Freya's opstand tegen Jan Peter

Als de dag van gisterendoor Jan Blokker..

Je krijgt niet de indruk dat het 175-jarig bestaan van hun koninkrijkdoor veel Belgen van 2005 feestelijk is gevierd. Maar het is natuurlijk ookmaar de vraag of er überhaupt nog voldoende Belgen zijn om nationalegevoelens te celebreren over een gezamenlijk verleden. En nergens meer eenPirenne te bekennen die nog eens een zevendelige Histoire de Belgique zouwillen schrijven om de boel bij mekaar te houden.

Terwijl het allemaal zo veelbelovend was begonnen, op nota bene deverjaardag van de koning: 24 augustus 1830, in de Brusselse Muntschouwburg.Echt gepeupel zal niet zijn afgekomen op de opera La muette de Portici vanDaniel Auber, die een (Napolitaanse) volksopstand tegen vreemdeoverheersers tot onderwerp had. Maar ook nette muziekliefhebbers kondenzich laten meeslepen door het duet waarin liefde (en doodgaan) voor hetvaderland werden bezongen als mieux vaut mourir pour l'amour sacré de lapatrie.

Het wemelt in de theatergeschiedenis van aria's, dialogen en tekstdelenvan vaak allang gestorven componisten en schrijvers die bij het publiek nogeeuwen later ineens een snaar van actuele onvrede blijken te kunnenaanstrijken. Op De liefde tot zijn land is ieder aangeboren uit VondelsGysbreght is ten tijde van de Duitse bezetting door Nederlandse acteursgeschmierd dat het een lieve lust was, en staande ovaties waren steeds hundeel.

In Brussel riepen de toeschouwers op het dramatisch hoogtepunt A bas leroi!, en daar bedoelden ze onze Willem I mee, die zoals bekend sinds 1815ook hún monarch was geweest. Naar verluidt zijn vervolgens talrijkebezoekers de zaal uitgelopen om op het schouwburgplein ook nog à bas lesHollandais te scanderen, en zich vervolgens over te geven aan wat devolgende dag in pro-Hollandse kranten 'straatschenderij' zou wordengenoemd.

Zo plegen revoluties van start te gaan.

Het antwoord van het gevestigde gezag laat zich meestal ook uittekenen.De militaire schermutselingen die meteen al in september 1830 in hetBrusselse Warandepark en in de Vlaanderenstraat begonnen, en de TiendaagseVeldtocht die het jaar daarop door de koning werd verordonneerd, haddentoen al politionele acties kunnen heten. Den Haag kende alleen het begripnog niet. Maar ook de Soekarno's van de Zuidelijke Nederlanden lieten zichniet kisten.

Was de afscheiding een kwestie van broedertwist? Koning Willem wilde hetwel zo doen voorkomen, en verzekerde de haastig bijeengeroepenStaten-Generaal op 13 september 1830 dat hij alles zou doen om 'den rampdes burgeroorlogs van Nederland van Nederland af te wenden'. Als je rekendevanaf 1815 was burgeroorlog formeel het juiste woord. Maar hadden Friezenen Brabanders, of Hollanders en Luikenaren, of Zeeuwen en Henegouwers zichin de eeuwen daarvoor ooit broeders van één stam, laat staan burgers vanéén land gevoeld?

Broedertwist is niettemin de titel van een tentoonstelling die nu nogin 's-Hertogenbosch (tot 8 januari) en daarna in Leuven (van 3 februari tot30 april 2006) het definitieve einde van het Verenigd Koninkrijk derNederlanden gedenkt. En de gelijknamige catalogus is een van deboekuitgaven die ter gelegenheid van de 175ste verjaardag van de Belgischeonafhankelijkheid in de handel zijn gebracht.

In z'n albumachtige vorm - fraaie illustraties, heldere monografietjesvan de historici Verschaffel (voor België) en Rietbergen (voor Nederland)- is Broedertwist een handzame introductie voor wie de gebeurtenissen vantoen misschien een beetje was vergeten.

De rollen in het conflict waren van meet af aan scherp verdeeld. Belgiëwas jong, vitaal, besluitvaardig (meteen een eigen koning, meteen eenvooruitstrevende eigen grondwet) en toekomstgericht. Nederland leekouwelijk, verongelijkt, zonder regie en vol zelfbeklag. Je mag jenatuurlijk nooit aan zulke anachronismen bezondigen, maar de verleiding isgroot even aan het Belgisch-Nederlandse relletje van de afgelopen dagen tedenken, en een onbevangen Freya van den Bossche af te zetten tegen demorose Balkenende.

De internationale bemoeienissen - de grote mogendheden hadden op hetCongres van Wenen tenslotte tot de inrichting van een Groot-Nederlandskoninkrijk besloten, dus kregen ook met het uiteeneenvallen te maken -blijven in Broedertwist een beetje onderbelicht.

Net trouwens als in De helden van 1830. In dat door de Belg JeroenJanssens geschreven boekje wordt op een aardige, journalistieke maniervooral verslag gedaan van de wijze waarop in de loop van de tijd injubileumjaren is teruggekeken op de omwenteling van 1830.

Daarbij was zeker in de eerste halve eeuw overwegend sprake van trotseherdenkingen. Het ging België economisch voor de wind, het mengde zich viaz'n koning (Leopold II) met succes in de 'scramble for Africa', de onmintussen liberalen en katholieken leidde nog niet tot uitslaande politiekebranden, en de 'taalstrijd' was nog nauwelijks een thema, om de eenvoudigereden dat de Vlaamse Beweging pas in de jaren tachtig van de 19de eeuw uithaar embryonale staat trad, en Nederlandstaligen voorlopig een laag toontjezongen.

Pas daarna kwam er allengs een beetje de klad in de vieringen, enlogisch: naarmate België minder tot de verbeelding van alle Belgen sprak,was er afnemende animo voor een feest van vereniging. Janssens schildertde teloorgang in overwegend vrolijke tinten - dat is trouwens het aardigevan de manier waarop veel Belgen hun eigen geschiedenis kunnen relativeren:de ironie is nooit ver uit de buurt.

Ook de hoogst anekdotische hoofdstukken over de eigenlijke helden van1830 hebben die aangename distantie. Aan Belgische kant had je tamelijkbizarre ijzervreters als Jean-Joseph Charlier, ook bekend als Jambe-de boisofwel Charlier-met-het-houten been, en Frédéric de Merode, maar degrootste malloot in de zinloze 'oorlog' was onmiskenbaar de Nederlandsezelfmoordenaar Jan van Speyk, die na zijn dood door de slechtste dichtersdes vaderlands voorgoed de hemel is ingerijmd.

Wonderlijk bij dat alles blijft het feit dat in de Nederlandsehistoriografie niet al te veel woorden zijn 'vuilgemaakt' aan wat ookjarenlang als een affront of een vernedering is gezien. Fruin rept in zijnrijke oeuvre (tien delen Verspreide Geschriften tenslotte) met geen zinover 1830; ook Busken Huet, die er toch nooit tegenop zag een paarNederlandse voorouders te gispen, zwijgt in alle talen. Pas Colenbranderen Gerretson waagden zich meer dan honderd jaar na dato aan serieusonderzoek, waarbij laatstgenoemde meer speciaal ook (delen van) decorrespondentie tussen koning Willem en de met zijn vader niet al tesolidaire kroonprins publiceerde.

De bronnen waaruit de Vlaamse historicus-journalist Rolf Falter heeftgeput voor De scheiding van Nederland, Belgie en Luxemburg, zijn dusgoeddeels van Belgische dan wel Franse of Engelse herkomst. Daar is opzichzelf niks tegen, het is alleen jammer dat we het ook in zijn(degelijke) boek moeten doen zonder specifieke en nieuwe informatie overhoe secundair, onverstandig, bokkig en koppig in Noord-Nederland isgereageerd op de zuidelijke afscheidingszucht.

Daar staat tegenover dat Falter juist weer meer aandacht heeft kunnenbesteden aan het drukke diplomatieke verkeer dat zich in de jaren 1830 en1831 tussen Londen, Parijs, Wenen, Petersburg, Den Haag en Brussel heeftafgespeeld. Zoals bekend heeft dat overleg zich nog tot 1839 moetenvoortslepen, vooraleer Willem I eindelijk z'n handtekening wilde zettenonder een vredesverdrag dat hem al acht jaar tevoren was voorgelegd.

Dat dit jaar de zevende 'volledig geactualiseerde' druk verscheen vande bij onze buren gerenommeerde Politieke geschiedenis van Belgie van 1830tot heden, zal ongetwijfeld ook met de 175ste verjaardag te maken hebben.De actualisering beslaat de periode sinds 1997 (het jaar van de vorigedruk), en volgens een voorwoord ook 'de decennia rond 1900' omdat over diejaren 'nieuwe studies verschenen die voor aanvullingen zorgden'.

Aan de hoofdstukken over 1830 is niet getornd. Ze zijn onveranderdzakelijk, verantwoord en informatief gebleven, zonder een spoor vantriomfantelijkheid of heroïek. Dat siert de auteurs. Maar diebescheidenheid wordt natuurlijk ook veroorzaakt door de binnenlandseontwikkelingen die ze zelf zo zorgvuldig te boek hebben gesteld

Als België, zoals Henri Pirenne hartstochtelijk probeerde te bewijzen,al ooit een eenheid zou zijn geweest, dan is het inmiddels vrijwelweggefederaliseerd. Op z'n koning na. Maar één van diens voorvaderenheeft al een keer moeten horen dat er geen Belgen bestaan.

Meer over