en humor.

In november brengt KFR een verzamelbox uit met Chapins beste werk. Liefhebbers zullen ook blij zijn met het in 1998 geruisloos verschenen Watch Out van het Misako Kano Quartet: Chapin, als voornaamste solist naast de leider-pianist, is in grootse vorm.

Door klezmer en andere joodse muziek beïnvloede musici hebben vaak onderdak gevonden bij KFR. Op Kabalogy, de nieuwste van Hasidic New Wave, trekt deze groep de lijn door van vorige uitgaven: pakkende, jazzrock-achtige bewerkingen van Hebreeuwse melodieën en ritmen, met goede en toegankelijke solo's.

De meeste moderne joodse muziek heeft Oost-Europese wortels, daarom zal de gemiddelde klezmer-fan vreemd opkijken bij Keter, van de groep Zohar rond pianist Uri Caine en de Sefardische cantor Aaron Bensoussan. Zang vol religieuze vervoering, Spaanse en Cubaanse ritmen, ontketende jazzsolo's vol clusters en dissonanten, alles opgezweept door felle percussie. Het is een van de mooiste platen die onlangs zijn verschenen bij Knitting Factory.

Dat geldt ook voor Source, van rietblazer Matt Darriau's inmiddels tot vijf man uitgegroeide Paradox Trio. Darriau plaatst de klezmer in een breder verband, met opzwepende dansen en traditionele instrumenten uit Griekenland, Turkije en de Balkan, en is net als gitarist Brad Shepik vaardig genoeg om de kwikzilverig door allerlei maatsoorten schietende lijnen neer te zetten met ontspannen gemak, en er inhoudsrijke, doorvoelde solo's aan vast te haken.

Dat klezmer voor veel muzikanten slechts een vehikel is voor hun eigen creatieve invallen is te horen op Klezmer Festival 1998 (op het sublabel Jewish Alternative Movement). Naast traditioneel getinte nummers, onder andere een schitterend stuk Moldavische nostalgie van het Amsterdamse Klezmokum, worden er stukken voorgelezen uit het dagboek van Franz Kafka, tegen een achtergrond van psychedelisch vervormde jiddische klanken, door Psychedelicatessen van trompettist Frank London, die ook hier vertegenwoordigd is met zijn Hasidic New Wave.

Darriau en London vinden we ook terug bij Ballin' The Jack. Toch heeft dit niets incestueus, want deze groep heeft geen banden met hun andere projecten: het is een repertory band die vooral composities van Duke Ellington uitvoert uit diens 'jungle-periode'. Dat wordt, vooral in het honderdste geboortejaar van Ellington, wel vaker gedaan, maar zelden zo leuk. Jungle slaagt er nooit in de originelen te evenaren, maar de blazers hebben hoorbaar plezier met hun grommende en kwakende dempers, en iedereen voelt de lekker gore swing goed aan.

Ook tenorsaxofonist Louie Belogenis kijkt terug, en wel naar de New Thing van de jaren zestig, de tijd van John Coltrane's ruimtereizen. Op Rings Of Saturn doet hij zijn idool na door duetten te spelen met drummer Rashied Ali. De laatste is een grote persoonlijkheid die abstracte slagwerkpatronen laat zingen, maar Belogenis kan weinig meer dan met een veel kleinere schoenmaat in grote voetsporen treden.

Abstractie, maar met veel meer eigen gezicht, overheerst ook op Many Rings van gitarist Joe Morris. Dit is geen onbeheerst de kosmos in scheuren met het verstand op nul, maar groepsmuziek van een ongelofelijke dichtheid, doordat Morris, de altsax van Rob Brown, de fagot van Karen Borca en de sampler en accordeon van Andrea Parkins continu om elkaar heen kronkelen, zonder vast tempo of structuur en dus los van de aarde, maar scherp luisterend naar elkaar, zodat er een ander soort samenhang ontstaat.

Maar op KFR is voor alles plaats, dus ook voor conventionelere jazz. Odean Pope was jarenlang de tenorsaxofonist in het kwartet van Max Roach, en het meedenken met diens drumconcerten heeft zijn eigen muziek ritmisch enorm wendbaar en afwisselend gemaakt. Pope zit stilistisch, zoals zoveel anderen, tussen Coltrane en Sonny Rollins in, maar slaagt er met Ebioto toch in op te vallen door de doelmatigheid van zijn thema's en de organische manier waarop de solo's eruit opbloeien.

Intelligente postbop met een toefje r & b vult With Drawn van Vibes, de ritmesectie van de Jazz Passengers en hun vibrafonist Bill Ware. Ook hier toch weer een scheut mafheid, in de repertoirekeuze (Close To You van The Carpenters) en de tot een gillende elektrische gitaar vervormde vibrafoon in House Of The Rising Sun. Helaas ontbeert de solo-cd van trombonist en mede-Passenger Curtis Fowlkes deze charmante eigengereidheid. Zijn liefde voor de Blue Note-stijl uit de jaren zestig heeft hem tot pastiches gedreven, en Reflect is de enige recente KFR-release waarbij je meteen denkt: dit kennen we al.

Meer over