DagboekGeerten Meijsing (1950)

Geen verstand van alpinisme en in gewone kleren de berg op

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

De Monte Pollino (2.248 meter), in het Parco nazionale del Pollino, Calabrië. Beeld Getty
De Monte Pollino (2.248 meter), in het Parco nazionale del Pollino, Calabrië.Beeld Getty

Calabrië, 15 oktober 1978

Triomf: vroeg opgestaan, de zon was nog lang niet boven de bergen uit die hier wel erg nauw gevouwen zijn. Nachtportier (student in slaapzak op de sofa in de lounge) gewekt, de weg gevraagd naar de opgang van de Monte ­Sirino. Er loopt een pad tot aan de Madonna Sirino, vandaar moet ik het zelf maar vinden.

Hij waarschuwt mij genoeg warme kleren mee te nemen, en proviand, omdat het boven koud zal zijn; als ik (’t is niet verstandig om alleen te gaan – allicht niet) voor donker niet in het hotel terug ben, belooft hij de carabinieri te waarschuwen. Met tegenzin pak ik een jack, chocolade en ­noten in het rood nylon rugzakje.

’t Liefst loop ik in gewone ­kleren tegen een berg op, zonder ­uitrusting. (Mijn meest gelezen jeugdboek: Naar den hoogsten top der aarde, de eerste Engelse mislukte expeditie om de Mount Everest te beklimmen. Die helden gingen in plusfours het ijs tegemoet, een extra pullover onder hun colbertje, de pijp met stormtabak in de mond.)

Lang niet getraind, en van alpinisme weet ik niets en wil ik ook niets weten – iets in verband met skiën en meisjes in helanca broeken met knoopjesschoenen: het meest onaantrekkelijke beeld dat ik ken is het soort pyjamabroek om het achterwerk en de rare ­bewegingen die van node zijn om vooruit te komen bij langlaufen.

Geerten Meijsing (1950). Ingekort fragment uit Joyce & Co: Venetiaanse brieven en Calabrese dagboeken. De Arbeiderspers, 1982.

Meer over