Film

Gaandeweg is ‘Vox populi’ steeds minder op fictie gaan lijken

Regisseur Eddy Terstall in de Tweede Kamer, tijdens de opnamen voor Vox Populi (2008). Beeld ANP
Regisseur Eddy Terstall in de Tweede Kamer, tijdens de opnamen voor Vox Populi (2008).Beeld ANP

In de Netflix-satire Don’t Look Up wordt de politieke kaste in de VS belachelijk gemaakt. In Nederland deed Eddy Terstall eerder al zoiets in Vox populi (2008). De regisseur blikt terug op het ontstaan van deze film en constateert dat het land die inmiddels naspeelt.

Eddy Terstall

In het jaar 2003 was ik bezig met het afwerken van mijn film Simon. Dat was een zedenschets over Nederland vermomd als een buddymovie, als een coming-of-agefilm. Ik had wel door dat het een geslaagd project was geworden. De eerste montages vielen goed. Ik was hoopvol. De strijd om de film tegen de klippen op toch door te zetten leek de moeite waard te zijn geweest.

Ik wilde meteen doorgaan met de kroniek schrijven van Nederland. Maar nu niet met als insteek de progressieve leefcultuur, maar via de politiek. Dat werd Vox populi. Ikzelf was – en ben nog steeds – lid van de PvdA, een partij die toen net stevig had gescoord bij de Tweede Kamerverkiezingen. Het was voelbaar dat het schisma tussen theoretisch en praktisch opgeleid Nederland nog verre van voorbij zou zijn.

Zelf kom ik uit een Amsterdamse arbeidersfamilie, de laatste club overgebleven Jordanezen in een verder veryupte Jordaan. En ik kende politiek Den Haag, zowel politici van mijn eigen partij als die van andere partijen. Ik was wel PvdA’er, maar geen partijtijger; ik liep ook bij de andere clubs makkelijk binnen. Je kon me dus makkelijk aanschieten als je informeel iets van de PvdA wilde.

Ik kende zowel de politieke cultuur in Den Haag als de wereld van mijn eigen familie goed, en ik wist hoe die werelden over elkaar dachten. Dat was vaak niet heel genuanceerd. Maar steeds wanneer ik met partijgenoten of andere politici aanschoof bij mijn oom of neven, bleken de ‘bestuurskaste’ en ‘het volk’ en wederzijds nogal mee te vallen.

Tom Jansen en Esmarel Gasman als politicus en stagiaire in ‘Vox populi’. Beeld
Tom Jansen en Esmarel Gasman als politicus en stagiaire in ‘Vox populi’.

Toch gaf deze tegenstelling een heerlijke opening voor satire. Cultuurbotsingen zijn vaak goud en de verbinding komt dan via de menselijke maat. Ik liet dus iemand met mijn eigen sociale achtergrond een relatie krijgen met een meisje uit een grachtengordelfamilie: progressief, rijk en overal lege wijnflessen in het souterrain. Aan de ene kant de stem des volks – een grote bek, allesbehalve wereldvreemd en met een verrassend klein hartje – en aan de andere kant Den Haag, want de vader van het meisje was de lijsttrekker van een oppositiepartij. Het wederzijdse wantrouwen moest gedurende de film worden overwonnen. De scènes lagen voor het oprapen.

De opdracht aan de acteurs ging twee richtingen op: het stelletje dat door hun relatie de twee werelden met elkaar had verbonden, moest klein en realistisch spelen. Hun beider families waren enigszins larger than life, lichte karikaturen.

Achteraf heeft het leven de kunst volgens mij steeds meer geïmiteerd. Het volk en de elite spelen hun rol in het heden nog dikker dan eerst. De vraag is of er net zoveel verzoening volgt als in mijn film, die werd geschreven in 2003 en uitkwam in 2008 (financiering duurt namelijk lang, bij mij althans: Simon werd ook jarenlang in de scriptfase afgewezen en uiteindelijk toch met een klein budget gemaakt).

De politieke arena pasten we aan. We verzonnen fictieve partijen: de Arbeiderspartij, het CDA-achtige Christelijk Midden, de partij van de gegoede burgerij die we Rood-Groen noemden en de populistische partij Hup Holland Hup, naar Forza Italia van Silvio Berlusconi.

Tom Jansen (links) en Ton Kas in ‘Vox populi’. Beeld
Tom Jansen (links) en Ton Kas in ‘Vox populi’.

Marcel Musters speelde een soort Frans Timmermans van toen en was premier. Rood-Groen had twee lijsttrekkers; de een (gespeeld door Femke Lakerveld) was een soort burgerlijker versie van Femke Halsema, en de ander (gespeeld door Tom Jansen), de vader van het meisje, was een ervaren politicus die verdacht veel leek op Hans van Mierlo. Ton Kas, de vader van de jongen, een man met een bloedhekel aan politici, speelde in feite mijn oom, de volkse patriarch met zijn gouden hartje op zijn scherpe tong, een rol waarvoor hij een Gouden Kalf zou krijgen.

Omdat de partijen fictief waren, moest het umfeld zo realistisch mogelijk zijn. We wilden dus het echte NOS Journaal, de echte Matthijs van Nieuwkerk, Cees Grimbergen en Pauw en Witteman. En we moesten de echte Telegraaf, Vrij Nederland en Volkskrant hebben, inclusief hun logo’s.

null Beeld

Omdat de een meedeed, deed de ander dat ook. De NOS wilde vanwege mijn achtergrond weten of het wel een neutraal verhaal zou worden, en geen PvdA-propaganda of iets dergelijks. Na lezing ging de omroep akkoord en de rest volgde. Daardoor konden onze fictieve politici plaatsnemen in een setting die het publiek herkende. En omdat deze film dankzij deelname van de VPRO mijn tot op heden enige niet-lowbudgetfilm was, 1,6 miljoen euro, konden we ook de Tweede Kamer deels nabouwen.

Bij de première kregen alle politieke partijen vier kaartjes. Na afloop wisten ze allemaal te melden dat de film vooral een kritiek was op de politieke tegenstander: op de linkse kerk of op het populisme. Dat hoorde ik uiteraard tevreden aan. Eén politicus wist te melden dat de film de werkelijkheid dicht benaderde, maar dat er in Den Haag veel meer werd geneukt.

De werkelijkheid in de film sluit ook nu nog aan op de Haagse praktijk. De VPRO had de gewoonte om de film door de jaren heen op de dagen voor de verkiezingen uit te zenden. Gaandeweg is Vox populi steeds minder op fictie en komedie gaan lijken, en steeds meer op sociaal drama. Het land speelt de film na.

Esmarel Gasman, Tom Jansen en Femke Lakerveld in ‘Vox populi’. Beeld
Esmarel Gasman, Tom Jansen en Femke Lakerveld in ‘Vox populi’.

Het is voor een filmmaker fijn om te spelen met fictie en werkelijkheid. Na Simon en Vox populi is de maatschappelijke zedenschets toch het genre dat me het meest trekt. Maar een vorm vinden waarin je de anatomie van een land kunt proberen te ontleden, lukt niet altijd.

Op dit moment zit ik in – hopelijk – de afrondende fase van een groot epos over Nederland, Het land van Johan. Het is een film over het naoorlogse, diverse Nederland, waarin ik probeer uit te vinden waarom het land zo is geworden als het nu is. Ook hierin probeer ik, net als in Simon en Vox populi, te spelen met fictieve personages in een herkenbare werkelijkheid. En ook nu zet ik erop in dat er veel te lachen valt. Niets is effectiever dan het publiek, behalve het te emotioneren, ook een lachspiegel voor te houden. In deze gepolariseerde tijden is humor een belangrijk wapen.

null Beeld

‘Geen moment onnatuurlijk’

De Volkskrant noemde Vox populi in 2008 een van de betere speelfilms van Eddy Terstall. ‘Hij verstaat de kunst om de onderwerpen die het maatschappelijke debat beheersen, te vangen in gesprekjes die – hoe gevat en geestig ook – geen moment onnatuurlijk klinken. Tegelijkertijd toont hij zich, vooral in de eerste helft van Vox populi, bedreven in het vlot opdienen en speels aaneenvlechten van de verschillende verhaallijnen. Het helpt daarbij ongetwijfeld dat Terstall zich in de Haagse partijpolitiek (hij verleent hand-en-spandiensten voor de PvdA) inmiddels even goed thuis voelt als op zijn Jordanese geboortegrond.’

Meer over