Geen troost voor zeemeerminnen Fotofestival Naarden laat geen illusie heel

Grote billboards bij Naarden lokken de bezoeker met kleurige landschapsfoto's. Het is een bedrieglijke entree, want het fotofestival verkeert in de greep van het pessimisme: genocide, aids, drugsverslaving en verminking - met soms een sprankje hoop....

LAAT OP DE avond, meteen na thuiskomst van het Fotofestival Naarden, door een kier van de deur gekeken. Gelukkig, de kinderen lagen er nog en sliepen hun schijnbaar onschuldige slaap. In de kast gekeken en de tubes lijm gecontroleerd. Alles in orde, ze hebben er niet aan gesnoven. Tubes weggelegd op een hogere plank, ver buiten het bereik van kinderhanden. Speelgoed geïnspecteerd, plastic steek- en schietwapens verwijderd.

Het vijfde Fotofestival in Naarden Vesting verstoort niet alleen idylles, het slaat ze aan gruzelementen. De naïeveling die erop vertrouwde dat jongeren de bloem der natie zijn, komt bedrogen uit. En wie nog dacht dat de jeugd de toekomst had, weet wel beter na een bezoek aan de expositie Erfgenamen van de twintigste eeuw in de Grote Kerk.

Juist in het vestingstadje met zijn weelderig begroeide wallen en zijn knuskneuterige huisjes, krijgt de bezoeker het gevoel sluipenderwijs ingesloten te worden door de rauwe werkelijkheid die het fotofestival onthult. Hij wordt gelokt door fraaie, kleurige landschapsfoto's op billboards, die op de vestingwallen zijn geplaatst en het publiek wenken met de boodschap: hier is te zien wat de wereld aan bekoring heeft te bieden. Maar wie in de vesting van de ene naar de andere tentoonstelling trekt, denkt eerder in een spookhuis te zijn beland.

In de Grote Kerk, spil van zowel de vesting als het festival, presenteren vijf Nederlandse fotografen het resultaat van hun wereldwijde zoektocht naar de kinderen van de jaren negentig. Hun werk wordt afgewisseld door dat van vijf buitenlanders, die voor het festival werden uitgenodigd omdat hun foto's perfect aansluiten bij het thema van de expositie. Tezamen berichten zij uit Azië, Noord- en Zuid-Amerika, Europa en Afrika, heel veel Afrika. Genocide, aids, drugsverslaving, verminking, bittere armoede en puissante rijkdom trekken voorbij - en soms glinstert een sprankje hoop.

De expositie opent met het werk van Parool-fotojournalist Wubbo de Jong. Zijn foto's uit het straatarme Myanmar (voorheen Birma) behoren tot de uitzonderingscategorie hoopgevend. Hij volgde de boeddhistische jongens die enkele jaren van hun leven als monnik doorbrengen in een tempel. Ze leiden een ascetisch bestaan en trekken met hun bedelnap dagelijks langs de straten voor voedsel. Hoe arm Myanmar ook is, hoezeer het ook gebukt gaat onder de terreur van de dictatuur; deze kinderen stralen van zelfbewustzijn, van trots op hun gewijde status en zelfs van innerlijke rust.

Als kinderen in zo ongeveer het armste land ter wereld levenslust uitstralen, moet het elders toch ook kunnen goedkomen, ben je even geneigd te denken. De serie Heirs of 2000 van de Italiaan Francesco Zizola, winnaar van de World Press Photo 1996, doet dat optimisme snel verbleken. Hij laat de verminkte kinderen in Angola zien, die op landmijnen zijn gestapt en een arm en/of been moeten missen, een kindhoertje in de Thaise badplaats Pattaya, hiv-geïnfecteerde baby's in het noorden van Thailand en een gezin in het arme noorden van het land dat een dochter van de hand heeft gedaan in ruil voor een kleurentelevisie, die staat te pronken in de woonkamer.

Vrijwel zonder uitzondering verhalen de foto's uit derdewereldlanden van treurnis en gruwelen. Jacqueline de Haas weerstond de priemende blikken van Ruandese jongetjes in heropvoedingskampen, die in 1994 hebben meegedaan aan de genocide op de Tutsi's. Gerard Wessel vertoefde tussen de lijmsnuivertjes in Bolivia, de kinderarbeiders op de cocavelden en de zwervertjes die tegen betaling op het kerkhof bidden voor het zieleheil van kinderen uit meer welgestelde families. Sven Torfinn fotografeerde rond het Afrikaanse Victoriameer de nakomelingen van gestorven aidsslachtoffers. 'Florerend familiebedrijf in Uganda', luidt het bijschrift van een foto waarop een jongen tussen de doodskisten staat.

Hun generatiegenoten in Europa en de Verenigde Staten hebben het, in ieder geval in materieel opzicht, veel beter getroffen. Maar die welvaart lijkt, getuige de foto's op de expositie, maar zelden tot levensvreugde of - wereldvreemde term - geluk te leiden.

De Engelsman David Townhend maakt met zijn serie over de kostscholen waar ook hij zijn jeugd doorbracht de kilte van die instituten bijna voelbaar. Twee jongens staan met blote voeten op het zeil met plavuizenmotief, naast hun stalen ledikant. Tussen hen in staat een leidster van het internaat. Ze heeft bijna verontschuldigend de armen om hun schouders geslagen, maar toch zie je ze rillen van de kou.

De portretten van hun oudere schoolgenoten maken de deernis voor de jochies alleen maar erger. Strak in het pak, zelfbewust en arrogant blikken ze in de camera. In camouflagepakken en met geschminkte gezichten waken ze als commando's bij een monument ter nagedachtenis aan 'hen die vielen' in de oorlog van 1914-1918 - een angstaanjagend visioen, ontsproten aan William Goldings Lord of the Flies.

Sneller nog dan de Engelse kostschooljongens hun korte broek verruilen voor driedelig pak danwel cricket-outfit, verruilen de welgestelden in Los Angeles hun jeugd voor premature volwassenheid.

Fast forward, growing up in the shadow of Hollywood, heet de reportage van de Amerikaanse Lauren Greenfield over de Californische jongeren. Een eenzaam meisje trekt een verveeld gezicht op de rand van een privézwembad. Achter haar heeft een tonronde man - het zal toch niet haar vader zijn? - zich lui op een stretcher gevleid. Geen enkele belangstelling voor het meisje dat misschien zijn dochter is. En weer achter hem ontvouwt zich de skyline van LA.

De twee belichamen een generatie nieuwe onaanraakbaren: de schatrijke families die zich verschanst hebben in hun villa's en uitsluitend in extreme decadentie vermaak vinden. De tieners rijden rond in sportieve cabriolets of spelen met routineuze blik black jack in het casino.

Het mooist verbeeldt Greenfield de fake van deze gefortuneerden met een serie over de cosmetische operatie van een achttienjarig meisje. Na haar neuscorrectie zit de kindvrouw, het gezicht deels met verband bedekt, van trots te glimmen aan de rand van het zwembad. Twee ballonnen, een rode en een witte, aan haar hand geven het tafereel een feestelijk tintje. Naast haar trekt haar broer - of is het vader na z'n facelift? - gezellig een blikje bier open.

Zoals Greenfield de extremen in LA fotografeerde - behalve de welgestelden zocht ze ook bendeleden op - zo richtte haar landgenoot Dan Habib zijn lens vooral op de Amerikaanse arbeiders- en middenklasse. Kinderen uit een gezin waarvan de vader aids heeft, een jonge zwarte homo die zich gediscrimineerd voelt vanwege zijn ras en geaardheid, scholieren die op een examenfeest uitbundig afscheid nemen van elkaar; Habib maakt de toeschouwer deelgenoot van hun leven.

Af en toe gunt Habib ons een glimp van menselijk geluk, zoals bij het huwelijk van de rooms-katholieke Tina en Michael. Het paar heeft, trouw aan de geloofsbeginselen, besloten geen seks te hebben tot de eerste huwelijksnacht. Habib legde de trouwpartij vast en het moment waarop Tina in een hotelkamer haar maagdelijk witte jurk heeft afgelegd en met haar kersverse echtgenoot ligt te stoeien op bed. Of de eerste keer naar wens dan wel teleurstellend is verlopen, laat Habib helaas niet weten - misschien bang om de illusie van het volmaakte huwelijk te verstoren.

Wie neerslachtig is geworden van 'de erfgenamen' in de Grote Kerk, kan elders in Naarden proberen troost te vinden. Zo biedt Promers, een enorm keldercomplex in het binnenste van de vestingwallen, expositieruimte aan tientallen fotografen met evenveel visies op het leven. Maar hoeveel humor, ironie en schoonheid er in hun werk ook valt te ontdekken, de wrange constatering dat menselijk geluk niet iets is van de nineties, laat zich niet wegvlakken.

Het retrospectief van Ad Windig is een lofzang op de mildheid. Het laat zien hoe meesterlijk Windig het na-oorlogse Nederland heeft vastlegd: de kinderen met hun trapkarren in de stad, de voetballertjes als schaakstukken uitgezwermd over het kruispunt, de zeven zedige dames op een kerkbank, de schilderes met haar hoedje op en peuk in de mond, met als decor een affiche van Lou Bandy. Windig doet je bijna terugverlangen naar die ogenschijnlijk zorgenloze jaren vijftig.

De troost die de zo zoete zeemeerminnen van Yuk-Lin Tang misschien willen schenken, moet bij nader inzien worden gewantrouwd. Een moment zou je je willen vleien in de armen van de onaardse wezens, tot je hun angstaanjagende ogen ziet en Tangs toelichting op haar Where the Mermaids Sing leest: 'Nu gingen hun ogen open; ze bemerkten dat zij naakt waren.' De lieftallige meerminnen staan op het punt uit het paradijs te worden verdreven.

0 OK MARTINE STIG appelleert met haar snapshots, getiteld Zondag, aan het verlangen naar geborgenheid en een onbezorgd bestaan. Stig doet dat in de vorm van een jeugdalbum, waar meisjes vrolijk poseren in de tuin of op de stoep voor een rijtjeswoning.

Tegelijkertijd weet de toeschouwer dat die onbekommerde jeugd helemaal niet heeft plaatsgevonden, omdat Stig nadrukkelijk vermeldt dat het album fake is. Zelfs vervlogen geluk lijkt te moeten worden geënsceneerd.

Het fotofestival maakt reële angsten en onvervulbare verlangens in de bezoeker wakker. De angst dat kinderen aids zullen krijgen, aan drugs verslaafd zullen raken, verwende, materialistische krengen zullen worden of slachtoffer van oorlog of misdaad. Het verlangen naar de lang vervlogen - en van horen zeggen toch ook niet ideale - wederopbouwjaren van Ad Windig of het gedroomde paradijs van Tang en Stig.

De bezoeker blijft met vragen zitten die zich niet laten beantwoorden. Vooral die ene: hoe behoed ik mijn kinderen voor het lot van al die anderen. Natuurlijk, vertellen over de gevaren van aids. Normen en waarden bijbrengen. Niet te veel verwennen. Tevreden zijn met wat je hebt. Lijm en alcohol buiten bereik van kinderen bewaren. Maar katholiek worden, zoals Habib's happy couple?

Het vijfde Fotofestival Naarden. Tot en met 1 juni. Catalogus ¿ 30,- Ma-vr 11-17 uur, zaterdag 11-18, zondag 12-18 uur.

Meer over