DagboekJoost Frederik Tor

Geen halve maatregelen bij dreigende pest aan boord

Erik van den Berg deelt dagelijks een opmerkelijk fragment uit zijn verzameling historische dagboeken.

Jacob Philipp Hackert (1737-1807), De rotsen bij Aci Trezza. Palazzo reale, Reggia di Caserta. Beeld Getty
Jacob Philipp Hackert (1737-1807), De rotsen bij Aci Trezza. Palazzo reale, Reggia di Caserta.Beeld Getty

Middellandse Zee, 7 juli 1785

’s Morgens zagen wy by ons opstaan Milos op eene zeer kleyne distantie voor ons leggen. De wind was goed, en de dispositien om de haven in te loopen waaren dezelfde. De manoeuvres van ’t schip waaren reeds ingerigt, dan op ’t zelfde moment wierden wy daar in weer houden, door twee Grieken die met een kleyn vaartuig by ons aan ’t zyde van ’t schip kwaamen.

Onze questie was, of er ook ziekte op ’t eyland was, en of men zonder risico de haven konde inzeylen. Ziektens zeyde den eene Griek, hebben wy op ’t gantsche eyland niet, en met weinig moeyte is het schip voor de stad.

Maar er kwam allengskens uit, daar legt aan aan d’eene zyde der haven een frans koopvaardy schip die van Candia komt, en die is met de pestziekte besmet. Daar is een verbod op ’t eyland dat wy ’t niet naderen mogen, dus is er geen gevaar, en daar voor, besloot hy, durf ik voor in te staan.

Niettegenstaande deze verzeekeringen, begreep de heer Capiteyn zulks met ons geheel anders. De Griek, welke allengskens tegen ’t touw half wegen de trap van ’t schip geklommen was, kreeg ­order te vertrekken.

Met water wierden tot meerder precautie zyne voetstappen na gespoelt en het touw dat door zyne handen gegaan was afgesneden en in de zee gegooyd.

Joost Frederik Tor, secretaris van ambassadeur Van Dedem in het Osmaanse Rijk. Ingekort fragment uit Per koets naar Constantinopel. Walburgpers, 1998.

Meer over