Fusion is de norm

Vampire Weekend kiest vrijelijk uit allerlei muziekgenres. Dat zorgt soms voor kritiek: niet iedereen vergeeft upper class kids dat ze zich Afrikaanse en Mexicaanse muziek of hip hop toeëigenen....

‘Alice Cooper zei laatst in een interview dat we niet rock ’n’ roll genoeg waren.’ Kleine pauze. ‘Alice Cooper?!’ Ezra Koenig, zanger van Vampire Weekend, indieband uit New York, zegt het met een blanco gezicht als om niets prijs te geven wat hij op zijn beurt vindt van de godfather of shockrock. Nou, vooruit dan. ‘Ik bedoel, betekent het dan dat je je met nepbloed en slangen moet tooien en jaren zeventig stadionrock moet spelen om voor bad ass door te gaan? Dat lijkt míj juist fake.’

Als frontman van de meest succesvolle én studentikoze indieband van 2008, die lof en misprijzen in bijna gelijke hoeveelheden kreeg toebedeeld, kent Koenig (25) alle vooroordelen die heersen jegens hem en de zijnen. In een muziekwereld waar de conventie dicteert dat van de straat beter is dan uit de schoolbanken ben je als bandje met vier gediplomeerden van Columbia University, een van de meest prestigieuze universiteiten van de Verenigde Staten, een vreemde eend in de bijt. Vooral als je dan ook nog liedjes schrijft over architectuur (Mansard Roof) of interpunctie (Oxford Comma) en in video’s verschijnt in lamswollen pasteltruitjes en je gitaren West-Afrikaans laat tokkelen. Tja, cultureel kolonialisme is dan gelijk een heel zware term maar toch, kon dat wel? Mocht dat wel?

En dan komen nu diezelfde vier rockdoctorandi met een graad in Engels (Koenig), Russisch (bassist Chris Baio), en economie en muziek (keyboardspeler/gitarist Rostam Batmanglij en drummer Chris Tomson) met een nieuw album, Contra, waarvan het eerste liedje is vernoemd naar een héél Mexicaans drankje, Horchata. Een zekere behoedzaamheid voor etnisch correcte overgevoeligheden kwam bij Koenig opborrelen. ‘Ik dacht, krijgen we weer gezeur dat we als upper class kids dáárover zingen.’

Hij heeft het gecheckt bij zijn Mexicaanse producer Toy Selectah. ‘Ja echt, je weet wel dat je je er niets van aan moet trekken maar ik ben me er toch altijd van bewust. Het idee zelf is belachelijk, natuurlijk. Stel dat je er een soortgelijke houding op zou nahouden met eten. Ik bedoel ik ben Joods en Chris, onze bassist, is Italiaans, maar ik sla toch ook geen bagel uit zijn hand omdat het voor hem verboden zou zijn?’

Wat dat betreft, spreekt de bijnaam voor de muziek van de band boekdelen over hun grenzeloos opereren: Upper West Side Soweto. De eigenzinnige manier van muziek maken bleek al voor het debuut in 2008, een snaar te raken op het internet. Vampire Weekend scoorde hoog in de blogosfeer: internets verzameling van weblogs en inmiddels humuslaag van alle bandjes die zich indie noemen en contractloos zijn.

Rolling Stone nam de single Cape Cod Kwassa Kwassa op in hun jaarlijstje van 2007 en muziektijdschrift Spin plaatste de band op de cover; de eerste maal dat het gebeurde met een band waarvan debuut nog moest uitkomen. Uiteindelijk belandde het naar hen zelf vernoemde album op nummer 10 in het Rolling Stone lijstje van beste platen van 2008. Wereldwijde tours volgden.

Puristen zullen ook hun handen vol hebben aan Contra. Nog meer dan op het debuut, wordt vrolijk onbekommerd met muzikale genres en instrumenten gejongleerd. Op Horchata vrijen Afrikaanse duimpiano en rollende trommels met elkaar in een synthesizerbedje. California English combineert een calypso ritme met een strijkje en een likje autotune en ultiem feestnummer Cousins laat horen wat je krijgt als je die tokkelende Afrikaanse gitaren tikkertje laat spelen met razende Wipe-Outdrumroffels. Het schittert en plaagt in een speelse bui waarin alles bij elkaar gegooid lijkt maar bij nadere beluistering ingenieus blijkt te zijn gearrangeerd.

De muzikale horizon is verder verbreed. Wellicht dat het decor bij de opnames een handje hielp. Maart vorig jaar toerde de band voor het eerst in Mexico en nam daar nieuw materiaal op. Dj/producer Toy Selectah, die platen uitbrengt op Mad Decent, het label van muzikale alleseter par excellence dj/producer Diplo, bleek een verwante geest en wisselde ideeën met de band uit. Lees: draaide thuis ouderwets plaatjes met de band. Koenig: ‘Van cumbia tot Angolese kuduro tot Braziliaanse baile funk. Hij is een verwante geest en is, net als wij, geobsedeerd door niet zozeer uiteenlopende muziekgenres als wel de connecties daartussen. We gebruiken al die verschillende genres en instrumenten niet zomaar, we proberen altijd iets gemeenschappelijks daartussen te ontdekken.’

Zo vindt Koenig, die in zijn high school-jaren al een hiphop-cd had gemaakt, dat de verbale dichtheid van een nummer als California English eigenlijk meer gemeen heeft met de hip hop van Lil Wayne dan met indie rock. ‘Ik ben altijd gefascineerd geweest door die totaal andere waardering voor tekst en rijm in hip hop. De manier waarop rappers woorden zuiver op hun eigen waarde schatten of laten verwijzen naar totaal andere zaken zonder zich daarbij direct te bekommeren om de betekenis en context in het nummer zelf. Ik wilde zoiets ook in California English: ‘using words for the sake of words.’ Sterker, nog hij wilde in eerste instantie het nummer zelfs rappen. ‘Maar het bleek uiteindelijk toch zinniger om te zingen. Omdat, nou, om eerlijk te zijn, het voelde te moeilijk om mijn eigen stem op die manier te gebruiken. Ik merkte dat ik instinctief de typische frasering en klemtonen imiteerde van zwarte rappers. Het kreeg daardoor iets oneerlijks. Vergelijk het met blanken die reggae zingen met een Jamaicaans accent.’

Zit er dan toch wat in dat argument van etnisch jatwerk? ‘Nou nee, in dit geval lukte het gewoon niet om het mij eigen te maken. Maar de muziekwereld zit vol met voorbeelden waarbij dat soort crossovers tot spannende authentieke dingen leidt, ook in hip hop, zeker in hip hop.

Neem het Diwali Riddim dat in het begin van deze eeuw in hip hop- en dance hall kringen de kop opstak. De Jamaicaanse dancehallster Sean Paul scoorde zijn grootse hit Get Busy in 2003 mede door het syncope handgeklap dat het nummer een onweerstaanbare pulse gaf. ‘Dat specifieke ritme komt rechtstreeks uit Bollywood filmmuziek, vandaar de Indiase naam.’

Wist de verslaggever trouwens dat op het internet een hele discussie is ontstaan over de gelijkenis tussen de melodie van Pauls Get Busy en het traditionele Joodse Haftorah gezang. ‘Zou heel goed kunnen dat Sean Paul, die van vaderszijde sefardisch joods is en in Jamaica op een joodse school heeft gezeten, dat bewust of onbewust heeft verwerkt.’

En nu we toch musicologisch filosoferen: ‘Ken je die New Orleans Mardi Gras klassieker Iko Iko?’ Blijkt dat de traditional, onlosmakelijk verbonden aan het carnaval in New Orleans, hetzelfde syncope getik als ritmische basis heeft als Diwali Riddim. Nee, nee, hij zegt niet dat dat ook geleend zou zijn van de Indiase filmtraditie. ‘Ik bedoel dat die combinatie van een minimalistische melodie en datzelfde specifieke ritme telkens weer in een andere vorm in de muziekgeschiedenis opduikt. Dat is geen toeval. Er zit blijkbaar iets in die combinatie dat mensen altijd en overal en altijd in vervoering weet te brengen.’

Het zit in ons gedeeld muzikaal bewustzijn. Iets classificeren als louter Indiase filmmuziek of als Mardi Gras chant en er een bordje bij hangen met ‘niet aanraken’ zou muziek ernstig tekort doen.

Koenig: ‘Fusion is niet een toevalligheid, het is de norm in muziekgeschiedenis. De hegemonie van hip hop in het begin van deze eeuw is erop gebouwd.’ Hij vindt het ironisch dat juist Vampire Weekend door een oppervlakkige kijk weleens elitarisme werd aangewreven.

‘Als goede muziek wordt gelijkgesteld aan niets meer dan rockende gitaren dan is dát toch juist een vorm van snobisme?’

Het intellectuele randje aan Vampire Weekend laat zich niet miskennen. Lang voordat de band als band bestond, kenden de leden elkaar en filosfeerden samen naar hartelust over muziek. De naam voor de band en sommige ideeën bestonden al voordat ze een instrument hadden opgepakt.

De liefde voor muziek die buiten de mainstream valt, pikten ze alle vier op van de oerbron; de platencollectie van pa en ma. Daarna was de bibliotheek van het universteitsradiostation waar bassist Chris Baio werkte een schatkamer van Afrikaanse muziek en laafde hij zich aan Fela Kuti. Toen de band zich net had gevormd luisterde Koenig, die een zwak heeft voor gangstarap en saxofoon speelde bij Dirty Projectors, naar muziek uit Madagascar. Toetsenist Rostam Batmanglij hield van Zuid-Afrikaanse pop. En iedereen had iets met Afrikaanse high life.

Koenig: ‘Vlak het internet als leverancier niet uit. Ik maak deel uit van een generatie die is opgegroeid tijdens een enorme culturele verschuiving waar de traditionele gevestigde massamedia niet meer dicteren wat je als cultureel consument krijg voorgeschoteld. MTV is nu naast YouTube een bescheiden speler geworden.’

Het werkte twee kanten op. De band kon op een eenvoudige manier aan muziek komen die zich buiten de grenzen van conventionele pop beweegt en het net diende ook als alternatief podium waar ze wellicht op traditionelere podia minder kansen zouden hebben gehad. ‘Ik ben ervan overtuigd dat we nooit hetzelfde succes hadden gekregen als we een band waren in de jaren negentig.’

De toekomst van de popmuziek aan de geschoolde rich kids. Wat dat betreft lijkt het hoesje van Contra pesterig de positie van de band te bevestigen: Een Polaroid foto van een blond blank studentikoosje gehuld in de vrijetijds kleding waar negen van de tien countryclubleden hun voorkeur aan geven: een poloshirt van Ralph Lauren. Een visueel fuck you naar de Alice Coopers van de wereld, wellicht?

Koenig wil het niet zo eenduidig stellen. ‘We probeerden wel een beetje te spelen met de politiek waarmee mensen elkaar op hun uiterlijk beoordelen.’ Maar daarnaast wilde hij graag ook dat het op meerder manieren uit te leggen zou zijn en andere associaties en connecties zou oproepen. En nu we het toch daarover hebben: ‘de sport polo heeft zijn wortels in Azië?’

Meer over