Geen gevoel voor timing

null Beeld Guus Dubbelman
Beeld Guus Dubbelman

De 16-jarige Pieter Hilhorst stond op het Binnenhof met het bord 'FREEZE', tegen de kernwapenwedloop tussen de VS en de Sovjet-Unie. Ouder en wijzer typeert de Amsterdamse oud-wethouder dit protest vol ironie als 'heerlijke hoogmoed: de jongen uit Voorburg die de grootmachten met een bord tot de orde roept'. Berustte de overstap naar de Amsterdamse politiek van Hilhorst, die als columnist, debatvoorzitter en ombudsman bij de VARA niet over bestuurlijke ervaring beschikte, op eenzelfde 'heerlijke hoogmoed'?

Zelfkritisch

Terugblikkend op een stormachtige anderhalf jaar (december 2012 tot maart 2014) in de gemeentepolitiek beantwoordt Hilhorst deze vraag uiteindelijk met nee. Toch spaart hij zichzelf niet bij zijn analyse van de politieke mechanismen én de toevalligheden die ertoe leidden dat hij na verloren verkiezingen het veld moest ruimen. Hilhorsts boek De belofte is geïnspireerd door Vuur en as van de Canadese schrijver-filosoof Michael Ignatieff over zijn mislukking als politicus. Timing, aanvoelen wat het moment is om te oogsten en wanneer de tijd niet rijp is, is volgens Ignatieff de voornaamste kwaliteit die een politicus moet hebben. Hilhorst constateert zelfkritisch dat het ook hem aan dit gevoel voor timing ontbrak.

Hij solliciteerde als opvolger van Lodewijk Asscher omdat hij een politicus wilde zijn die het anders deed. Zijn stokpaarden waren 'een politiek van nabijheid' en 'sociaal doe-het-zelven'. Hij wilde benaderbaar zijn, ging elke week op werkbezoek en onderhield op het gebied van onderwijs (dat hij met jeugdzorg en financiën in zijn portefeuille had) voortdurend contact met schoolbesturen en leraren. Maar, meent hij achteraf, 'ik had veel meer tijd moeten steken in het meekrijgen van de ambtenaren in de verandering die ik voor ogen had. (...) Zo bleef mijn poging om de politiek te veranderen veel te veel beperkt tot een poging om zelf een andere houding aan te nemen.'

Actieve solidariteit

Zwaarwegender waren de problemen die hij ervoer bij het propageren van zijn 'sociaal doe-het-zelven'. Wat hem daarbij voor ogen stond, illustreert hij met het 'broodfonds' dat hij met anderen eerder had opgezet: zzp'ers die geen aanspraak maken op sociale voorzieningen steunen elkaar bij ziekte. Het achterliggende idee is om passieve solidariteit (de staat helpt als je het zelf niet kan) te vervangen door actieve solidariteit, in Hilhorsts woorden: 'Niet voor ons, zonder ons, maar met elkaar.' Het tijdstip voor zo'n mentale ommezwaai was echter zeldzaam ongunstig; Hilhorsts wens om het 'sociaal doe-het-zelven' op de politieke agenda te krijgen viel samen met de forse bezuinigingen van het kabinet-Rutte ll, aan de man gebracht onder het kopje 'participatiemaatschappij in plaats van verzorgingsstaat'. Maak dan als PvdA'er maar eens duidelijk dat wat jij beoogt iets heel anders is dan een verkooppraatje ter legitimering van bezuinigingen.

Blunder

Toch was het eerste jaar van Hilhorsts wethouderschap niet slecht verlopen, zoals hij zelf trots vaststelde op een eindejaarsborrel op 12 december 2013. Hij had een daling bereikt 'van het aantal zwakke scholen, een daling van het aantal jongeren dat zonder diploma van school gaat, een daling van het aantal uithuisplaatsingen en ondertoezichtstellingen'. Ook was hij inmiddels gekozen als lijstaanvoerder van de PvdA voor de raadsverkiezingen in maart 2014. Maar nog diezelfde 12 december bleek dat de Amsterdamse belastingdienst een kapitale blunder had gemaakt: in plaats van 1,88 miljoen euro aan woonkostentoeslagen had de dienst 188 miljoen uitgekeerd. Uiteindelijk wisten Hilhorst en zijn ambtenaren de schade voor de gemeente te beperken tot 1,5 miljoen euro. Maar de blunder bleef aan hem kleven.

Zou dat in zo'n situatie iedereen zijn overkomen? Hilhorst vermoedt dat het feit dat hij de politieke arena betrad als 'een belofte' de schade heeft verergerd. 'Ik wilde benadrukken dat ik geen klassieke bestuurder ben. Het maakte me kwetsbaar voor de reactie: dat klopt, hij is geen klassieke bestuurder, hij is helemaal geen bestuurder.' Het is de ietwat tragische conclusie uit een boeiend boek dat vrij is van elke verbittering.

Meer over