Geen ruimte voor angst in kil feest der herkenning

Glowing Icons. Regie: Jan Fabre. De Singel, Antwerpen, 20 mei. Herhaling: 23 mei. Rotterdam (5 t/m 7 juni) en Brussel (11 t/m 14 juni)....

Tegen het einde van Glowing Icons bedankt Mae West het publiek. 'Jullie waren geweldig,' roept ze vanonder haar enorme hoed, 'Kon ik jullie maar meenemen naar huis. I love you all' Wat begint als een routineus beroemdheden-bedankje, met kirrende kushandjes en denkbeeldige omhelzingen, eindigt in een hysterische schreeuwpartij. De zuurstokroze dame valt op haar knieën, wat niet eenvoudig is in haar superstrakke jurk, grijpt naar haar hart en bezweert haar toeschouwers dat ze voor hen wil sterven. Even lijkt de diva de controle te verliezen, ze toont haar wanhoop en haar eenzaamheid, haar behoefte aan aandacht en warmte. Dan richt ze zich op, herstelt de orde met een geestige one liner en drentelt weg met dat moordend parmantige loopje. Tevreden met wat ze heeft aangericht, maar eenzamer dan ooit.

Het is een van de weinige aangrijpende momenten in Jan Fabres nieuwe theatervoorstelling. In die ene uitbarsting geeft Anthony Rizzi als Mae West een samenvatting van alles waar Glowing Icons over gaat. Over de spanning tussen echt en onecht. En over het imago van de ster, dat ieder wezenlijk contact tussen een beroemdheid en het publiek onmogelijk maakt. Ieder personage dat in deze voorstelling op het toneel verschijnt is een ster. Napoleon, Einstein, Salvador Dali, Cleopatra, Dracula, Walt Disneys Sneeuwwitje, ze treden op in het kostuum dat hen beroemd maakte.

Jackie Kennedy draagt het roze Chanelpakje waarmee ze naast de president zat toen deze werd vermoord. Charlie Chaplin is verkleed als The Great Dictator, en zo is ook Hitler present in deze verzameling hedendaagse iconen. Het onderscheid tussen fictie en historische werkelijkheid doet niet terzake, bij echte beroemdheden raakt dat immers juist vervaagd. 'It's not my ego talking, it's just a fact', zegt Mae West nadat ze heeft opgeschept over alle Madonna's en Marilyn Monroe's die haar hebben nagevolgd. Alle beroemdheden op het toneel zeggen hardop dit zinnetje na, in een nadrukkelijke, machteloze herhaling, die alleen maar onderstreept dat feiten en sterren niets met elkaar te maken hebben.

Wat de inhoudelijke betekenis betreft zit het bij Glowing Icons wel snor. Voor Fabres doen heeft hij de losse elementen aaneengesmeed tot een uitzonderlijk coherent geheel. Geen grote beeldwisselingen: de personages lopen af en aan over een zwarte, spiegelende vloer. Gastheer is graaf Dracula, in zijn kasteel dwalen de publiekelijk leeggezogen on-doden rond. Ze proberen zichzelf te doden, geven allerlei wapens aan elkaar door, maar houden zich tegelijk in leven met de schaarse lucht uit een zuurstoftank, het enige decorstuk. De verschijning van Neil Armstrong in zijn ruimtepak maakt de associatie met het bovenaardse van de sterren compleet.

Maar er valt bij deze doorwrochte sterrenplaybackshow wel erg weinig echte emotie te ervaren. 'De schoonheid ligt steeds aan de oppervlakte', was hier Fabres motto, vrij naar Susan Sontag. De schoonheid die hij in Glowing Icons creeert is koel en ongenaakbaar, en wordt nauwelijks ondergraven door de gekte, de chaos, de verstilling of de onttakeling uit zijn eerdere voorstellingen. In de opvallend korte voorstelling krijgt de tijd geen kans de iconen uit te slijten. De personages verschijnen, zeggen wat onvergetelijke woorden, schieten een pistool af en geven een persconferentie. Alleen als de angst een paar seconden de ruimte krijgt, zoals bij de hysterische Mae West of de fluisterende Jackie Kennedy (Renée Copraij) is deze voorstelling meer dan een kil feest der herkenning.

Marijn van der Jagt

Meer over