Geen heisa meer Nooit stond Bernard Haitink met zoveel orkesten in één zaal in één jaar

Hij kreeg een bypass en een nieuwe hartklep. Een metalen, die houdt langer, maar zegt ook soms 'tik'. Bernard Haitink is als herboren en nog steeds dezelfde: 'Een mens springt niet uit z'n huid.' Zondag is de eerste van zeven Carte Blanche-concerten in het Concertgebouw ter gelegenheid van zijn zeventigste...

ROLAND DE BEER

EERST NOG Mefistofele dirigeren, en toen om half acht 's ochtends naar het ziekenhuis. Voor een scan. Ja, het is fantastisch wat de dokters allemaal kunnen zien, 'op zo'n televisie of God weet wat'.

Wat Haitinks plannen waren, vroeg de specialist. Tournee naar Spanje met het orkest. Dan even vrij. Daarna Parsifal.

Bernard Haitink: 'Hij keek mij aan. Hij keek Patricia aan, en hij zei: ''Haal zijn tandenborstel maar.'' Ik had geen tijd om na te denken. En dat was eigenlijk maar goed ook.'

Het hart kreeg een nieuwe klep. En een bypass, omdat ze toch bezig waren. Ze waarschuwden hem: 'Je voelt je als herboren, maar denk erom, je moet er de tijd voor nemen.' Van 'beroerd' ging het naar 'iets beter', en nu is Haitink 'weer helemaal gerepareerd'.

Ruim een half jaar was hij eruit. Toen mocht hij van de doktoren naar het festival van Edinburgh. Meteen maar Don Carlos. De versie met vijf akten, de langste opera die Verdi schreef. Haitink: 'De arts met wie ik te maken heb, is zelf een operaliefhebber. Hij weet wat ik doe. Ik had er nog een maandje vrij bij kunnen krijgen, en ook wel wíllen krijgen. Maar dan had ik in de Ring moeten springen, en dat is nóg veel vermoeiender.'

Zondag maakt Haitink zijn rentree in de Grote Zaal in Amsterdam. Opening van de zevendelige serie Carte Blanche voor Bernard Haitink. Het orkest van de Royal Opera en een veertienkoppig zangersfront zullen hem vergezellen in Die Walküre. Volgens Concertgebouwdirecteur Sanders wordt het 'de kostbaarste avond uit de geschiedenis van het Concertgebouw'.

'Ik heb de naam een Wagnerfanaat te zijn', weifelt Haitink. 'Maar dat ben ik in mijn hart helemáál niet. Maar toch hóud ik ervan. Je komt er niét onderuit.'

Haitink had al twee jaar 'vlinders' in het hart. 'Enorm snel soms. Vooral als ik op het podium stond. Ik kon het aan niemand zeggen. Je moet een orkest niet bang maken.

'In Boston had ik ook weer vreselijk last. Ik ben daar naar heel goeie mensen gegaan. ''Niks aan de hand. Je hebt een kleine vernauwing. Ik zal je bètablokkers geven.'' Maar daar begin ik niet aan, want daar word je suffig van.'

In Zwitserland ging hij veertien dagen wandelen. 'Ik zei tegen Patricia: ''Ik zou vier maanden vrij willen hebben. Ik heb er genoeg van. Ik voel me moe. Ik ben al veertig jaar bezig en ik heb nog nooit een langere rustperiode gehad.'' Merkwaardig, dat waren profetische woorden.'

'Ik hoop dat ik er niet bij neerval', flitste het door hem heen bij Der Freischütz. 'Het was erger geworden, plotseling.' 'Klak', knakt hij met de vingers.

'Maar als ik nu terugkijk, is het een gouden tijd geweest. We hebben drie maanden in Frankrijk gezeten. We zijn naar Venetië geweest. We zijn in de bergen geweest. Ik heb gelezen. En het werk: dat heb ik he-le-maal niet gemist.'

Haitink, herboren: 'Aan het eind van mijn leven zal ik een bepaald middel moeten nemen, want het is een metalen klep die ik heb. Die houdt langer. Maar hij maakt ook wat lawaai. ''Tik.'' Patricia hoort dat.'

'Je hebt kans', waarschuwde de dokter, 'dat je concertmeester gaat roepen van: heee, dat is het verkeerde tempo.' Haitink: 'Nou, daar heb ik geen metalen klep voor nodig.'

Nee, het leven is niet veranderd. 'Ik geloof daar niet in. Een mens springt niet uit zijn huid. Ik ben - dat klinkt vast raar - ook helemaal niet ziek geweest. Er moest een onderdeel vernieuwd worden, net als bij een auto. Ik was in tien dagen het ziekenhuis al weer uit. Ik heb één nacht gehad dat ik in paniek raakte. Dat het als een gek tekeer ging. Ik lag op de intensive care. Het schijnt even kritiek te zijn geweest. Maar ze zijn zó goed. Ik heb zo'n bewondering voor wat ze kunnen.'

Haitink heeft wel 'geproefd van de vrijheid'. 'Daar heb je rond je zeventigste toch ook een beetje recht op. Minder doen, dat zou ik wel graag willen. Maar het is zo moeilijk, want ik heb zoveel goeie verplichtingen. Berlijn. In Wenen ook de Philharmoniker, die meer en meer willen. De Royal Opera. Als ik daar weg zou gaan, zou dat verraad zijn, een schot in de rug. En ik heb Boston, waar ik principal guest conductor ben, wat ik bijzonder prettig vind. Ik ben bang dat mijn honger groter is dan mijn maag aankan.

'Het merkwaardige is dat je de draad zo gauw weer oppakt. Je zit zo weer in partituren te kijken. Dat is zo een behoefte. Pelléas. En Wozzeck wilde ik zien. Omdat ik die nog nooit gedaan heb.

'Na de eerste Verdirepetitie belde Patricia, om te vragen hoe het ging. Ik zei: ''Ooo, ik ben zo bezorgd. Want ik begin het weer prettig te vinden''.'

Covent Garden is een familie, peinst hij. 'Met alle vervelende dingen die daarbij horen. Maar het ís een gemeenschap. En ik vind het prettig daar bíj te horen. Hun hartelijkheid was hartverwarmend. Ook van het koor. Ze hadden me kennelijk gemist, in alle bescheidenheid.'

Zijn nieuwe contract met Covent Garden loopt tot 2002. 'Als ik dat haal, haha. Ik zeg voortdurend dat ze een nieuwe music director moeten zoeken. Maar ze zoeken eerst een intendant. Dan pas gaan ze aan een MD denken.'

Als Haitink maar niet hoeft mee te denken. 'Een mens leert niet veel lessen in zijn leven. Maar één les heb ik geleerd. Ik bemoei me niet meer met mijn opvolging. Ik heb tegen mezelf gezegd: ''Geen heisa meer.'' Géén Amsterdamse toestanden, zo is dat.'

Het was Martijn Sanders, de directeur van het Concertgebouw, die Haitinks zeventigste verjaardag een jaar of drie geleden aan zag komen. Haitink: 'Toen hij met het idee kwam van die Mahlercyclus vond ik hem al stapelgek. En toen hij over mijn zeventigste verjaardag begon - ten eerste heb ik verjaardagen altijd iets vreselijks gevonden. En dan 70. . . dat werkt bij mij als een rode lap op een stier. Daar wou ik niets mee te maken hebben. Maar hij heeft het wéér voor elkaar gekregen.

'Ik zei: ''Martijn, het gáát niet. Alleen al de logistiek. Al die orkesten naar Amsterdam. Dat lukt je niet.'' Maar het is hem gelukt. Ik heb een enorm respect voor hem.'

Royal Opera, Wenen, Dresden, Concertgebouworkest, Berlijn. Samen in de rij met het Radio Fil en het Europees Jeugd Orkest. Nooit stond Haitink met zoveel orkesten in één seizoen in één zaal. En nooit was hij zo frequent in het Concertgebouw, sinds zijn chefschap bij het Concertgebouworkest uitmondde in een modderbad van verwijten en conflicten. 'Amsterdam is gebouwd op veen', riep hij bij zijn naderende afscheid in '88.

En nu is het toch weer Grote Zaal voor en Grote Zaal na. 'Tjaaa, mijn muzikale leven is er begonnen. Mengelberg, 1938. Ik zie hem nog voor me. Ik ging naar alle concerten. Zelfs in bezettingstijd, wat mijn ouders heel vervelend vonden. Ik had een vioolleraar die in het orkest zat. Karel van de Rosière, een enorme Mengelbergbewonderaar. Ik heb ze tot '55, '60 allemaal gehoord. Bruno Walter. Fricsay. Kleiber. Furtwängler. Dat gebouw betekent iets voor me.'

'Nee', zegt hij met een denkrimpel, 'er is geen hartzeer meer in Amsterdam. Het enige wat ik jammer vind, is dat ik bij dat orkest veel te jong begonnen ben. Wat ik nu aan ervaring heb, dat zou ik daar graag hebben overgebracht. Ik ben blij dat het Concertgebouworkest er bij zit. Dat was het eerste dat Sanders en ik tegen elkaar zeiden: ''Dat moet, anders doen we het niet.''

'En dat Radio Filharmonisch: het ging eigenlijk tussen het Rotterdams en het Radio Filharmonisch. Ik ben erg gesteld op Rotterdam. Maar het Radio Fil, daar ben ik begonnen. Er is geen mens meer die dat heeft meegemaakt, maar dat is de symboliek erachter.'

Dit is uw leven. Daar heeft de 'Carte Blanche voor Haitink' wel iets van weg. Royal Opera met Die Walküre: 'Mijn horizon heeft zich enorm verwijd. Neem nou maar die opera.'

Maar toch: 'Ik denk dat ik in mijn hart niet zo'n operamens ben. Ik houd van de Bohème en de Butterfly, maar ik ben niet iemand die per se La fanciulla del West wil horen. Daar ga ik niet voor uit mijn huis. Zo ben ik niet.'

En bovendien: 'Het komt maar zelden voor dat je met regisseurs werkelijk goed contact hebt. Eerst moet een team gevonden worden. Dan gaan ze denken. Ze maken schetsen, en dan maken ze een model. Het model is een kleine kijkkast die er altijd aardig uitziet, met leuke houten figuurtjes. Je hoort het verhaal aan van de regisseur. Wat soms onbegrijpelijk is. Dan krijg je de voorbereidingen, en dan repetitie orkest en toneel, en dan zie je het eindproduct. En dat is vaak héél anders dan wat je gezien hebt in een model. En dan is dit het probleem: je kunt het niet meer stoppen. Opera, dat is balanceren boven de afgrond.'

De grote Ljoebimov uit Moskou, de toneelregisseur die speciaal door Covent Garden werd ingehaald om Haitinks eerste Ring luister bij te zetten, vloog er na Das Rheingold uit. 'Dat was een charlatan', meent Haitink. 'De tekst van Wagner was rubbish, vond hij. De muziek kende hij nauwelijks.'

Haitink hoorde Die Walküre voor het eerst in concertvorm, met Erich Kleiber en het Concertgebouworkest. 'Ik was wég van de eerste akte, en van de tweede akte begreep ik niets. In Bayreuth vond ik Wagner de eerste keer óók een crime. Te lang. Te warm. De enige remedie is om het te dirigeren. Dan kom je tot de ontdekking dat je er geen maat uit kunt weghalen.'

In Bayreuth heeft hij nooit gedirigeerd. 'En het zal ook nooit gebeuren. Ik ben er twee keer geweest, als toehoorder. Dan word je door Wolfgang Wagner heel hoffelijk utgenodigd om thee te komen drinken. En dan wordt er gezegd: ''Wat vreselijk jammer dat je nooit tijd voor ons hebt.'' Wat kun je dan terugzeggen? Ik ben maar weggegaan.

'Zo jammer vind ik het niet. Mijn verhouding tot Wagner is ambivalent, laten we maar eerlijk wezen. Bij Siegfrieds Tod, een van de meest fantastische stukken uit de Ring, heb ik toch een vreselijk gevoel. Bij de dood van Hitler - ik ben natuurlijk een kind van de bezetting - werd het voortdurend gespeeld op de Duitse radio. Er ís een steek los mee. Maar die tweede akte Walküre, wat een fantastisch anderhalf uur. Het mens worden van Brünnhilde bij die Todesverkundigung.'

En Verdi? Covent Garden voert in Londen alle Verdi's op, tot in het Verdi-jaar 2001.

'Ik vond dat idee ietwat geforceerd. Sommige Verdi's zijn werkelijk zwak. Attila is banaal. I masnadieri: een dráák. Zo vulgair. Verdi moest oud worden om zich te ontwikkelen. Ik heb mezelf een beetje suspect gemaakt, omdat ik van die sombere Verdi's houd. Maar we gaan het nieuwe Covent Garden - God helpe ons - openen met Falstaff.

Carte Blanche, november: Wiener Philharmoniker. Bruckner, Achtste Symfonie. 'Dat spelen ze grandioos. Maar het ligt wat gecompliceerd. Ze zijn eigenlijk op tournee met Mariss Jansons, met een ander programma. Mariss stond één concert af. Aardige, goeie collega. Het is uitzonderlijk dat dirigenten met elkaar kunnen opschieten. Met deze oplossing heb ik één zitrepetitie van een half uur, en dat tien dagen van tevoren. Het moest dus een programma worden met één groot stuk, waar ik van hou en dat we slapende kunnen spelen.'

Hebben die Weners er nog wel een dirigent bij nodig? 'Nou, dat toch nog eventjes wel, denk ik.'

Aflevering 3: Staatskapelle Dresden. Schumann, Brahms. En Frank Peter Zimmermann in het eerste vioolconcert van Sjostakovitsj. 'Die mensen van de Staatskapelle houden ontzéttend van muziek. Ze komen uit die Oostduitse gevangenissfeer. Muziek maken was hun enige afleiding. Ze hebben een beetje ouderwetse benadering. Vooral Duits repertoire. Maar Sjostakovitsj kennen ze ook heel goed.

'Zimmermann is zo'n grandioze violist. Die jongen wordt onderschat. Zijn maatschappij EMI heeft hem laten vallen. ''Geen charisma'', zeggen ze. Ja, hij maakt geen ophef, hij loopt in zijn jekkertje rond. Zeggen die EMI-mensen: ''Als je in Salzburg bent, moet je een mooie jas hebben.'' Schei uit met die nonsens.'

Maart: Concertgebouworkest. Achtste van Sjostakovitsj. 'Een van mijn beste herinneringen. Achtste van Sjostakovitsj met het Concertgebouworkest in de Royal Albert Hall. Alles klopte. De akoestiek. De uitvoering. De aandacht. Je voelde dat er iets gebeurde.

'Het Concertgebouworkest heb ik zeker drie jaar niet gedirigeerd. Het is vast en zeker een heel ander orkest geworden. Misschien is het wel een beter orkest geworden.'

Concert 5: Berliner Philharmoniker. Britten. Vierde van Mahler. 'De Mahler die me het liefst is. De minst opgeblazen Mahler. Jaaaa, weer die ambivalentie. Denk alsjeblieft niet dat ik er niet van hou. Maar als hij zo over de schreef gaat, weet ik het soms niet meer.'

De Mahlercylus op cd van Haitink met de Berliner, die was bijna klaar. Maar wordt niet voltooid. Maatschappij Philips zette het project stop. 'Dat krijgen we nooit meer rond. Die Achtste is een kostbare zaak. Ik blijf er kalm onder. Ik mis het eigenlijk helemaal niet. Philips is überhaupt een aflopende zaak. Opgekocht door Seagram, van de whisky. Die maken nog een paar goedkope opnamen in Boedapest, en dat zal het dan wel zijn. Ik heb eigenlijk nog een hele goeie tijd gehad.'

European Union Youth Orchestra: Zevende van Mahler. 'Een ongelooflijk reservoir, dat jeugdorkest. De kwaliteit is enorm en de wil tot muziek maken is fantastisch.'

Radio Filharmonisch: La damnation de Faust van Berlioz. Haitink dirigeerde het grote stuk in een van zijn laatste jaren in Amsterdam. Gooi het maar in z'n pet.

'Misschien kwam het door mijn operatie. Ik was gewaarschuwd voor een bepaald geheugenverlies. Dat je, tot een maand of twee, een beetje moet zoeken naar dingen. Van de Damnation wist ik niets meer. Ik heb na de operatie die partituur weer bekeken: ik herkende het echt niet. Gek. Ik had het toch gedaan? Met Maria Ewing. De tenor zie ik ook nog voor me. Ik moest het weer helemaal opnieuw doorgraven.

'Niet gek, dat stuk. Aanvechtbaar soms. Slechte bassen, en wat niet al. Maar er zitten fantastische dingen in.'

Die Walküre, Wagner. Orkest van de Royal Opera o.l.v Bernard Haitink. Solisten: John Tomlinson, Janis Martin e.a. Concertgebouw Amsterdam, 20 september 16 uur.

Meer over