Film

Geen Franse werkelijkheid kan tippen aan het prentenboekachtige decor uit The French Dispatch

Voor The French Dispatch toverde regisseur Wes Anderson een Frans stadje om tot zijn droom-Frankrijk. Ook bij de Nederlandse film De Slag om de Schelde werd flink uitgepakt met de aankleding. De Volkskrant sprak de production designers van beide films over hun werk.

null Beeld

Ze zijn al gesignaleerd in Angoulême: de eerste plukjes filmtoeristen en Wes Anderson-fans, op zoek naar de straten, pleinen en karakteristieke gebouwen van het fictieve Franse plaatsje Ennui-sur-Blasé uit de film The French Dispatch.

Zinloze expedities – of liever: bijna zinloos. Hier en daar valt een huis of een stukje straat nog wel te herkennen, in de stad die door de Texaanse filmer tot opnamelocatie werd verkozen. Een brug, een stukje kade of dat fraaie hoogteverschil tussen de laat-19de-eeuwse huizen. Maar nooit, echt helemaal nooit, kan die Franse werkelijkheid tippen aan het prentenboekachtige Frankrijk van Anderson. Die voert de stilering van zijn speelfilm over de excentrieke reporters en dito onderwerpen van het fictieve francofiele tijdschrift The French Dispatch uitzonderlijk ver door, zelfs voor zijn doen.

Waar de zo door de cineast gekoesterde symmetrie ontbreekt, legt hij die gewoon aan. De twee huizen op de voorgrond, aan weerszijden van het straatje dat uitzicht biedt op het hoofdkwartier van The French Dispatch? Kolossale, verrijdbare decorstukken. En ook dat redactiekantoor zelf, met een naambord waarop het lidwoord ‘The’ charmant uitsteekt naast het gebouw, is in Angoulême pas na flink speurwerk te herkennen: de pui werd verlengd met een digitaal ingepaste maquette.

De twee huizen op de voorgrond, aan weerszijden van het straatje dat uitzicht biedt op het kantoor van The French Dispatch, zijn verrijdbare decorstukken. Beeld
De twee huizen op de voorgrond, aan weerszijden van het straatje dat uitzicht biedt op het kantoor van The French Dispatch, zijn verrijdbare decorstukken.

Uiteraard is het archaïsche kranten- en tijdschriftenstandje uit de film eveneens door Andersons team ontworpen en ingepast in het straatbeeld. Maar zelfs de kasseien onder de volledig door zijn papierwaar ingekapselde verkoper met alpinopet zijn namaak: matten van rubberschuim, uitgestrekt over het Franse asfalt.

En toch voel je als kijker meteen waarom dit Ennui-sur-Blasé (de naamgrap vertalen is ’m om zeep helpen) moest worden opgetrokken in Angoulême. Anders dan bij zo’n decor dat op een steriel filmstudioterrein is neergeplant, sijpelt de vervallen grandeur van de echte Franse stad nu door in de film. En daardoor doet Andersons esthetiek, met alle kijkdoosachtige diepte-effecten en ingepaste priegelige details, toch waarlijk doorleefd aan.

The French Dispatch Beeld
The French Dispatch

‘Het is niet zo dat andere regisseurs zich minder druk maken over het ontwerp of de locaties van hun films’, zegt Andersons vaste production designer Adam Stockhausen (48), videobellend met de Volkskrant. ‘Wel is Wes héél strikt en rigoureus. Hij is enorm betrokken bij de beeldtaal, bij de compositie van ieder afzonderlijk frame.’

The Grand Budapest Hotel Beeld
The Grand Budapest Hotel

Zo bespraken Stockhausen en Anderson duizenden kleuren roze, om de juiste tinten te bepalen voor dat majestueuze hotel uit The Grand Budapest Hotel, de film waarvoor Stockhausen in 2015 de Oscar won voor het beste production design. En ze ploegden vele fotoarchieven door om een voorbeeldgevangenis te vinden voor de (toch nog net wat symmetrischer ingerichte) bajes in The French Dispatch.

In zijn film volgt Anderson de wonderlijke totstandkoming van drie artikelen uit het tijdschrift, waaronder een over de geniale schilder en veroordeelde moordenaar Moses Rosenthaler (Benicio del Toro), die fabuleuze abstracte naakten schildert van zijn bewaarder Simone (Léa Seydoux). Elk filmdeel – en artikel – is geïnspireerd op een echte reportage uit The New Yorker, het tijdschrift dat Anderson al vele jaren koestert, mede vanwege de fijnzinnige vormgeving. Speciaal bij de film verschijnt dan ook een bundel met zijn favoriete New Yorker-artikelen.

The French Dispatch Beeld
The French Dispatch

‘Voor mij begint alles bij het script’, zegt Stockhausen. ‘Daar praten Wes en ik dan eerst over, voor ik aan de research begin. Die Franse stad Ennui-sur-Blasé, daar vinden alle verhalen uit The French Dispatch plaats. Dus wat voor een stad zóékt Wes? Is het Parijs, is het níét Parijs? En als het Parijs zou zijn, is het dan het echte Parijs of eerder het Parijs zoals we dat kennen van herinneringen, uit boeken en films?

‘En welke tijd dan? De film speelt in de jaren zestig en zeventig, oké. Maar dan willen we juist weer wel de Franse architectuur van rond 1890, want die bevalt ons zo. Hoe de stad eruitzag voordat die buurten werden afgebroken om plaats te maken voor brede boulevards.’

Stockhausen maakt dit jaar ook kans op een Oscar voor zijn setontwerp van Steven Spielbergs nieuwe verfilming van de musical West Side Story, die vanaf december in de bioscoop is. ‘Als production designer heb ik geen vaste methode of stijl. Ik werk ook met regisseurs die repeteren op de set, om dan samen met de acteurs een weg te vinden. Dat is een organischer proces, waarbij de beweging binnen een scène ook ineens kan veranderen: oké, we liepen van hier naar daar, maar nu gaan we tóch van daar naar hier lopen. Daar let je dan op bij het ontwerp, dat de set voldoende kan ademen en acteurs ook ineens van de andere kant het beeld in kunnen komen. Bij Wes zou zoiets verspild geld zijn; bij hem wordt alles al vooraf uitgewerkt en vastgelegd.’

Decorontwerp van The French Dispatch. Beeld
Decorontwerp van The French Dispatch.

Vanwege de omnibusvorm, met meerdere verhalen in één film, was de draaiperiode van The French Dispatch de zwaarste die Stockhausen ooit had meegemaakt. ‘Elk afzonderlijk deel van de film vereiste net zo veel aandacht als een hele film. Dat wisten we al wel, hoor, toen het script er lag: boy oh boy, dit wordt moeilijk. Vrijwel alles wat je in The French Dispatch ziet, is een combinatie van elementen. Er zijn op schaal nagebouwde decors op de voorgrond, plus een heel diepe achtergrondlaag, waarin soms miniaturen zijn ingepast. En daartussen zie je de echte locatie, die ook weer kan zijn aangepast. We bouwen ervoor, erachter, eromheen... En het wisselt ook voortdurend. Er zit een metroscène in de film: nadat de namaakmetro is gestopt, zie je een échte tunnel, met honderden echte ratten. En als hij vervolgens weer doorrijdt, kom je aan op een miniatuurtreinstation.’

Zielsverwanten

Wes Anderson, vaak de ‘meest meticuleuze’ cineast genoemd als het om de aankleding van zijn films gaat, heeft wel wat zielsverwanten in de filmwereld. Roy Andersson bijvoorbeeld, de Zweedse cineast die hele werelden optrekt in zijn studio’s. (Ook Wes Anderson is overigens deels van Zweedse komaf, van zijn vaders kant). In Nederland is er zelden budget beschikbaar om zo uitvoerig en gedetailleerd te bouwen, maar heel af en toe kan er wel echt worden uitgepakt. En dan is Hubert Pouille (62) vaak verantwoordelijk voor het production design. De Belg ving zijn Nederlandse carrière ooit aan met het optrekken van de villawijk uit Flodder, en construeerde later ook het kunstig om twee opstandige woninkjes heen gebouwde Amsterdamse Victoria-hotel voor de verfilming van Thomas Rosebooms roman Publieke werken.

De gecrashte Airspeed Horsa in De Slag om de Schelde. Beeld
De gecrashte Airspeed Horsa in De Slag om de Schelde.

Vorige maand won Pouille het Gouden Kalf (zijn tweede) voor het setontwerp van De Slag om de Schelde, het oorlogsdrama dat vanaf deze week ook te zien is op Netflix. Hij is een liefhebber van Andersons werk. ‘Die fantasiewerelden van hem, doorspekt met toch redelijk wat realiteit: zó kleurrijk. O, ik zou het supertof vinden om eens voor hem te werken, ook omdat zijn films voor een groot deel over production design gaan, het is echt een dramaturgisch element in zijn werk.’

Pouille werkt geregeld in het buitenland: zo was hij verantwoordelijk voor het psychedelische horrordecor van de culthit Mandy (2018), met Nicolas Cage. Voor De Slag om de Schelde liet hij van alles nabouwen, waaronder de nodige Duitse bunkers, maar het ‘technisch lastigste’ element in de film was volgens Pouille toch wel de Airspeed Horsa. Dit door de geallieerden ingezette gevechtszweefvliegtuig stort in de film neer in de Zeeuwse wateren. ‘Er waren wel foto’s en tekeningen, maar om zo’n toestel dan zo precies mogelijk na te bouwen is echt een hele klus. We bouwen wel op een filmmanier: het hoeft geen museale replica te zijn. We verstevigen de boel ook met wat extra metaal: je wilt niet het risico lopen dat het dak inzakt.’

Museumstukken

De herstelwerkzaamheden aan de Airspeed Horsa uit De Slag om de Schelde namen in totaal 12 maanden in beslag. Zodra de inrichting van het toestel is afgerond kunnen bezoekers van Museum Bevrijdende Vleugels in Best zelf ook plaatsnemen in het zweefvliegtuig.

De tentoonstelling met rekwisieten uit The French Dispatch in het Londense culturele centrum 180 The Strand duurt nog tot 14 november en is geopend van dinsdag tot en met zondag. Bezoekers ontvangen een editie van het gelijknamige magazine.

Opgelapt

Na de opnamen op de vliegbasis werd het vliegtuig (vleugelbreedte: 27,6 meter) in stukken getransporteerd naar een crashlocatie in een speciaal leeggemaakte polder, die vervolgens tot de juiste hoogte met water werd gevuld. Aan de crash in de film ging, inclusief de bouw van het vliegtuig, in totaal 1,2 miljoen euro op aan budget, waarmee het de duurste scène is in de Nederlandse filmgeschiedenis. De nagebouwde Horsa werd na de opnamen – in zwaar gehavende toestand – gedoneerd aan het oorlogsmuseum Bevrijdende Vleugels in Best, waar vrijwilligers de losse delen oplapten en weer aan elkaar schroefden. Pouille: ‘De cockpit ligt in een ander museum, in Knokke geloof ik. Maar we hadden er twee: eentje voor de volledige glider, eentje voor de opnamen voorin in het toestel.’

 De gele pui van café Le Sans Blague uit The French Dispatch. Beeld
De gele pui van café Le Sans Blague uit The French Dispatch.

Tegelijk met de release van The French Dispatch opende deze week in cultureel centrum 180 The Strand in Londen een tentoonstelling met rekwisieten, kostuums en ontwerpen uit de film. Daar is ook het café Le Sans Blague uit de film nagebouwd, waar de jarenzestigjeugd uit Ennui-sur-Blasé (onder wie Timothée Chalamet) een revolutie beraamt. In Angoulême zelf is het etablissement onvindbaar: de prachtige gele pui werd speciaal voor de film aangebracht en ook weer verwijderd. In de museumversie in Londen kunnen bezoekers ‘klassieke Franse versnaperingen’ nuttigen, ‘zoals in de film’.

Toevallige Andersons

Het allerfraaiste bezit voor de Wes Anderson-toerist blijft het in 2020 verschenen fotoboek Accidentally Wes Anderson, met allerlei in de werkelijkheid aangetroffen gebouwen, plekken en interieurs die zo – mits bezien vanuit het juiste kader – in het oeuvre van de filmmaker zouden kunnen figureren. Anderson was niet betrokken bij de totstandkoming van de verzameling, maar schreef wel het voorwoord: ‘Ik begrijp nu hoe het is om per ongeluk mij te zijn. Dank.’

Meer over