ColumnHerien Wensink

Ga het gesprek aan met toneelweigeraars

null Beeld

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Anna van Leeuwen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Dat u deze column leest, betekent waarschijnlijk dat u weleens naar toneel gaat. Toch zijn er best veel mensen die dat nooit doen. In 2019, vóór de pandemie, werden volgens het CBS in de categorie ‘Toneel, komedie, drama, poppen-/figuren- en jeugdtheater’ 1,7 miljoen kaartjes verkocht. (Ik weet niet wat ‘figurentheater’ is, maar ik zou daar zelf ook niet gauw een kaartje voor kopen.) ‘Podiumkunstenbreed’ (dus inclusief musicals, muziektheater, cabaret, muziek en dans) telde het CBS zo’n 19,4 miljoen verkochte kaartjes. Is 1,7 miljoen dan veel of weinig? Als het antivaxers betrof, vonden we het veel.

Hoe dan ook, het Nederlands Theaterfestival, dat donderdag is begonnen, heeft zich ten doel gesteld de motieven van toneelweigeraars in kaart te brengen. Cabaretier Raoul Heertje sprak met niet-bezoekers van divers pluimage, want ze zijn er in alle soorten en maten: ze zijn jong en oud, hoog- en laagopgeleid, wonen in heel Nederland en zijn bijvoorbeeld manager, werken in de horeca of doen iets met houtbewerking.

Op het festival presenteerde Heertje zijn bevindingen, die, zo benadrukt hij, natuurlijk niet dienen te worden beschouwd als diepgravend academisch onderzoek. Maar toch: een kort gesprekje met iemand die nooit naar toneel gaat levert al snel een paar nuttige inzichten op.

Bijvoorbeeld dat het over het algemeen geen theaterhaters betreft. Wel zijn het mensen met een hardnekkig vooroordeel over toneel, gebaseerd op een vooroorlogs schrikbeeld: dat het moeilijk, elitair, pretentieus en zwaar zou zijn. Dat je moet beschikken over boekenkasten aan voorkennis om het te kunnen volgen. Mensen zijn bang het niks te vinden, en vervolgens, op rij 16 ingeklemd tussen nuffige grachtengordeltypes, vierenhalf uur lang niet weg te kunnen. Ook veel gehoord, zei Heertje: anders dan bij film of muziek weten ze niet goed wat ze te wachten staat.

‘Sociale onveiligheid’, noemt UvA-onderzoeker Jeannette Pols dat. Niet weten wat je gaat meemaken, dat is eng. Misschien kan Pols, die onderzoek doet naar kunstbeleving, eens meedenken met theaters hoe die drempel weg te nemen.

Eén slechte ervaring zorgt er vaak voor dat mensen veiligheidshalve maar nooit meer gaan. (Heertje: ‘Maar als je één keer een vieze pizza eet, doe je toch ook niet voor altijd pizza in de ban?’) Iemand vond dat theater altijd te laat begint. En er was een respondent die vooral de gesprekken over theater ondraaglijk vond.

Maar de meeste mensen hebben gewoon geen idee hoe veelzijdig, avontuurlijk, meeslepend, hartverwarmend, spannend, relevant en ontroerend veel toneel tegenwoordig is. Theatermakers vinden dat vaak moeilijk voor te stellen, en ze schrikken er nogal van. Snel klinken dan verongelijkte geluiden: de een is beledigd vanwege het label ‘elitair’, de ander verkondigt luidkeels dat-ie vooral niet door de knieën zal gaan.

Maar waarom zou een simpel misverstand zo bedreigend zijn? We hoeven het alleen maar weg te nemen.

Of we zouden kunnen wijzen op ander onderzoek, van wetenschapsjournalist Mark Mieras, die op het festival onthulde dat theaterbezoekers minder vaak naar de dokter hoeven, minder bang zijn, optimistischer in het leven staan en meer geluk ervaren. Maar dat wist u natuurlijk allang.

Meer over