‘Frisch, en in hun eenvoud verduiveld knap’

‘Jongen, dat is een mooi vormpje.’ Architect en ontwerper Gerrit Rietveld (1888-1964) was stil blijven staan bij de tekentafel van Dick Bruna die op de uitgeverij van zijn vader werkte aan de boekomslag van De Saint wordt piraat; de held van het verhaal was met een hoofddoekje afgebeeld. Het was genoeg om een vol jaar met het hoofd in de wolken te lopen, verklaarde later de geestelijk vader van Betje Big, Boris Beer, Snuffie maar vooral van het witte wezentje met de fiere flaporen, de oogstipjes vol onschuld en het platte kruisje als mond, Nijntje, monument van vertedering, al meer dan 50 jaar oogappel in de familie Pluis.

‘Een jaar? Hij straalt nóg.’ Conservator moderne kunst Marja Bosma van het Centraal Museum in Utrecht weet inmiddels wel ongeveer hoe de tekenaar in elkaar zit. ‘Bescheiden, zachtaardig, vriendelijk.’ Onder de hanenbalken van het prentendepot, trekt ze ladenkasten open, schuift ze lijsten uit stellingen, bladert ze door mappen. Boekjes, affiches, paperbackcovers, brieven, vroege schetsen. ‘Moet je zien, een gatenplant. Zo typerend voor die tijd. Jaren vijftig, zestig. Heerlijk.’

Ze heeft er hier uren opzitten. Niet alleen omdat ze het zo heerlijk vond. Er moest een grondige selectie uit de verzameling worden gemaakt. Vandaag opent prinses Laurentien aan de overkant van het museum het Dick Bruna huis met naast een volledig aan Nijntje gewijd speelparadijsje een overzicht van zijn oeuvre. Bruna zelf stelde zijn archief beschikbaar, veel materiaal is afkomstig van het bedrijf Mercis, de bv die Nijntje exploiteert. Na het Rietveld Schröder Huis heeft het Centraal Museum nu een tweede dependance op naam van een kunstenaar; de jongen uit bovengenoemd fragment heeft zo bezien een status bereikt vergelijkbaar met die van de complimenteuze meester.

Bosma (49) is samen met de ontwerpster Sherrie Zwail en de educatiemedewerkers Eveline Reeskamp en Frija Klijn verantwoordelijk voor de inrichting. ‘Het werd tijd Dick Bruna ook als kunstenaar neer te zetten. Hij heeft met zijn ontwerpen en tekeningen een tijdsbeeld in kaart gebracht en mede bepaald. Let op het optimisme, de humor. Maar het heeft ook een autonome kwaliteit. Zuiver in vormgeving en woordkeuze. Nauwgezet, geconcentreerd, uiterst beeldend. Het is bovendien volledig authentiek, het komt echt uit hemzelf. Er gaat geen marketinggedachte achter schuil.’

Bruna past met zijn toepassing van heldere lijnen en kleuren en eenvoudige vormen volgens het museum naadloos in de modernistische Hollandse ontwerptraditie – van Rietveld tot Droog Design; ‘minimalisme met een knipoog’. Dat deze schakering van Bruna’s werk nogal eens onderbelicht is gebleven, hangt samen met zijn professie: grafisch ontwerper. Bosma: ‘Dan ben je al gauw verdacht, dan werk je in opdracht. Onzin, natuurlijk.’ Bovendien overschaduwde het commerciële succes van Nijntje – als onder meer Miffy, Nina, Nenchi en Minnin verscheen ze in meer dan veertig talen, de verkoop van de boekjes is de 85 miljoen exemplaren voorbij – wel eens de creatieve prestatie. Zelf vertelt Bruna altijd dat hij zich meer heeft laten inspireren door bijvoorbeeld de collages van Henri Matisse en het werk van Fernand Léger dan door tekeningen van collega-illustratoren.

Niet alleen Rietveld herkende het talent. Bosma diept een vergeeld briefje op uit een map. De De Stijl-architect J.J.P. Oud schreef aan de Bruna-uitgeverij dat hij veel plezier beleeft aan de boekomslagen. ‘Ze zijn frisch, pakkend en in hun eenvoud verduiveld knap.’ Het was de tijd dat Bruna veel omslagen maakte voor de Zwarte Beertjes-reeks, Maigret, de Saint, Havank. Op Lijk halfstok van laatstgenoemde kijkt de speurder De Schaduw naar de onderste helft van twee benen die rechtsboven de cover binnen bungelen. Op De man uit de verte prijkt de hoofdpersoon met tropenhelm, zwemband, flippers en schep; de bestemming moet wel het strand zijn.

Bosma grist weer materiaal van de planken. ‘Velen zullen dit nog wel kennen.’ Op posters wordt de Beertjes-serie aangeprezen. ’t Is weer pocketweer. Weertje of geen weertje, lees een zwart beertje. Bruna hoeft geen vliegtuig te tekenen om uit te leggen dat het in de lucht lekker leest. Een beertje met een boek achter een schuin raam met afgeronde hoeken volstaat. Het bleef ook bij buitenlanders niet onopgemerkt: een medewerker van een Brits architectenbureau vroeg na een bezoek aan Nederland bij Bruna een affiche op van ‘lekker lui ligger lazen met een zwarte beirje’.

‘Een feest, dit’, zegt Bosma. Wat er uiteindelijk aan de overkant is beland, daar heeft de meester, die zijn archief beschikbaar stelde, zich nauwelijks actief in gemengd. Hij is zo’n tien keer langs geweest, vertelt de conservator. ‘Hij beperkt zich tot opmerkingen over details.’

Geen misverstand, de trekpleister in het Dick Bruna huis vormt onmiskenbaar het witte meisjeskonijn. De ingang van het voormalige regentengebouw van de Willem Arntszkliniek is zelfs verderop de straat in geplaatst, om te voorkomen dat het verkeer dat de hoek omkomt onmiddellijk op rijen wachtenden met buggy’s zou stuiten.

Bosma slalomt behoedzaam tussen ladders en gereedschapskisten. Enkele dagen voor de opening komen er nog kabels uit de plafonds, zijn de vitrines leeg en ruikt het binnen naar verse verf. Maar op de wanden, onder de oude ornamenten in het stucwerk, staren Nijntje en haar verwanten in tekening de bezoekers al verwachtingsvol aan. Van een zaaltje, waarin straks kan worden voorgelezen, zijn de metershoge wanden gevuld met honderden covers in tal van talen. Verderop staan de computerschermen opgesteld waarop Nijntje-spellen zullen draaien. Peuters kunnen een tunneltje door, waarin ze met Nijntje de vier seizoenen zullen beleven: sneeuwvlokjes voor de winter, tulpen voor de lente, de zon voor de zomer, blaadjes voor de herfst; de wereld hoeft voorlopig niet veel ingewikkelder te zijn.

Bosma: ‘Daarom is Bruna’s taal universeel. Het gaat over dingen die kinderen vanaf twee jaar zo’n beetje aan het ontdekken zijn en leren te benoemen: de dieren, de kleuren.’ Met behulp van een touchscreen met een digitaal memoryspel kunnen de kinderen straks figuren laten oplichten op een wand waarop 1300 lampjes zijn gemonteerd.

De teksten in het huis zijn drietalig: Nederlands, Engels en Japans. ‘Het is nauwelijks voor te stellen wat Nijntje in Japan betekent. Er is een heel skioord mee ingericht, er zijn hotels, tieners lopen met afbeeldingen op hun rugzak.’ De verklaring, volgens Bosma: de tekeningen roepen associaties op met kalligrafie, de teksten zwemen – met wat goede wil – naar haiku.

Een verdieping hoger, waar panelen voor de ramen het binnenvallende daglicht smoren om de kwetsbare objecten te beschermen, komt het brede oeuvre aan bod, en het proces in wording: de eerste schets, de tekening met plakkaatverf op aquarelpapier waardoor de fameuze bibber in het lijnenspel ontstaat, het overzetten op transparant papier waaronder de schepper dan vervolgens een kleurenpalet kiest, knipt en op karton plakt – zíjn blauw, zíjn rood, zíjn geel, zíjn groen. Bosma: ‘Bruna mag dan een uiterst vriendelijke man zijn, hij ziet er zeer streng op toe dat zijn style guide wordt bewaakt – de kleuren, de lijnen, de schreefloze belettering.’

Plannen voor een Dick Bruna huis waren er langer. De tekenaar zelf was al tevreden met een tentoonstelling en een kleine vaste expositie in het Centraal Museum – ‘een droom kwam uit’. Pas na een financiële injectie van de gemeente Utrecht – vijf ton, bijna de helft van het budget – kon de ambitie van het museum worden waargemaakt. Een eerste peiling wijst op jaarlijks 30 duizend bezoekers extra, maar de vorig jaar aangetreden directeur Pauline Terreehorst meent dat het een conservatieve berekening is. ‘Het zouden er wel 50- of 60 duizend kunnen worden’. Toeristenbureaus en touroperators van over de grens kondigen aan dat de Agnietenstraat een vaste stop in programma’s met een rondje Nederland zal worden. Enkele tientallen journalisten uit het buitenland hebben zich aangemeld voor een verslag, dertig van hen komen uit Japan.

Terreehorst is blij met het Bruna Huis. ‘Het is voor mijn tijd bedacht, maar het past mooi in de verbreding die we nastreven. Nee, het is geen speerpunt in onze activiteiten. Een extraatje, zo zie ik het.’

Met marktonderzoek en beleidsstrategie heeft Bosma zich niet bemoeid. ‘Het ging mij om de inhoud.’ De conservator klimt de trappen op, weer op weg naar Bruna’s veilige en vrolijke wereld. ‘Eén dag hiertussen, en je komt helemaal blij thuis.’

Dick Bruna Huis, Agnietenstraat 2, Utrecht; di t/m zo 10-17u. www.centraalmuseum.nl

Meer over