Fuchs richt avontuurlijke blik naar binnen

De Vertelling, t/m 1 februari, Stedelijk Museum Amsterdam...

WILMA SUTO

BEELDENDE KUNST

Zalig is de ijselijke leegte die zich in die ene zaal van het Stedelijk Museum in Amsterdam uitstrekt, in het bijzonder wanneer de bezoeker het geluk treft dat geen ander hem voor de voeten loopt, wanneer hem dat uitzonderlijk geworden voorrecht toevalt alleen te zijn met de beelden, met niets en niemand anders dan die grootse sculpturen en schilderijen, waarin het wit zo helder is als het licht en het licht zo tintelend als de winterwind.

Wanneer geen mens hem het uitzicht verspert is de illusie volmaakt dat de toeschouwer meer dan een meeloper is, dat hij, als de eerste wandelaar in vers gevallen sneeuw, zélf het ongerepte poollandschap ontdekt dat hier wordt opgeroepen in de afzonderlijke kunstwerken, maar dat zich, dankzij de loepzuivere enscenering van directeur Rudi Fuchs, ook ontvouwt in de ruimte tussen die beelden en zo de hele museumzaal openbreekt.

Toch is het vergezicht een terugblik, indien het mogelijk is van een terugblik te spreken tegenover de kunst: als haar verschijning al niet onverschillig is voor de tijd, overtreft ze - zolang wij het haar gunnen - tenminste onze levensduur met gemak. 'De toekomst start nu, gaan we mee?' schreef de legendarische Willem Sandberg, die het Stedelijk na 1945 omvormde tot een uitkijkpost en trefpunt voor de actuele kunst. Een halve eeuw later is die taak volbracht, vindt Fuchs. Hij richt de blik naar binnen, voor een herontdekking van de sindsdien vergaarde collectie.

De toeschouwer waant zich een avonturier, in het door Fuchs ontgonnen gebied. De weidse vlakte van wit licht, die behalve het blikveld ook de geest verkwikt en verruimt, doemt op zijn huidige expositie De Vertelling op uit de decennia oude beelden van Amerikanen en Europeanen - schilders en beeldhouwers van diverse generaties. Hun werk harmonieert niet alleen, het leeft ook wonderwel op in elkaars koele gloed.

Een late sculptuur van Sol LeWitt, uit 1989, reikt omhoog en doorklieft de lucht als een berghelling boven de boomgrens. Of als een ijsschots. De smetteloze constructie baadt in het kunstlicht van Dan Flavin: een symmetrische wandsculptuur van neonbuizen, die ook uitstraalt over het dynamische spel met kleur en lijn dat Ellsworth Kelly in zijn schilderijen beoefent, op het scherp van de snede. In Witte driehoek met zwarte kromme uit 1972 en in Rode kromme uit 1973, snijdt een vlijmende spanningsboog een artificieel landschap in tweeën.

Koelbloedig kun je het noemen, dit strak langs het wit scherende zwart in een driehoekig doek, of dit felrood dat het wit verdringt in een opgerekte ruit, maar bloedeloos is Kelly's horizon allerminst. Noch is zijn uitgekristalliseerde kleurenkrachtpatserij typisch Amerikaans: de meester van het zuivere in de kunst blijft Mondriaan. Zijn voorname Compositie met twee lijnen (1931) fungeert in deze zaal als het ijkpunt voor de majestueuze verstrakking in het minimalisme en de verwante hard edge en colourfield painting.

Maar de namen van kunststromingen die elkaar in het modernisme de loef afsteken doen er weinig toe in dit overzicht. Zondigend tegen chronologische en geografische suggesties van samenhang, brengt Fuchs, uitgaande van visuele overeenstemmingen en dissonanten, het werk bijeen van zielsverwanten die in tijd en ruimte misschien vreemden waren voor elkaar, terwijl hij tegelijk zicht biedt op het werk van hun tegenvoeters.

Treffend is het doorkijkje langs die streng bevroren beelden in dat witte kunstlandschap naar een wulpse zwarte wolk, de organische Torse Géant die Hans Arp in 1957 vervaardigde uit donker gepatineerd brons. Het strakke versus het sensuele, het algemene tegenover het persoonlijke, het neutrale naast het dramatische: De Vertelling verhaalt van de uitersten in de beeldende kunst na de Tweede Wereldoorlog.

De expositie verkent, in het verlengde van de Coupletten die Fuchs eerder samenstelde, de karakteristieken van de museumverzameling, met het accent op de geometrische en organische abstrahering van de werkelijkheid. Het is een onderzoek naar de permanente presentatie van de vaste collectie, waarvoor Fuchs de hele oudbouw wil reserveren. Zodra de nieuwbouw een feit is, in 2001, zullen wisselexposities alleen nog daar plaatsvinden.

Fuchs verandert het Stedelijk van een uitkijkpost in een uitstalkast voor de kunst van de tweede helft van de twintigste eeuw: de erezaal wordt het domein van de Cobra-collectie, omdat zij de hergeboorte van het museum na de Tweede Wereldoorlog markeert. Toch zal het laboratorium dat Willem Sandberg voorstond niet zozeer verdwijnen alswel worden omgevormd.

In plaats van de jongste, beproeft Fuchs de gevestigde kunst. Hij wil meer materieel en iconografisch onderzoek, om het werk te kunnen behouden en te voorzien van een actuele interpretatie. Zijn Vertelling wijst alvast vooruit naar een expositie waarin de oude beelden elkaar opnieuw zullen reanimeren om vrijmoedig de toekomst te kunnen doorstaan.

Wilma Sütö

Meer over