interviewFranziska Fleischanderl

Franziska Fleischanderl ontrukt het psalterium (een soort tafelharpje) aan de vergetelheid

Hakkebordspecialist Fleischanderl brengt het instrument, dat 300 jaar geleden zeer populair was, weer onder de aandacht met haar ensemble Il Dolce Conforto.

Franziska Fleischanderl van Il Dolce Conforto met haar psalterium. Beeld Reinhard Winkler
Franziska Fleischanderl van Il Dolce Conforto met haar psalterium.Beeld Reinhard Winkler

Het tafelharpje heeft de vorm van een trapezium. Je bespeelt het op schoot. Het heeft 64 snaren, is handig om mee te nemen en door de verschillende speelmogelijkheden, met hamertjes of vingers, kun je er een grote variatie aan klankkleuren uit halen: het psalterium.

Het barokke instrument, 300 jaar geleden enorm geliefd, is het kleinere Italiaanse nichtje van het bekendere hakkebord dat veel in volksmuziek wordt gebruikt, het Oostenrijkse Hackbrett en het Hongaarse cimbalom. Het psalterium heeft lange tijd gezwegen, maar kreeg zijn hemelse stem terug door de inspanningen van hakkebordspecialist Franziska Fleischanderl (37).

Met haar ensemble Il Dolce Conforto toert Fleischanderl vanaf dinsdag door Nederland met werk van componisten als Alessandro Scarlatti, Antonio Caputi en Litterio Ferrari. Allen schreven voor de vele kloosters in Zuid-Italië waar nonnen en monniken kopieën bestelden van aria’s, die ze dan op het psalterium (Italiaans: salterio) verwerkten tot muziek voor religieuze gelegenheden. ‘Het psalterium hielp om het leven in afzondering te verdragen’, zegt Fleischanderl.

Maar waar bijvoorbeeld het Hackbrett in Oostenrijk, Zwitserland en Zuid-Duitsland diep in de volksmuziek is geworteld en nog een levendige praktijk kent, is de psalteriumtraditie in Italië volledig verdwenen, zegt de uit Oostenrijk afkomstige Fleischanderl. ‘Op de muziekschool bij ons was het hakkebord net zo’n normale keus als piano of viool, dus veel kinderen leren het hier nog altijd spelen.’ Ze ging het zelfs studeren. Maar toen maakte ze kennis met het psalterium. Vijf jaar geleden kon ze een origineel instrument kopen, uit 1725. ‘Vanaf dat moment wilde ik ook meteen alles: onderzoek doen, een ensemble oprichten en alle muziek spelen.’

Vanuit haar woonplaats Salzburg heeft ze onderzoek gedaan voor de Universiteit Leiden. Eind dit jaar promoveert ze op de speeltechnieken van het 18de-eeuwse Italiaanse psalterium en de muziek die ervoor geschreven werd. ‘Je kunt het bespelen met twee hamertjes, stokjes met een gebogen einde. Gebruik je met vilt of leer beklede hamertjes, dan wordt de klank zacht en rond, zoals op een fortepiano. Je kunt ook onbeklede hamers gebruiken, het hout op de snaren geeft dan een klavecimbelachtig geluid: droog en metalig. Maar de andere en unieke speeltechniek van het psalterium is met de vingers. Dan krijg je dat etherische, zilverige effect.’

Het geluid is luider dan je verwacht. ‘De snaren zijn onlogisch en raar gerangschikt: sommige lagere noten zitten juist hoog op het instrument. Je kunt er niet intuïtief een baslijn op spelen. Het is een melodisch instrument. Met dezelfde reikwijdte als een viool heeft het vaak een begeleidende rol in een aria, als tegenhanger van de zangstem. Ook zijn er veel soloconcerten voor geschreven. Maar op een of andere manier is het instrument uit de mode geraakt.

‘De barokmuziekwereld in onze tijd heeft zich nooit gericht op het repertoire van het psalterium. Je ziet nauwelijks concerten met onbekend repertoire voor minder gangbare instrumenten, dat vindt men te eng om te programmeren. Er is veel bladmuziek verloren gegaan door brand of oorlog, maar met de bladmuziek die ik heb gevonden, zou ik minstens tien jaar voort kunnen.’

Il Dolce Conforto speelt van 27 t/m 31/10 in Lelystad, Amsterdam, Westzaan, Deventer en Ammerzoden. Info: oudemuziek.nl

Meer over